Pretium Telecom biedt volgens de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) klanten geen mogelijkheid om bezwaar te maken tegen het ontvangen van telefonische verkoopgesprekken. Dit 'recht van verzet' is volgens de Telecommunicatiewet verplicht voor telemarketing. OPTA had eerder nadere informatie opgevraagd bij Pretium, dat in beroep ging tegen dit verzoek. Dit 'verzoek om voorlopige voorziening', vragen om uitstel van een bepaalde maatregel, is door de voorzieningenrechter naar de prullenbak verwezen.

OPTA legde het telecombedrijf op 11 juni dit jaar een dwangsom op van 5.000 euro per dag, oplopend tot 75.000 euro omdat het niet inging op de sommatie. De aanleiding voor het onderzoek van OPTA was een advertentie van Pretium in een aantal landelijke dagbladen getiteld: “Consumentenautoriteit manipuleerde met zogenaamde klachten en onderzoeksresultaten." Daarin werden gesprekken van telenmarketeers van Pretium weergegeven die niet voldeden aan de regels.

Alsnog informatie verstrekken

Pretium verweerde zich met het argument dat er geen grond zou zijn voor het verstrekken van de informatie. De rechter besloot vorige week donderdag de voorlopige voorziening af te wijzen. "De rechter stelde dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorziening", schrijft OPTA. " Daarnaast oordeelde de rechter dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om te betwijfelen dat het dwangsombesluit in een bodemprocedure in stand zal blijven."

Pretium is nu verplicht alsnog de informatie te overhandigen. Het bedrijf heeft tot en met 1 september de tijd gekregen om de informatie te overleggen zonder dwangsommen te moeten betalen.

In de clinch

Pretium ligt al langer in de clinch met de OPTA. Zo mag het bedrijf niet langer met de naam van de OPTA leuren om potentiële klanten over de streep te trekken.

In mei dit jaar kreeg Pretium Telecom 35.000 euro boete van de Consumentenautoriteit voor het op onjuiste wijze werven van klanten. Dit bedrag volgde op een eerdere boete.