Datacenters moeten afstappen van het idee dat de temperatuur van de vloer van een datacenter maximaal 21 graden Celsius mag zijn. De eisen die leveranciers van servers en netwerkapparatuur aan datacenters stellen zijn veel te conservatief opgesteld, zo bepleiten onderzoekers van de Universiteit van de Toronto.

Binnen de onderzoeksperiode bekeek een vijfkoppig team de uitval van harde schijven in negentien verschillende datacenters van Google en analyseerde het de betrouwbaarheid van DRAM-geheugen in verschillende supercomputers. De conclusie van de studie (pdf) is dat de hardware-uitval wel toeneemt bij hogere temperaturen, maar slechts lineair en niet exponentieel.

Garantie op apparatuur blijft struikelblok

De ideale temperatuur voor een datacenter is binnen de branche al jaren een heet hangijzer. Terwijl hardwareleveranciers binnen hun garantievoorwaarden bepleiten dat niet van de voorgeschreven temperatuurwaarden afgeweken mag worden, zeggen ingenieurs dat de temperatuur gerust een paar graden opgevoerd kan worden.

Zo bepleitten zowel Google als de ingenieursvakbond ASHRAE een maximale temperatuur van 27 graden, terwijl een onderzoeksinstituut van de Europese Commissie het liefst een maximum van 30 graden zou zien, mits er sprake is van een hoge luchtvochtigheid binnen het rekencentrum. In het datacenter van Google in België is het tropisch warm, daar meet de temperatuur zelfs 35 graden. Uit een recente enquête (pdf) onder beheerders van Amerikaanse datacenters blijkt dat 30 procent het opvoeren van de gemiddelde temperatuur intussen op de agenda heeft staan.

'Temperatuurschommelingen veel schadelijker'

Een concrete aanbeveling voor een maximumtemperatuur doen de Canadezen niet. Wel rekenen ze in het rapport af met een eerdere conclusie die volgde uit een studie van Google waarin betoogd werd dat juist een lage temperatuur - sommige datacenters houden het op maximaal 13 graden - zou zorgen voor een hogere uitval van storageapparatuur.

Volgens de onderzoekers zijn datacenters het meest gebaat bij een relatief warm datacenter met een constante temperatuur. De meeste hardware-uitval doet zich namelijk voor bij een warmteverandering, waarvan bijvoorbeeld sprake is bij storingen aan nodes. “Het controleren van zulke factoren is mogelijk nog belangrijker dan het laag houden van de temperatuur", schrijft het team.

Besparingen bedragen al snel tienduizenden euro's

Het onderzoek moet helpen beheerders van datacenters ervan te overtuigen dat ze hun centra met een gerust hart wat warmer kunnen laten draaien zonder dat dit een merkbare impact heeft op de betrouwbaarheid van systemen. De thermostaat één graad hoger zetten kan een organisatie al twee tot vijf procent energiekosten besparen. Het onderzoeksteam zal het onderzoek op woensdag 13 juni tijdens het Sigmetrics-congres in Londen officieel presenteren.