Gefeliciteerd, Twitter is jarig. Althans, op 21 maart was het exact zes jaar geleden dat de allereerste tweet werd geplaatst door de oprichter, Jack Dorsey. Geinig idee: de allereerste tweet. De laatste keer dat ik de statistieken van Twitter checkte verstuurde twitter zo'n één miljard tweets per vier dagen. Over succes gesproken. Over revolutie gesproken. Over de kracht en waarde van social media, de digitalisering, het internet en vooruitgang gesproken. Wie niet twittert leeft in de steentijd of heeft bewust zijn hoofd in zijn kont gestoken om de werkelijkheid niet te willen ervaren.

Maar die lovende woorden gelden alleen de kracht van twitter als het gaat om netwerken, nieuwsvoorziening, real time journalistiek, sociaal zijn en het beslechten van obstakels in het globale intermenselijke communicatieverkeer. Die woorden gelden beslist niet voor de nieuwe dilemma's die twitter heeft gecreëerd. Dillema's die direct verband houden met de voor het vrije democratische westen zo belangrijke, zeg maar gerust fundamentele, vrijheid van meningsuiting. Die vrijheid van meningsuiting is er op twitter, en hoe, maar dat lijkt tegelijk het grote probleem.

Toen ik in 2010 zelf moest worden verhoord op het politiebureau voor het plaatsen van een retweet (en tevens voor het plaatsen van die retweet als screenshot ,"een soort van fotokopie") had ik niet kunnen vermoeden dat het probleem van de Babylonische spraakverwarring zo groot zou zijn. Die spraakverwarring doet zich kennelijk voor wanneer men de ultrakorte vaak ironisch bedoelde 140 tekens op twitter tracht te interpreteren in passend maatschappelijk jargon.

Iemand twittert een bedreiging in de vorm van "ik heb een atoombom en ga New York opblazen". Zou zo iemand dat in een kroeg roepen, dan zouden de stamgasten uit zijn glimlach, zijn mimiek en zijn intonatie kunnen afleiden dat hij het niet meent. Er is geen atoombom en er is geen dreiging dat een stad wordt aangevallen. Je zou zeggen dat dit op twitter ook duidelijk moet zijn. Wie bezit er tegenwoordig een atoombom? Maar ja, de twitteraar in kwestie twittert al twee weken lang jihadistische haatteksten of heeft in zijn bio staan dat hij een volgeling is van Anders Breivik. Bovendien verwijst hij naar blauwdrukken van plutoniumbommen en geeft hij gedetailleerde informatie over nucleaire schade in stadscentra na een aanslag met een atoombom. Is het ironie? Natuurlijk, in vrijwel alle gevallen wel. Op twitter alleen niet. Interpreteer uit de korte sms'jes waar twitter uit bestaat maar eens waan van werkelijkheid.

Even vaak ligt de ironie zo voor de hand dat het verbijsterend is om te zien hoe slecht tweets worden geïnterpreteerd. In de V.S. werd een bekende komiek door een SWAT-team uit zijn huis gesleept omdat hij op twitter de grap had gemaakt dat hij medewerkers van de Apple-store zou neerschieten. Dit nadat hij al weken lang op twitter aan het ranten was over niet functionerende Apple-producten. Nogmaals: het ging om een bekende komiek. En ook het in de cel gooien van een 17-jarige gymnasiumscholiere, die niet bepaald bekend stond om haar agressie of extremisme is geen kwestie van Babylonische spraakverwarring, maar van niet de moeite willen nemen een relatief eenvoudige nieuwe taal te leren begrijpen.

Ironie is altijd een luis in de pels van vrije meningsuiting geweest. Gebruik het verkeerd, pas het te vaak toe of vindt een doelgroep die sowieso weigert iets van ironie te snappen en de vrijheid van meningsuiting staat alweer op scherp. Nu er in 140 tekens wordt gecommuniceerd, vaak anoniem, door een groeiend leger van scholieren en minder eloquente mensen is de luis uitgegroeid tot een leger van luizen dat in hoog tempo de pels volledig kaal graast. Terecht overigens.

De vrijheid van meningsuiting is altijd veerkrachtig geweest. En moet dat ook blijven. Wie te veel moeite heeft met het interpreteren van twitterberichten en deze in de juiste context plaatsen, doet er verstandig aan er wat vaker weg te blijven of het twitteren te beperken. Dat houdt de geest veerkrachtig en ten lange leste ook de vrijheid van meningsuiting. Ik spreek uit eigen ervaring.