De verwachtingen waren hoog gespannen toen Google in de zomer van 2012 bekendmaakte een mediaspeler op de markt te zetten op basis van Android. Het apparaat kon media afspelen van YouTube, apps installeren vanaf Google Play en had een opvallend rond uiterlijk. Wat Apple sinds 2007 (!) al met Apple TV deed, zou Google beter gaan doen.

Maar het liep anders. De vroege gebruikers, bezoekers van de I/O-conferentie in 2012, mochten de Q gratis uitproberen, maar nog geen drie maanden later liet Google weten dat de mediaspeler nooit zou verschijnen. De Q was te duur en kende te weinig mogelijkheden, vonden de testers. Zo kon je op het 300 dollar kostende device bijvoorbeeld geen Netflix, Hulu of Amazon Video gebruiken, wat met goedkopere apparaatjes wel kon.

Chromecast: geen doorslaand succes

Google trok de Q met schaamrood op de kaken terug en deed een jaar later een nieuwe poging met de Chromecast. Dit stickje gooide het over een andere boeg: niet alleen was het veel kleiner, ook de prijs was ruim een factor 8 lager, namelijk slechts 35 dollar. En er zat drie maanden gratis Netflix bij. Maar ondanks dat Google er miljoenen van verkocht (en nog steeds verkoopt), was ook hier kritiek. Zo zijn de beschikbare diensten beperkt, blijf je een lelijke stroomkabel nodig hebben en treedt er latency op.

Wederom in de herkansing

Maar in Mountain View moeten ze gedacht hebben: drie keer is scheepsrecht. Opnieuw probeert men met een mediaspeler de huiskamer binnen te dringen. In tegenstelling tot de Q en de Chromecast komt dit apparaat wel met een afstandsbediening, is de prijs vergelijkbaar met Apple TV (99 dollar), belooft Google dezelfde diensten als Apple en Amazon Fire TV bieden en heeft men als bonus gaming toegevoegd. Maar gezien het floppen van de enorm gehypte Ouya Android-console is het onzeker of dit laatste een meerwaarde zal zijn. Eerst maar eens zien of de Nexus Player naar Nederland komt.