Met het uitdijen van de telecomsector heeft ook de door de overheid ingestelde toezichthouder OPTA het steeds drukker gekregen. Dat zegt woordvoerder Richard van Eijken van OPTA vrijdag. Van Eijken gaf een toelichting op een nog niet gepubliceerd interview dat het ANP met OPTA-voorzitter Jens Arnbak had. In 1999 behandelde de toezichthouder 19 geschillen. Dit jaar had de OPTA 23 zaken ingecalculeerd, maar met nog twee maanden te gaan staat de teller al op 21. "Daar gaan we dus waarschijnlijk wel overheen", aldus Van Eijken. Voor volgend jaar houdt de telecomwaakhond rekening met 30 zaken. Wil de OPTA deze zaken binnen de gestelde termijn kunnen blijven behandelen, dan zal het aantal medewerkers volgens de woordvoerder moeten worden uitgebreid. De geschillen betreffen conflicten tussen marktpartijen. De groei van het aantal zaken wordt volgens Van Eijken veroorzaakt door "KPN en andere gewezen monopolisten". Daarbij valt te denken aan kabelmaatschappijen als UPC, die binnen hun dekkingsgebied ook een monopoliepositie innemen. "Gezien de omvang van die ondernemingen, is het niet vreemd dat zij het grootste deel van het aantal geschillen voor rekening nemen", zo zegt Van Eijken. Naast een toenemend aantal beroepszaken neemt het aantal klachten dat consumenten indienen toe. Van Eijken: "Die zijn bij ons niet altijd aan het goede adres, sommige mensen bellen om te zeggen dat hun telefoon niet werkt, maar we moeten ze toch behandelen." De toezichthouder heeft op dit moment 110 mensen in dienst. Daar komen er volgend jaar in ieder geval 15 bij, maar volgens Van Eijken zijn nog meer mensen nodig.