De OPTA wil dat de zogenoemde terminating tarieven verlaagd worden. Dit zijn de kosten die de mobiele operators in rekening brengen voor het afleveren van een gesprek aan hun abonnees. Nu bepaalt elke mobiele telecommaatschappij zelf de prijs die het rekent voor het aannemen van dit soort telefoongesprekken. De telecomwaakhond heeft twee mogelijkheden om de hoge tarieven aan te pakken. In de eerste plaats is er een rol weggelegd voor KPN. Door deze telecommaatschappij aan te wijzen als een aanbieder die een 'aanmerkelijke marktmacht op het vaste én mobiele netwerk' bezit, denkt de OPTA dat een deel van de kosten omlaag kunnen. Maar in de ogen van de OPTA is deze eerste optie niet de beste. Het nadeel is dat KPN op dit moment op basis van de huidige regelgeving niet aangewezen kan worden als 'aanmerkelijk marktmacht'. Daarbij komt dat een eventuele regeling met KPN alleen gevolgen heeft voor de kosten voor bellen naar klanten van KPN Mobile. De overige mobiele aanbieders blijven op deze wijze buiten schot. De tweede optie heeft volgens de OPTA meer kans van slagen. In dit geval wordt een 'redelijkheidstoets voor de tarieven' in het leven geroepen. Dit voorstel houdt in dat alle mobiele aanbieders uiterlijk na een periode van anderhalf jaar kostengeoriënteerde tarieven moeten gaan berekenen. Gedurende deze periode worden de prijzen dan stapsgewijs verlaagd.