De markt voor desktopvirtualisatie begint te lijken op een race tussen twee stallen. Immers, Microsoft heeft Virtual PC zo goed als opgegeven (de laatste update is alweer van meer dan een jaar geleden), en de rest (inclusief Microsoft) heeft zich toegelegd op het rekencentrum. Gevolg: het speelveld wordt alleen nog bemand door VMware Workstation en xVM VirtualBox van Sun Microsystems. En zoals gebruikelijk bij dit soort situaties, waarbij één product de high-end domineert terwijl de rest op zoek gaat naar een niche: de beide spelers verschillen als dag en nacht.

In de binnenbaan hebben we VMware Workstation, de desktop virtualiserende hengst met blauw bloed in de aderen. Alles aan dit paard lijkt tot in de puntjes verzorgd, en ik kan geen toeter of bel ontdekken die VMware heeft gemist. Duidelijk een staaltje van compleet ontwerp.

De uitdager in de buitenbaan is xVM VirtualBox 2.0, een product dat Sun in handen kreeg met de overname van het nietige Innotek. VirtualBox moet het vooral hebben van het feit dat het 'vrij' is (verkrijgbaar als closed source downloadable, en als een beperktere open source-versie), waarmee hij de eerste keus is voor diegenen die zich verzetten tegen de gevestigde orde en gruwen van het prijskaartje dat aan Workstation hangt.

Het speelveld lijkt klaar te liggen voor een wedstrijd tussen de gespierde volbloed en de aanhankelijke oude ploeger. Maar omdat Sun zijn aanzienlijke technische middelen in VirtualBox steekt (recent voorbeeld is de 64-bits ondersteuning), zou de echte race kunnen liggen in de vraag of VMware erin slaagt om Workstation genoeg te differentiëren voor de high-end markt, terwijl VirtualBox zich stilletjes begeeft tussen het tolerantere volk. Het kan een interessante confrontatie worden. Daar gaan ze!

De legendarische volbloed

Wat kunnen we nog melden over VMware Workstation? Maar weinig producten hebben zoveel tijd alleen aan de top gestaan. Maar, zoals we hebben gezien met de bèta van 6.5: het bedrijf weigert om op zijn lauweren te rusten. Elke release wordt de lat voor eventuele uitdagers hoger gelegd, en met 6.5 niet met een paar centimeter, maar tenminste met een paar meter; de changelog is indrukwekkend.

Waar te beginnen? Ik zou kunnen aftrappen met mijn lievelingsverbetering: Easy Install. Het is slechts een kwestie van een VM aanmaken, aangeven waar de gewenste Windows OS (client of server) geplaatst dient te worden en koffie halen. Als u terug komt is de OS geïnstalleerd en is de suite met tools van VMware erin geslipstreamed. Wie net als ik veel tijd kwijt is aan het installeren en weghalen van VM''s, zal snel vallen voor de charmes van Easy Install.

Direct3D acceleratie is nog een geweldige functie. Deze maakt het voor applicaties in de gast-OS mogelijk om Direct3D-objecten te renderen met een snelheid die bijna native aanvoelt. Zelfs op DirectX gebaseerde games kunnen dan op een VM gedraaid worden. Zelf gebruik ik het om een paar van mijn favorieten te draaien die het vertikken onder Windows Vista, zoals Star Fleet Command 3. Maar uiteraard werkt het ook voor zakelijke Direct3D-applicaties.

De grootste verandering is de ondersteuning voor de ACE-technologie van VMware zelf. Waar in het verleden een aparte versie van Workstation (de ACE-editie) nodig was om ACE-policies te gebruiken, heeft versie 6.5 deze functies naadloos ingeschoven in de standaard gebruiksinterface. De ACE-functionaliteit is met een enkele klik aan- of uit te schakelen, en gezien de diepte en breedte van de mogelijkheden kan een enkele klik voldoende zijn om een eigenwijze VM veilig vast te zetten en te beheren.

