De presidentsverkiezingen van 2004 in de Verenigde Staten bevestigden het belang van offshore outsourcing als economisch fenomeen. Verslaggevers en politici gebruikten de media om offshoring af te schilderen als een, veelal Aziatische, boeman. Emoties voerden de boventoon. Het aantal banen dat al verplaatst is of nog dreigt te vertrekken, valt namelijk in het niet bij het totaal aan banen dat jaarlijks verdwijnt en weer wordt gecreëerd. De toon was niettemin gezet. De bevolking was bezorgd, vakbonden en volksvertegenwoordigers verlangden beschermende wetgeving en bedrijven maakten zich ongerust om hun imago. Een voorbeeld van de macht van de media? In Nederland is de berichtgeving genuanceerder. Alhoewel gespecialiseerde publicaties al jaren over offshoring berichten, besteden de landelijke media pas sinds het afgelopen jaar serieus aandacht aan het onderwerp. Vergeleken met artikelen aan de andere kant van de oceaan, zijn de commentaren in dagbladen als De Telegraaf, de Volkskrant en NRC Handelsblad en in weekbladen als Elsevier Magazine en Vrij Nederland echter voornamelijk neutraal informatief of positief. Daarnaast wijzen het ministerie van Economische Zaken en het Centraal Planbureau op de voordelen van offshoring. Geen Nederlandse mediahoofdpijn voor Indiase, Chinese en andere buitenlandse dienstverleners, maar speelt het nieuws in kranten, via radio en televisie en op internet eigenlijk wel een rol in offshoringsbeslissingen? Volgens Girish Ramachandran, Regional Director Noord-Europa voor het Indiase Tata Consultancy Services (TCS) in Amsterdam, slechts in beperkte mate. "De belangrijkste motivatie voor offshoring vormen de beslissingen van de concurrenten en de voordelen die ze daarmee behalen", relativeert Ramachandran de rol van de media. "Tevens gebruiken de decision-makers analyses en rapporten van adviesbureaus zoals Gartner, Forrester Research, McKinsey's Global Institute en IDC", vult hij aan. Seminars, conferenties, zakelijke en persoonlijke contacten maken het linkerrijtje van informatiebronnen compleet. In de rechterkolom bevinden zich de media. Daarbij maken managers wel degelijk onderscheid tussen de verschillende media. Ramachandran legt uit dat kranten en tijdschriften de meeste invloed hebben, gevolgd door websites op internet. Televisie en radio sluiten de rij. Nochtans acht hij de invloed van de media relatief gering. De offshoringbeslissingen worden namelijk genomen uit concurrentie- en economische overwegingen. Vervolgens dienen ondernemers evenwel voor een van de veelal onbekende en vaak ver weg gelegen landen te kiezen. Voor offshoringbestemmingen is imago dan ook een belangrijk concurrentiewapen. Wie of wat bepalen echter dat imago? Volgens het Amerikaanse PR adviesbureau Edelman zijn dat voornamelijk journalisten van de invloedrijke media in economische grootmachten zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland. Zij schetsen immers het beeld van een land in een opeenvolging van nieuwsberichten, columns en achtergrondartikelen. Informatie en meningen, die de media in andere landen ook gebruiken. Daarnaast spelen tevens de media in bekende offshoringsbestemmingen zoals China en India een rol, bijvoorbeeld de The China Daily en de The Economic Times. Onderzoekers van Edelman interviewden ruim zestig journalisten, onder andere van The Wall Street Journal, the Financial Times, Le Monde en Der Spiegel. Zoals was te verwachten, liggen India en China het beste bij de journalisten. Ruim 80 procent heeft vertrouwen in de economische toekomst van beide landen. Verrassenderwijs hebben ze zich nochtans ook een positief toekomstbeeld gevormd van Brazilië. Onder de links georiënteerde president Da Silva voert dat land noodzakelijke economische hervormingen door. Rusland krijgt evenwel veel kritiek. De autocratische regering wordt als voornaamste probleem gezien. Het overgrote merendeel van de ondervraagden is dan ook uitermate pessimistisch over de toekomst van dat land. Polen doet het daarentegen vrij redelijk. Daarbij speelt, evenals bij Brazilië, vooral de gunstige indruk van het zakenklimaat een rol. Tsjechië en Hongarije zijn in het onderzoek niet meegenomen, maar beide landen hebben een goede pers in de Nederlandse media. Uiteindelijk vormt het mediabeeld natuurlijk slechts een onderdeel van de beslissingspuzzel. Meningen en kennis van collega's, vrienden en experts zijn belangrijker. Daarnaast speelt de eigen ervaring eveneens een rol. Afhankelijk van de waarnemer levert de werkelijkheid van een land immers verschillende beelden op. "Kranten, tijdschriften en internet kunnen evenzogoed een belangrijke invloed hebben op de keuze voor een offshoringsbestemming", besluit Ramachandran. Voor decision-makers is het van belang te begrijpen hoe nieuws en rapportages inwerken op hun beslissingen. De media kunnen relatief eenvoudig een verleidelijk beeld van een land presenteren. De concurrentiepositie van een bedrijf is echter geen luchtspiegeling of mediaconstructie. Voor decision-makers is uiteindelijk alleen de 'bottom line' van belang: winst maken. Daartoe moeten met enige regelmaat beslissingen genomen worden over zelf doen of uitbesteden. Informatie komt uit verscheidene bronnen, waaronder de media. Wel of geen offshoring is niet het resultaat van mooie beelden in het journaal of krachtige koppen in de ochtendkrant. Journalisten beslissen niet, maar kleuren wel het beeld van een land. Ze nemen niet het besluit, maar beïnvloeden ze misschien wel de bestemming? Bron: Techworld