Nederland geeft meer dan 8 miljoen per jaar uit aan de bescherming van persoonsgegevens. Dat is minder dan Duitsland (9 miljoen) en veel minder dan Groot-Brittannië (13 miljoen), maar veel meer dan Ierland, Finland, Denemarken of Italië. Dat schrijft staatssecretaris Dijkhof van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer.

Ook heeft Nederland relatief veel mensen werken aan de databescherming, 75. De Britten spannen daarin wel met afstand de kroon: liefst 365 mensen werken daar aan de veiligheid van burgerdata. In Duitsland houden 87 mensen onze privacy in de gaten. Dat is evenveel als in Bulgarije, maar die moeten het met een minimaal budget doen van 1 miljoen euro.

Wat is de effectiviteit?

Relatief gezien doet Ierland het nog wel aardig, met maar 28 mensen mogen ze daar 3,6 miljoen euro verdelen. Echt flut is het in Italië en Letland, weinig mensen en nog minder geld.

De gegevens werden opgevraagd door het College Bescherming Persoonsgegevens bij de Europese collega's. Gegevens van Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje en Polen ontbreken. Overigens zegt het aantal mensen en het beschikbare budget niets over de kwaliteit van de controle en de invloed daarvan op de politiek. Zie Groot-Brittannië.