DC-Protect is een backupapplicatie die wordt meegeleverd op een server met als besturingssysteem Gentoo Linux. Dit systeem bevat de harde schijven in raid-configuratie waarop uw data wordt gebackupt.

Systemen die moeten wordt gebackupt kunnen voudigweg worden voorzien van de meegeleverde agent. Dit is een programma dat op de achtergrond draait en is beschikbaar voor alle mogelijke platformen (opmerkelijk genoeg overigens niet voor Novell Netware). Een Mac-versie is er ook nog niet, maar die is wel gepland.

Beheer

DC-Protect communiceert met alle machines die gebackupt moeten worden in uw netwerk met behulp van de daarop geïnstalleerde agenten. U beheert alles via een webinterface. Daarop maakt u backup- en restoretaken aan, wijzigt u alle mogelijke instellingen en kunt u ook nieuw te backuppen stations in het systeem voegen.

Te backuppen netwerkclients heten bij DC-Protect 'assets' (activa). Het eigenlijke beheer is erg eenvoudig. U definieert gebruikers en groepen, assets en backuptaken. Elke taak is automatiseerbaar doordat u opgeeft wanneer (op welke dagen en op welke tijdstippen) ze uitgevoerd moeten worden. Voor notebooks kunt u ook opgeven dat een backuptaak bij elke systeemstart moet lopen.

Tot dusver lijkt DC-Protect nauwelijks te verschillen van andere backupoplossingen, maar schijn bedriegt. DC-Protect maakt namelijk gebruik van een hele slimme techniek van finger printing (met MD5), waarbij het systeem perfect kan zien of bestanden werkelijk gewijzigd zijn en ook of bepaalde bestanden identiek zijn.

Grote bestanden worden in stukjes van standaard 1 MB (u kunt deze omvang zelf bepalen) gekapt en voor elk segment kan dan ook zo'n fingerprint aangemaakt worden en gekeken of het identiek is of niet. Alleen nieuwe data hoeft dan nog naar de server gekopieerd te worden.

Om dit zo flexibel mogelijk te maken, kent DC-Protect een strikte scheiding van metadata en eigenlijke data. Een DC-Protect agent werkt eigenlijk met metadata (bestandsgegevens zoals paden, naam, extensie, datum, tijd en attributen) en fingerprints. Bij een backup worden die zowel lokaal opgeslagen als naar de server gestuurd.

De server zelf slaat ook die metadata en vingerafdrukken op, maar uiteraard ook de bijbehorende echte data. Als een agent nu afkomt met een bestand dat de server al aan boord heeft (omdat het om een identiek exemplaar of om een ongewijzigd bestand gaat), dan hoeft de eigenlijke bestandsdata niet meer gekopieerd te worden naar het DC-Protect-systeem toe. Alleen de metadata wordt wel gekopieerd omdat die kan verschillen. Identieke bestanden worden zo maar één keer echt naar de DC-Protect gebackupt. Dit betekent een enorme tijdsbesparing.

Overigens is het mogelijk om meerdere DC-Protect systemen te doen samenwerken, bijvoorbeeld om de inhoud van DC-Protect naar een grotere server of servercluster op een andere locatie te sturen. Ook hierbij zal het systeem van metadata en fingerprinting toegepast worden om ervoor te zorgen dat alleen de echt nieuwe data over het netwerk gekopieerd wordt.

DC-Protect past trouwens ook nog eens een compressie én een encryptie toe op alle gekopieerde data. DCT gaat er prat op, dat waar conventionele backupsystemen voor een initiële of volledige backup nog altijd 50 procent van de geselecteerde data en voor dagelijkse incrementele backups zo'n 10 tot 15 procent van de geselecteerde data moet kopiëren, DC-Protect slechts 25 procent nodig heeft voor de initiële backup en daarna dagelijks 1 procent. Zelfs als u ervoor kiest een 'full backup' uit te voeren, zal DC-Protect nauwelijks iets moeten kopiëren omdat al die data immers al in het apparaat zit.

Prestatietest

We hebben onze gebruikelijke backuptest uitgevoerd. Speciaal voor het testen van backups hebben we een speciale testverzameling van data aangemaakt. Daartoe creëren we op de harde schijf in onze test-pc een te backuppen directoryboom die 23.304 bestanden en 846 directory's bevat en in totaal zo'n 3,3 GB in beslag neemt.

Nu zitten er in die boom wel degelijk een flink aantal identieke bestanden. Andere backupprogramma's hebben die nooit gevonden en backupten dus de hele 3,3 GB. DC-Protect haalde er feilloos alles uit wat uniek was en moest zo nauwelijks één zesde van de werkelijke boom effectief over het netwerk naar de appliance kopiëren.

In onze test haalde DC-Protect daardoor een fenomenale backupsnelheid van zo maar even 431 MB/min. Bij de restoretest moest DC-Protect wel degelijk àlle bestanden terugzetten, dus ook de niet-unieke. Daardoor lag de restoresnelheid een heel stuk lager: 114,7 MB/min. Omdat backuppen veel vaker moet gebeuren dan restoren, betekent dat duidelijk een enorme besparing in tijd, opslagruimte en netwerkbandbreedte - en dus ook in geld. Bron: Techworld