De huidige trend in integratie is niet langer het interoperabel maken van toepassingen -- dat is het mechanische gedeelte van integratie. De meeste leveranciers slagen wel in interoperabiliteit, daarbij geholpen door standaarden als Java, soap en xml. Het grootste verschil tussen de huidige en de volgende generatie toepassingen ligt in hun capaciteit om real-time interactie te bewerken tussen onafhankelijk ontwikkelde componenten. Massimo Pezzini van Gartner gelooft dan ook dat architecten en leveranciers hun software modules moeten inkapselen en de interface specificaties systematisch moeten documenteren opdat ze in een omgeving met bedrijfscomponenten zouden communiceren. Pezzini denkt dat twee lagen niet voldoende zijn voor tot stand brengen van een flexibele integratie. Soa-interfaces met twee lagen zijn enkel goed in kleine sets van zelden veranderende modules. De industrie speelt daar volgens hem op in door (off-the-shelf) voorverpakte toepassingsspecifieke adapters beschikbaar te stellen voor specifieke doeleinden. Die voorverpakte integratie bevat drie lagen. Nieuwe modules kunnen in elke laag in een bestaande oplossing ingeplugd worden zonder dat bestaande componenten worden verstoord. De beste van deze voorverpakte integratiepakketten beschikken ook over een combinatie van client/server soa en actiegedreven relaties tussen de modules. Pezzini stelt dat het gebruik van standaarden enkel goed is als maatwerk geen duidelijk voordeel heeft. Zo is de standaard integratiemodule enterprise service bus (esb) de belangrijkste ontwikkeling in de huidige integratiemarkt omdat het de kern zal vormen van het zogenaamde Enterprise Nervous System --een netwerk waarin de integratie tussen verschillende systemen ingebakken zit. Esb's worden volgens Gartner de belangrijkste producten in de softwarestrategieën van grote organisaties. Zij leveren een inplugbare communicatieruggengraat die uitgebreid kan worden met transformatiefunctionaliteit, berichtenvalidatie, logging, auditing, beveiliging, monitoring, business process management, enzovoort. Esb's zijn nuttig in ondernemingen met 20 of meer SOA services of met actiegedreven bedrijfscomponenten. SeeBeyond is een platformonafhankelijke esb-leverancier. Dit soort esb's heeft meestal een veel bredere integratiecapaciteit dan de gewone platformafhankelijke. Volgens Pezzini tendeert de markt naar dit type van esb's omdat ze coherentie leveren in een heterogene omgeving waarin verscheidene toepassingsservers en ontwikkelwerktuigen worden gebruikt. Ze leveren een geünificeerde registratie van diensten, een centraal administratiedomein, gedeelde beveiligingsmechanismen en een eenvormig programmeringsmodel voor alle service componenten. Dit leidt tot relatief lage ontwikkelingskosten, administratieve eenvoud, lage onderhoudskosten en lage tco. De meeste huidige integratieprojecten gaan niet alleen voor esb's. Er wordt een grote verscheidenheid aan technologieën ingezet. Bij niet meer dan 10 procent van de huidige integratieprojecten wordt gebruikgemaakt van integratiepakketten. Maar dit aandeel stijgt wel, mede omdat het ingezet kan worden in een breed veld van projecten waar het de complexiteit betreft tegen een prijs die niet valt te evenaren. Sun kan met de overname van SeeBeyond daarom een erg belangrijke speler worden in de integratiemarkt. Maar dan moet het bedrijf er wel in slagen de overgenomen producten en technologieën succesvol te integreren in zijn aanbod. Bron: Techworld