"Voor mijn 'millennial' lezers moet ik misschien uitleggen wat een mainframe is", blogt NASA-cio Linda Cureton. "Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan", aldus de topvrouw die in haar blogpost het einde van NASA's mainframe-era aankondigt. Ze houdt het bij de belangrijkste eigenschap van mainframes: dat het krachtige machines zijn die grote aantallen transacties kunnen verwerken en vele lees- en schrijfacties kunnen uitvoeren.

Naar Windows Server

De NASA-computer die nu is uitgeschakeld, is een Z9-mainframe van IBM. De bedrijfskritieke applicaties op dit laatste nog in gebruik zijnde mainframe zijn overgezet naar krachtige servers met Windows Server als besturingssysteem. Deze migratie is uitgevoerd door het bedrijf NetLander, dat erover bericht op zijn website.

Onder de overgezette applicaties bevinden zich een trainings- en certificeringssysteem voor NASA-werknemers én personeel van toeleveranciers voor de ruimtevaartorganisatie. Verder het beheersysteem voor configuratiedata dat de -onderling gelinkte - blauwdrukken bevat van alle gebouwen en grondapparatuur sinds 1982.

Daarnaast nog twee niet langer actief gebruikte applicaties, één voor financiële data en één voor inkoopdata. Deze twee systemen zijn nog wel in draaiende toestand nodig om die oude gegevens in te kunnen zien. De softwaremigratie zelf heeft zo'n 1,4 miljoen dollar gekost. NASA schat met de overstap naar Windows Server 5,5 miljoen dollar per jaar te besparen.

'Niet achterhaald'

NASA-cio Cureton spreekt de notie tegen dat mainframes achterhaald zijn, ondanks het schrappen ervan door haar organisatie. De machines die nu slechts "de omvang van een koelkast" hebben, zijn nog steeds nodig "bij veel organisaties".

De eindgebruiker-interfaces zijn onhandig en nogal inflexibel, maar de behoefte blijft bestaan voor extreem betrouwbare, veilige bedrijfsapplicaties voor transactieverwerking. Veel banken gebruiken nog altijd mainframes voor hun kernsystemen.