Het klonk zo veelbelovend. Een robot die van vorm kan veranderen, onder meer tot slang, om zo te kunnen doordringen op een plek waar niemand veilig kan komen: het eerste reactorvat van de Fukushima Dai-ichi kerncentrale. Hier trad een meltdown op van de uraniumsplijtstof na de zware aardbeving en tsunami op 11 maart 2011. Dit leidde tot verspreiding van radioactief materiaal in de atmosfeer en het water.

Afgelopen vrijdag stuurde de beheerder van de centrale, elektriciteitsbedrijf Tepco, een speciale robot er op uit om het reactorvat te inspecteren. De robot heeft normaal de vorm van een drie, maar kan zich strekken tot slang om door buizen heen te kunnen. Het kan onder meer temperatuur en straling meten.

Nummer twee in aantocht

Toch bleef de robot steken, vlak voordat het zijn doel had bereikt, meldt de IDG nieuwsdienst. Het ding kon niet meer voor- of achteruit en is verloren. Maar Tepco geeft de moed niet op en stuurt een tweede transformer de radioactieve hel in.

Door de ramp waren tienduizenden mensen gedwongen te evacueren. Het opruimen van de Fukushima-ramp kost meer dan 10 miljard euro en gaat nog tientallen jaren duren. Er werden al eerder robots ingezet om de rampplek te inspecteren.

De transformer in betere tijden