Vorige week liet de RIAA (Recording Industry Association of America) weten dat het zou stoppen met de eindeloze reeks rechtszaken tegen internetgebruikers die auteursrechtelijk beschermd materiaal uploaden. De organisatie wil voortaan samenwerken met providers om piraten op die manier aan te schrijven en desnoods af te sluiten.

Het besluit van de copyrightwaakhond werd alom geprezen, maar de keerzijde van deze beslissing wordt langzaam duidelijk.

Kosten

Het controleren en opsporen van gebruikers die zich via P2P schuldig maken aan dit soort praktijken zou niet goedkoop zijn en internetproviders willen niet voor deze kosten opdraaien, beweert Jerry Scroggin, eigenaar van internetprovider Bayou Internet and Communications(BIC)uit Louisiana. BIC heeft ongeveer 11 duizend klanten en ontvangt al regelmatig berichten van RIAA over het opsporen van gebruikers. Scroggin: "Ik krijg elke maand zo'n bericht en iedere keer reageer daarop met de vraag waar ik mijn rekening naartoe mag sturen. Doorgaans hoor ik daarop niets meer terug."

Tegenwerken niet de intentie

Scroggin ziet de noodzaak van het beschermen van auteursrechten van platenmaatschappijen en heeft niet de intentie om het plan van RIAA tegen te werken. Naar eigen zeggen heeft hij in het verleden ook regelmatig samengewerkt met overheidsinstanties, maar in het geval van RIAA ziet hij niet hoe hij moet samenwerken: "Er is weinig informatie om mee te werken, maar tegelijkertijd zijn er torenhoge kosten verbonden aan het opsporen van een internetgebruiker die misschien niet eens iets verkeerds heeft gedaan".

Tijdrovend en duur

Scroggin legt uit: "Het kost veel tijd en geld om, bijvoorbeeld, technici te betalen om logbestanden voor internetverkeer uit te pluizen, zeker wanneer je je realiseert dat gebruikers hun ip-adres kunnen spoofen of hun activiteiten op andere manieren kunnen verhullen. Daarnaast is het opsporen van P2P-gebruikers minder belangrijk dan het opsporen van bijvoorbeeld mensen die kinderporno verspreiden. Als wij lange uren gaan steken in het opsporen van activiteiten die achteraf niet eens strafbaar blijken, dan komen we daar budgettair mee in de problemen."

Verizon werkt niet mee

Volgens Scroggin is het dan ook opmerkelijk dat RIAA de kosten van dit opsporen bij de internetproviders wil neerleggen. Uitgerekend de copyrightwaakhond weet hoe hoog deze kosten zijn. Het stopzetten van de rechtszaken levert RIAA een aanzienlijke kostenbesparing op, terwijl de nieuwe opsporingsstrategie een stuk effectiever is dan het schrikbewind dat de organisatie voorheen voerde. Internetproviders vinden het dan ook niet eerlijk dat zij, ten minste een deel, van die kosten zullen moeten gaan dragen. Om die reden heeft telecomprovider Verizon dan ook laten weten geen medewerking te zullen verlenen aan RIAA.

De RIAA beweerde vorige week dat het met een aantal providers afspraken heeft gemaakt, maar kon destijds geen namen noemen.