De twee techbedrijven hebben in Schotland een kleinschalige proefopstelling gebouwd in een vrachtwagen. Sun en Belgacom claimen met slechts frisse lucht en warmtebestendige apparatuur het aantal verstookte watts voor datacentrumkoeling te kunnen decimeren.

Koelkosten gedecimeerd

Een gemiddeld datacentrum heeft momenteel een Power Usage Effectiveness (PUE) van 2. Dit betekent dat de helft van alle verbruikte elektriciteit opgaat aan koeling, vooral de airco verbruikt erg veel stroom. Met nieuwe constructie werd een PUE van 1.06 bereikt. Dat is dus een 94 procent efficiëntere koeling en dit halveert daarmee bijna de totale energiebehoefte van een datahotel, zo becijferen Sun en Belgacom.

Airco overbodig

In plaats van lucht rondpompen die door energieslurpende airconditioning wordt gekoeld, wordt in de 'Free Air Cooling Proof of Concept' alleen buitenlucht door de serverracks geblazen. Het betreft een klassieke datacentrumopstelling met rijen van serverkasten, met aan de voorkant een koude gang (waar de lucht wordt ingepompt) en aan de achterkant een warme gang. Maar in plaats van dat de opgewarmde lucht voor hergebruik weer wordt gekoeld verdwijnt deze simpelweg door een rooster naar buiten.

Randvoorwaarden

De opstelling heeft een aantal belangrijke beperkingen. Zo is een fris klimaat noodzakelijk, omdat de aangevoerde lucht niet te warm mag zijn. Sun en Belgacom testen niet voor niets in het koele en winderige Schotland. De klimatologische omstandigheden in de meeste Europese landen, waaronder België en Nederland, lenen zich echter voor deze frisse luchtkoeling, stellen zij.

Een andere cruciale factor is de verbeterde warmtetolerantie van de apparatuur. Het experiment gebruikt servers van Sun en netwerkapparatuur van Cisco die voldoen aan de ETSI standaard EN 300 019-1-3 class 3.1. Dit betekent dat de apparatuur blijft functioneren bij een temperatuur tot 35 graden en uitschieters naar 40 en zelfs 45 graden Celsius moet kunnen verdragen. Naast warmtebestendigheid is stofbestendigheid een belangrijke voorwaarde, omdat er niet langer een gesloten systeem is en verse buitenlucht stof meebrengt, ondanks filters.

Uiteraard is met dergelijke warmtebestendige apparatuur sowieso al veel energie te besparen, met of zonder airco. Het probleem is echter dat deze ETSI–warmtestandaard nog nauwelijks in beeld is bij producten en afnemers van netwerkapparatuur, aldus projectleider Johan Vanderhaegen van Belgacom tegenover Webwereld. Een concurrerende markt voor producten die aan de standaard voldoen is dan ook nog ver weg, stelt Vanderhaegen.

Verlaagd plafond

Een andere cruciale factor is de beperkte schaalbaarheid van de gebruikte opstelling. In het experiment grenst de gehele warme gang immers aan de buitenwand met daarin de afvoerroosters. Dit is in een datahotel met meerdere gangen onmogelijk. Om toch van de warme lucht af te komen is een verlaagd plafond met daarin afzuigcapaciteit noodzakelijk, vertelt Vanderhaegen. Belgacom bouwt dergelijk verlaagde plafonds nu standaard in bij nieuwe datacentra, om zo klaar te zijn voor frisse luchtventilatie op grote schaal.