Het lijkt erop dat VMware Workstation 6.5 ziet als de primaire ingang van zijn ACE beheeromgeving. Daarin ook één-klik tools om ACE-packages aan te maken, waaronder de populaire Pocket ACE voor usb-sticks. Tezamen halen Easy Install en de ACE-integratie daadwerkelijk de sleur uit het creëren, configureren en beheren van VM's.

[/img]

Ik heb Workstation 6.5 getest onder Windows Vista (64-bits) op een Dell 4 GB XPS M1710. De installatie was, net als met de vorige edities, een eitje; de nieuwe Easy Install-opties maken het bijna moeiteloos om nieuwe VM's toe te wijzen en te configureren. Tijdens de eerste benchmarktests met een Release Candidate-build (met de debuggingfuncties aangeschakeld) kreeg ik iets betere doorgiftecijfers in OfficeBench dan bij 6.0. Maar nog steeds komen deze niet in de buurt van native-prestaties. Het is het melden waard dat Workstation 6.5 het toestaat handmatig in te grijpen in het onderliggende virtualisatiemodel, zodat een van de drie verschillende modi (Binary Translation, Intel VT-x/AMD-V of Intel/VT-x met EPT/AMD-V met RVI) kan worden opgelegd, of de beste modus automatisch kan worden geselecteerd afhankelijk van de onderliggende hardware en configuratie. Voor de test gebruik ik de automatische optie.

Al met al is Workstation 6.5 een goede upgrade, zeker voor klanten die gebruik maken van VMware's ACE-beheerfuncties. Maar ook zonder ACE is Workstation 6.5 erg aantrekkelijk. Easy Install alleen al zal veel gebruikers bekoren; het is een functie die ondersteunend personeel en ontwikkelaars in een keer productiever zal maken. Hoewel het moeilijk is om alle verbeteringen van 6.5 te noemen, is het voldoende te concluderen dat deze volbloed nog nooit beter voor de dag is gekomen.

De grote onbekende

Trots. Lappendeken. Zin om te knokken. Dat zijn een paar van de beschrijvingen die in me opkomen als ik de geschiedenis van VirtualBox doorblader. Twee jaar geleden kreeg ik versie 1.3 onder ogen, en ik vond het een veelbelovend product van een kleine speler (Innotek) met ruige randjes. Vier grote releases later is de architectuur van VirtualBox flink gewijzigd. Nu worden 64-bits hosts (inclusief Mac OS X) en guests ondersteund, en de opzet is modulairder en beter te programmeren. Het heeft wat nieuwe trucjes geleerd, zoals USB-ondersteuning, en natuurlijk: het is naar een groter pand verhuisd, namelijk Sun Microsystems die Innotek heeft overgenomen.

Kortom, VirtualBox is uitgegroeid tot een stabiel en legitiem alternatief voor VMware Workstation, althans voor de wat lichtere gebruiksscenario's. En het is uiteraard gratis, zowel om te downloaden als om de code eruit te gebruiken. Sun heeft dan ook veel energie gestoken om VirtualBox te promoten als de ultieme generieke virtualisatie-oplossing, als de VM-tool die Elckerlyck zou gebruiken om de kloven tussen Unix, Linux en Windows te dichten.

Die strategie werpt voorlopig zijn vruchten af. VirtualBox is alom vertegenwoordigd, vooral binnen de Linuxgemeenschap waar het wordt gezien als een compleet alternatief voor VMware Server en Workstation. Met functies als realtime snapshotondersteuning, brede OS-compatibiliteit voor zowel host als guest en de 64-bitsondersteuning is dat ook niet zo moeilijk voor te stellen. Dankzij de groeiende gebruikersgroep is VirtualBox hard op weg om zijn plaats veilig te stellen als de eerste keus voor de financieel beperkte VM-fanaat. Je hoeft alleen het aantal VirtualBox-images op verschillende BitTorrent te tellen.

