De servers met de nieuwe T5- en M5-processoren zijn hoogstpersoonlijk door Oracle's CEO Larry Elisson gepresenteerd tijdens een event in San Francisco, waarbij hij op zijn bekende manier luidkeels verkondigde dat de nieuwe chips die van Intel en IBM ver achter zich laten.

Eigen architectuur in plaats van die van Fujitsu

Met name in de M-serie is de nieuwe chip een kleine revolutie in de aanpak van Oracle. Zowel Sun als later Oracle maakte tot nu toe gebruik van Fujitsu's Sparc64 -chips, waar de T-serie, die lager in hiërarchie staat, wel in-house werd gebouwd. Nu heeft Oracle voor het eerst de M-chip zelf ontworpen. “Het is volledig ons intellectueel eigendom", zegt Marshall Choy, Oracle's directeur van systems solutions, tegen IDG News Service, de internationale persdienst van Webwereld.

Voor beide chips is nu gebruik gemaakt van eenzelfde architectuur, een strategie die al door diverse analisten was voorzien. Daarmee wordt bespaard op ontwikkelkosten voor zowel hardware als software. Kostenbesparing is essentieel om de marges in de sterk dalende hardwaremarkt op peil te houden.

Twee maal zo veel kernen

De nieuwe Sparc T5-processor heeft twee keer zo veel kernen als zijn voorganger, de T4. Het aantal kernen is van 8 naar 16 gegaan, de kloksnelheid is verhoogd en de I/O-bandbreedte is verhoogd. De serie komt met rackserver servers met twee, vier en acht processorsockets, met lager in markt een single socket bladesysteem. De servers zullen Solaris draaien.

In de nieuwe M-serie heeft Oracle de M5-32 gepresenteerd, een high-end symmetric multiprocessing (SMP)-machine die het moet opnemen tegen de Power 795 Unix-server, de grootste server van IBM. De M5-32 ondersteunt tot 32 TB aan systeemgeheugen en draait op de zes kernen van de Sparc M5. Die kernen zijn dezelfde als die van de T5. Het verschil tussen beide processoren zit in het weghalen van enkele kernen uit de M5 en de toevoeging van een zes maal groter Level2 cachegeheugen dan de T5.

On-chip versnellers voor Java

Oracle heeft verder on-chip versnellers voor zijn database op de planning staan. In 2014 moeten die accelerators zijn ingebakken op de Sparcs. Ook zijn er dergelijke versnellers voor Java in de maak. Daardoor worden de kernen beter gebruikt, zegt Oracle volgens The Register.

Analisten zeggen dat de stap van Oracle om zijn eigen Sparcs te maken, logisch is en allang in de pijplijn zat, maar vragen zich ondertussen wel af hoe lang Oracle dat economisch kan volhouden. De verkopen van Unix-systemen dalen al jarenlang. Sun Microsystems kwam daardoor in de problemen, maar sinds Oracle het bedrijf kocht is de daling alleen nog maar harder gegaan. Sinds de aankoop van Sun drie jaar geleden zag Oracle het aantal verkochte Unix-systemen met maar liefst de helft dalen.

Oracle kan weer enkele jaren door

De kostenbesparing die Oracle bereikt door de T- en de M-systemen op dezelfde chiparchitectuur te baseren, helpt het bedrijf in ieder geval enkele jaren vooruit met nieuwe generaties Sparc-processoren. Daarnaast stopt het bedrijf de servers vol met eigen software, zoals HP dat doet met zijn Itanium-series. De servers van Oracle zijn allemaal voor algemeen gebruik, dus kunnen ook worden geplaatst in geïntegreerde systemen als de Exadata Database en de Sparc Supercluster.