De dienst is voornamelijk geschikt voor het testen en ontwikkelen van nieuwe applicaties en is gericht op ontwikkelaars, studenten en startups. Die groepen hebben nu eenmaal nog geen uitgebreid hardwarepark en als ze gebruik maken van de cloud hoeven er zo ook geen aan te schaffen. Maar ze kunnen hun applicaties bijvoorbeeld wel testen onder zware belasting, als dat nodig is.

In tegenstelling tot Network.com, de cloudservice avant la lettre, kan op het Open Cloud Platform niet alleen Solaris worden ingezet. De beschikbare drie besturingssystemen zijn OpenSolaris, Windows en Linux. Ontwikkelaars kunnen de service via een webbrowser aanspreken en daar kunnen ze hun systemen samenstellen met een drag-en-drop interface. Of met een commandline, als ze dat liever hebben. Bovendien hebben ze de beschikking over een aantal cloud API’s.

Juist met die API’s hoopt Sun zich te onderscheiden van Amazon. Ze zullen worden gepubliceerd onder een Creative Commons licentie, zodat klanten ze kunnen bekijken en kunnen bijdragen aan de ontwikkeling. Onder andere zal er een storage beheer API komen, een Storage WebDAV API en een storage object API. Die zullen compatibel zijn met S3 van Amazon. Verder zorgt Sun voor bibliotheken voor Java, Ruby en Python.

De dienst is intern al uitgebreid getest, maar er is nog wel wat werk te verrichten voor Sun. Zo moet er nog een gedegen betalingssysteem komen, iets wat Amazon al helemaal heeft uitgewerkt.

In de toekomst verwacht Sun nog meer cloud services te kunnen lanceren, zoals een hosted versie van de MySQL database. Dat is natuurlijk ook nodig, omdat bij ontwikkelaars, studenten en startups niet bepaald het grote geld zit. Deze eerste service is dan ook maar een voorzichtig stapje in de cloud. En we moeten natuurlijk nog afwachten of Sun Microsystems inderdaad wordt overgenomen, en wat er daarna van alle plannen overblijft.

Bron: Techworld