Begin 2012 wordt voor het eerst meer dan 50 procent van alle IT-operaties wereldwijd uitgevoerd door gevirtualiseerde servers. VMware verwacht dat het overgrote deel daarvan de komende jaren migreert naar versie 5.0 van haar virtualisatieplatform vSphere. Een nieuwe hypervisor en nieuwe versies van bijbehorende producten voor beheer en beveiliging zoals vCloud Director, vShield, vCenter Operations en vCenter SRM. Bovendien introduceert het de vooral voor het MKB interessante vSphere Storage Applicance.

Nieuwe mogelijkheden voor virtuele machines

De schaalbaarheid van een virtuele machine wordt in vSphere 5.0 enorm vergroot. Een virtuele machine kan in vSphere 5.0 tot 32 virtuele CPU's en tot 1TB RAM gebruiken. Daarnaast neemt de netwerksnelheid toe van 30 Gb/sec naar 36 Gb/sec en het aantal IOPs (I/O-bewerkingen per seconde) van 300.000 naar 1 miljoen. Verder zijn de mogelijkheden voor 3D-graphics verbeterd, wordt USB 3.0 en hardware met een EFI-BIOS ondersteund, evenals gebruik van Mac OS X Server 10.6 als besturingssysteem binnen een virtuele machine.

Beveiliging en beheer

Beheerders die met vSphere 5.0 de ESX-hypervisor met de bijbehorende uitgebreide beheermogelijkheden verliezen, krijgen daar in vSphere 5.0 de nieuwe ESXCLI-console voor terug. Die is op elke ESXi-host en ook op Windows- en Linux-servers beschikbaar voor beheer van virtuele machines.

vSphere 5.0 biedt nieuwe mogelijkheden om de beschikbare hardware en rekenkracht vergaand geautomatiseerd te beheren. Gebruikers kunnen via een webportal nieuwe virtuele machine aanmaken. Door dit nu niet meer alleen als full maar ook als linked clone toe te staan, is het mogelijk flink te besparen op opslagruimte. Bovendien is er minder tijd nodig om al deze virtuele machines te onderhouden.

vSphere 5.0 maakt het mogelijk om nieuwe virtuele machines automatisch uit te rollen. Vis PXE of gPXE kan de nieuwe ESXi-host opstarten waarna deze contact maakt met de Auto Deploy-server, die op basis van een image en een answer-file de configuratie bepaalt. Er zijn hierdoor geen boot-devices meer nodig of aparte boot-images voor iedere host.

Datacenter en cloud

Zowel serviceproviders als bedrijven die hun eigen infrastructuur hebben, kunnen in vSphere 5.0 gebruik maken van nieuwe mogelijkheden voor uitwijk en site-herstel. Bij een grote storing helpt vCenter Site Recovery Manager de virtuele machines te verplaatsen naar een tweede locatie. En zodra de dienstverlening op de primaire locatie is hersteld, kunnen de machines hiermee ook weer worden teruggezet. De benodigde replicatiefunctie is standaard in vSphere aanwezig, terwijl de nieuwe mogelijkheden het gemakkelijker maken de scenario's voor uitwijk ook frequent te testen. Vooral dit laatste is een grote uitdaging voor veel bedrijven, die zulke tests liever niet uitvoeren vanwege de risico's op verstoringen tijdens zo'n operatie. Het repliceren van de virtuele machines is in vSphere 5.0 mogelijk, ongeacht de gebruikte storage en dus ook tussen ongelijke datacenters met verschillende infrastructuren.

Professionele storage voor het MKB

Een echt nieuw onderdeel in vSphere 5.0 is de VMware Storage Appliance (VSA). VSA verandert lokale opslagruimte op servers in gedeelde opslagruimte beschikbaar voor virtuele machines. VSA is vooral bedoeld voor het MKB, voor wie de aanschaf van een eigen SAN of grote NAS onbereikbaar is en daardoor niet kan beschikken over enkele belangrijke technieken voor virtualisatie, zoals vSphere High Availability en vMotion.

