De nieuwe virtualisatiemethode, Netslice, spaart processorkracht door elke virtuele machine een eigen network interface card (nic) te geven, aldus Netxen. Omdat elke virtuele machine zijn eigen nic-driver krijgt, kan het besturingssysteem de hypervisor passeren en datapakketten direct aan de hardware afleveren.

Volgens Vik Karvat, Netxens martketingdirecteur, gebruiken veel bedrijven hun virtuele machines nog om relatief lichte applicaties te draaien. Maar dat gaat veranderen: het moet straks ook mogelijk zijn om Microsoft Exchange en business intelligence-pakketten te draaien, aldus Karvat.

"Binnenkort hebben we quad-cpu servers met quad-core processors: machines met zestien kernen dus. De datadoorvoer stijgt dan van een paar honderd megabytes naar één of meerdere gigabytes per virtuele machine. De hypervisor kan slechts een beperkte hoeveelheid data aan."

Om Netslice te gebruiken, is wel een intelligente nic met memory mapping-functionaliteit nodig. Netxen biedt een firmwareupgrade aan om de Netslice-ondersteuning toe te voegen.

Netxen wil in de toekomst ook netwerkadapters bouwen die zich zich 'bewust' zijn van het virtualisatieproces. Volgens Karvat werkt de pci-special interest group (pci-sig) aan verschillende standaarden. Bron: Techworld