De Open Data Center Alliance is geïnitieerd door bedrijven als BMW, Shell, Deutsche Bank, Marriott International, Terremark en UBS. Deze bedrijven hebben allemaal een aantal grote datacenters, en daarin komen ze allemaal ongeveer dezelfde problemen tegen.

Volgens Boyd Davis, vice president van de Intel Architecture group, hebben de verschillende bedrijven twee belangrijke problemen. Ten eerste is het moeilijk om van de huidige infrastructuur over te gaan op de volgende generatie architectuur.

Problemen

BMW heeft bijvoorbeeld een aantal datacentra verspreid over de hele wereld. Op dit moment is daarin nog maar 32 procent van de Windows machines gevirtualiseerd en 22 procent van de Linux machines. Verder moeten nog zeer veel onderdelen met de hand worden beheerd, er is vaak niet de mogelijkheid om meerdere klanten gebruik te laten maken van dezelfde server (multi-tenancy), en er zijn problemen met de veiligheid. Het grote probleem is nu hoe BMW uit deze situatie los moet breken en over moet stappen naar datacenter waarin alle bronnen naadloos en veilig samenwerken. In die nieuwe architectuur moet automatisch geschaald worden op basis van policies en rekening worden gehouden met de verschillende clients.

Verder zijn er problemen met de vendor lock-in en het waarborgen van de interoperabiliteit. Richard Curran, director product marketing van Intel, schetst dat producenten om beurten met sprongen vooruit gaan, maar dat de klant blijft vastzitten aan het systeem dat hij heeft gekocht. Omdat de interoperabiliteit er niet is, wordt het voor de klant moeilijk om bij te blijven en wordt het vrijwel onmogelijk om van de ene fabrikant over te stappen naar de andere.

Voor CERN is dit een belangrijk punt, vertelt Wolfgang Rüden, hoofd van CERN OpenLab, aan Webwereld. “Veel van wat we doen is open source, dus zijn interoperabiliteit en open standaarden erg belangrijk voor ons.”

Samen staan we sterk

Daarom besloten de bedrijven hun handen ineen te slaan om deze problemen uit de weg te ruimen. De Alliantie is opgericht na gesprekken tussen de verschillende bedrijven en Intel. De uiteindelijke oprichting is echter zonder Intel gegaan. De bedrijven komen op voor hun belangen als eindgebruiker. Er werd te weinig naar de klanten geluisterd, zo vinden ze.

Het is de bedoeling dat de Alliantie een serie eisen gaat stellen aan de producenten van software en hardwarecomponenten van datacenters. Curran stelt dat dit de eerste keer is dat gebruikers de producenten vertellen wat ze willen. Terwijl het nu nog zo is dat de producenten producten ontwikkelden en vervolgens kijken of klanten ze willen hebben. Als het aan de alliantie ligt, gaat het voortaan andersom. Voortaan vertellen klanten wat ze willen hebben, en doordat er grote spelers bij zitten, en doordat het er veel zijn, verwacht Davis dat de producenten zullen gaan leveren wat gevraagd wordt. Als ze aan de eisen voldoen hebben ze namelijk betere kansen op de markt.

Scepsis

CERN is als bijdrager ingestapt in de alliantie. Ze hebben over de jaren een computing grid ontwikkeld, vertelt Rüden, maar dat kan op een gegeven moment worden vervangen door een cloud. Daarom bestaat de interesse in dit initiatief. “Het is goed dat het onafhankelijk is van producenten”, zegt hij, maar hij benadrukt wel dat er nog moet worden afgewacht wat de uitkomst zal zijn. “Ik weet nog niet of het succesvol zal zijn, maar het is een indrukwekkende gemeenschap. Als het goed georganiseerd wordt en iedereen op hetzelfde niveau denkt, dan kan het succes hebben.”

Ook Davis verwacht wel scepsis omdat het een heel ambitieus plan is en ingeschoten wordt als een 'game changer'. In het verleden zijn zulke initiatieven mislukt, maar hij geeft dit zeker een goede kans. Curran stelt als voorwaarde dat bedrijven er ook echt achter moeten gaan staan.”Ze moeten hiervoor juridische documenten tekenen, ze moeten er tijd en moeite in steken. Daarvoor moeten ze zich er wel van bewust zijn dat dit in hun eigen voordeel is”, zegt hij. Het moet nu concreet worden gemaakt in de directiekamers. "Het moet een radicale verandering worden in hoe er naar IT gekeken wordt.”

Niveau's

Er zijn drie niveau's in de alliantie. Het hoogste niveau is de zogenoemde Steering Committee, waarin 10 grote initiatiefnemers zitten. In de Steering Committee zal uiteindelijk gestemd worden over de eisen. De leden van de Steering Committee zitten ook in de groep bijdragers (Contributors).

Tot slot zijn er de Adopters. Die zullen de verschillende voorstellen eerst onder ogen krijgen, waarna ze er commentaar op kunnen leveren.

Intel heeft in dit alles een adviserende rol, en heeft geen stemrecht. “Dus Intel moet net zo goed voldoen aan de eisen die de Alliantie gaat stellen, net als alle andere producenten”, zegt Davis. Wel geeft hij toe dat Intel het voordeel heeft dat ze vanuit hun positie van adviseur meer inzicht hebben in wat de leden van de Alliantie willen, waardoor ze beter dan de concurrentie op de wensen kunnen inspelen. Maar het hoeft niet noodzakelijk in het voordeel van Intel uit te pakken, benadrukt hij.