Het gaat om twee nieuwe modellen van de hardwarefabrikant: de NEC Express5800/320Fd-LR als instapper, en de Express5800/320Fd-MR als middenmotor. Feitelijk bestaat elk van de servers uit twee redundante systemen, met een eigen chipset van NEC (GeminiEngine) voor de synchronisatie van de hardware. De kleinere Fd-LR server draait zijn Intel Xeon-processors op 2 Ghz, terwijl de Fd-MR op 3 draait. Beide zijn een voortzetting van de Express5800 Fc-lijn, die sinds begin deze maand in Europa beschikbaar zijn.

NEC hoopt met de kasten een mogelijkheid te bieden om gedistribueerde virtuele servers te draaien. Normaal gebruikt het mkb daar meerdere fysieke servers voor, en worden storingen opgevangen door de virtuele machines over te hevelen naar een werkende server. De Express5800 krijgt ondersteuning voor de ESX-software van VMware.

Het concept achter fouttolerantie wordt vooral gebruikt binnen omgevingen met een erg hoge uptime, zoals telefoonmaatschappijen en banken. De servers met hardwareredundantie zitten traditioneel dan ook in het hogere marktsegment.

Toch lijken sommige bedrijven een gaatje te zien voor de kleinere bedrijven nu virtualisatie daar populair wordt. Stratus, een ander bedrijf dat zweert bij fail-safe servers, haalde een jaar geleden een rapport van analistenbureau Yankee Group aan op zijn website waarin wordt gesteld dat meer VM's ook betekent dat de kasten robuuster moeten worden. NEC heeft in het verleden al met Stratus samengewerkt op dit gebied.

De kasten zijn vanaf deze maand al in Japan te verkrijgen. Europa, en dus ook Nederland, is vanaf juli aan de beurt. Richtprijzen beginnen vanaf de 10.000 euro per server. Bron: Techworld