Met VSA wordt de beschikbare opslagruimte van de virtuele machines gecombineerd tot één NFS-datastore en verdeeld deze over deze virtuele machines. Ondanks dat VSA is beperkt tot clusters van maximaal drie ESXi-servers is virtualisatie-expert Eric Sloof, bekend van de NTPRO.NL-weblog, enthousiast over de VMware Storage Appliance en noemt het 'de meest in het oog springende vernieuwing in vSphere 5'. Sloof denkt dat VMware met deze techniek een hoop midden- en kleinbedrijven kan gaan bedienen. “Normaal gesproken kom je bij wat kleinere omgevingen waar twee of drie ESXi server staan geen shared storage tegen. Een iSCSI San of FC SAN zijn voor deze schaalgroottes vaak een te grote investering. Met de VSA kan lokale storage geshared worden, daarnaast zit er nog een aardige toevoeging op in de vorm van redundantie. Als dus een van de ESXi-servers uitvalt nemen de andere twee ESXi-servers de storage over totdat de derde weer in de lucht is. Zo kun je dus ook binnen een wat kleinere omgeving gebruik maken van de voordelen van shared storage. Deze voordelen zijn vMotion, DRS en HA, die normaal gesproken alleen voor Enterprise omgevingen beschikbaar waren", aldus Sloof.

Nieuw licentiemodel

Een bedreiging voor de snelle adoptie van vSphere 5.0 lijkt een zeer aanzienlijke verandering die VMware doorvoert in het licentiemodel[/url. Bedrijven zijn altijd beducht voor dergelijke veranderingen, zeker wanneer ze, zoals nu bij de nieuwe vSphere 5.0 licenties, de gevolgen nog niet goed kunnen overzien.

VMware handhaaft ook in vSphere 5.0 de licentie per processor, maar wisselt de bijbehorende restrictie op het aantal cores en de hoeveelheid fysiek geheugen in voor een restrictie op de hoeveelheid geheugen (vRAM) die is toegewezen aan de virtuele machines. Het aantal fysieke cores en de hoeveelheid fysiek geheugen in een server is dus niet meer van belang. Juist de hoeveelheid geheugen die aan de virtuele machines is toegewezen wordt bepalend voor het benodigde aantal licenties. Dit kan ertoe leiden dat een bedrijf licenties moet kopen voor meer fysieke processors dan het werkelijk in zijn infrastuctuur heeft, alleen om de hoeveelheid gevirtualiseerd geheugen met voldoende licenties af te dekken.

VMware berekent de hoeveelheid vRAM niet per host, maar als een pool over de hele infrastructuur. Dit maakt het gemakkelijker hosts meer of minder zwaar te benutten. Daarbij heeft iedere vSphere licentie een standaard hoeveelheid vRAM. Bij vSphere Standard is dat 24GB, bij Enterprise 23GB en bij Enterprise Plus 48GB per processor.

[url=http://twitter.com/#!/search?q=%23vmwlicensing]Volgens critici brengt het nieuwe licentiemodel vooral hogere kosten met zich mee, wat uiteindelijk in het voordeel kan werken van concurrerende producten van Microsoft en Citrix. Hoewel niet direct gekoppeld aan het aantal virtuele machines, ruilt VMware met het nieuwe licentiemodel namelijk wel degelijk de betaling per fysieke component in voor een per virtuele component, iets waar veel bedrijven altijd erg op tegen waren. Het zou hen namelijk belemmeren in het gebruik van de mogelijkheden van virtualisatie. vCenter Server zal echter geen harde limiet hanteren wanneer de hoeveelheid vRAM overschreden wordt. Wel genereert het een alert zodra de grens wordt bereikt.

VMware vSphere 5 en de geüpdate producten voor beheer en beveiliging van de virtuele infrastructuur komen in het derde kwartaal van 2011 beschikbaar.