Maar populariteit hoeft niet samen te hangen met kwaliteit, en ondanks de geboekte winsten in stabiliteit en robuustheid (ongetwijfeld ook het resultaat van de inbreng van Sun) kan VirtualBox nog lang niet op tegen Workstation wanneer deze op zijn eigen terrein bevindt: ondersteuning op enterpriseniveau en de grote ontwikkelingsprojecten die er toe doen. Voor deze doelgroep zijn functies als integratie met Visual Studio en Eclipse IDE's, Easy Install, volledige VM recorder/playback en ondersteuning voor uitrol- en beheercontrole (VMware ACE) minimaal vereist. En deze geavanceerde tools zijn niet te vinden in de lager gepositioneerde, voor nop weggegeven softwarespeeltjes waar VirtualBox ook toe behoord.

VirtualBox 2.0 is eigenlijk daar waar VMware Workstation drie tot vijf jaar geleden was: een puberende maar redelijk stabiele tool om meerdere guest besturingssystemen op een host-pc te draaien. Voor de meeste gewone gebruikers is dat ruim voldoende, en voor hen vult VirtualBox het gat op tussen het complete Workstation en VMware's gratis Player-applicatie, waarbij de krachtige runtime-engine van VMware in een frustrerend beperkte dwangbuis is gehangen en daarom minimale configuratie-opties biedt. Dus hoewel VirtualBox geen bedreiging vormt voor Workstation op brute kracht in zowel functies (VirtualBox heeft er eigenlijk verdomde weinig) en prestaties (het is ruim 30 procent langzamer in de OfficeBench op hetzelfde Dell-systeem), het is Sun wel gelukt om een niche te vinden waar VirtualBox rustig maar enkelbijtend tot wasdom kan groeien.

Een vergelijking tussen Workstation 6.5 en VirtualBox 2.0 als 'race' is wellicht een beetje misleidend. Workstations heeft dusdanig veel functies en prestatiecijfers dat zo'n strijd bij voorbaat gestreden is. Maar VirtualBox biedt een combinatie van functies die verder alleen door VMware kunnen worden overlegd, zoals usb-ondersteuning en ondersteuning voor 64-bits guest-systemen. Neem daarbij het feit dat het gratis is, en we hebben hier een cultklassieker liggen. En hoewel VirtualBox nu nog niet opkan tegen Workstation, moeten we Sun als concurrent van VMware niet uitvlakken: dat bedrijf is een bewezen technische grootmacht met alle talent en middelen in huis om het iedereen lastig te maken. VMware zou er goed aan doen om op zijn hoede te blijven.

Nog een keer naast elkaar VMWare Workstation 6.5

Prijs: $189 voor een enkele licentie, $899 voor een vijf-pack en $1,690 voor een tien-pack.

Platforms: Draait op 32-bit and 64-bit Windows and Linux hosts, ondersteund 32-bits en 64-bist Windows, Linux, Solaris, NetWare, en FreeBSD guests.

Bottom Line: De gouden standaard voor desktopvirtualisatie. Met 6.5 zijn gebruiksgemak (Easy Install), beheergemak (integratie van ACE) en prestaties (Direct3D) flink opgeschroefd. Elke versie is een verdere aanscherping van het traditionele paradigma voor desktopvirtualisatie, en elke twaalf tot achttien maanden komt de lat hoger te liggen. Wereldklasse, en een aanjager voor de hele markt.

Sun xVM VirtualBox 2.0

Prijs: Gratis, Open Source

Platforms: Draait op 32-bit and 64-bit Windows, Linux, Solaris, en Mac OS X hosts and ondersteunt 32-bit en 64-bit Windows, Linux, Solaris, en FreeBSD guests

Bottom Line: De grote gemenedeler onder de oplossingen voor desktopvirtualisatie. Sun xVM VirtualBox 2.0 is een capabele tool die de gangbare functies biedt voor een niet te kloppen prijs. Nee, het speelt niet in dezelfde divisie als VMware Workstation als het aankomt op enterprise-functies en prestaties, maar met de ondersteuning voor meerdere besturingssystemen is het een goed en breed product voor de minder serieuze virtualisatiegebruiker.

Vertaling: Michiel van Blommestein

Bron Bron: Techworld