Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse regering omdat veel gemeenten tegen de plaatsing van umts-masten binnen hun grenzen zijn, zo meldt het RTL Nieuws. Naar aanleiding van het Zwitserse onderzoek hoopt staatssecretaris Pieter van Geel (VROM) dat gemeenten hun bezwaren intrekken. Het rapport wordt dinsdagmiddag gepresenteerd. Dan zal de staatssecretaris ook reageren.

De actiegroep Stop umts uit op zijn website kritiek op het Zwitserse onderzoek. "In het Zwitserse onderzoek zijn mensen slechts kortstondig blootgesteld aan umts-straling. Dit in tegenstelling tot een Oostenrijks onderzoek naar de effecten van langdurige blootstelling zoals die in de praktijk ook optreedt omdat de masten ook straling uitzenden als er niet gebeld wordt."

De actiegroep benadrukt dat diverse onderzoeken een relatie aantonen tussen de mate van stralingsblootstelling en klachten zoals hoofdpijn.

Het kabinet probeert gemeenten al langer ervan te overtuigen dat het plaatsen van umts-antennes gewoon moet doorgaan. Minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken zei in januari nog dat er voor gemeenten geen redenen zijn om de plaatsing van umts-antennes te weigeren. Op basis van onderzoek van de Gezondheidsraad en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is er, volgens Brinkhorst, geen reden om te twijfelen aan de gezondheidsrisico's.

Veel gemeenten zijn echter huiverig omdat het Nederlandse TNO in 2003 al onderzoek deed naar de effecten van umts-straling. Toen constateerde het onderzoeksinstituut dat de elektromagnetische velden van umts-antennes tot duizeligheid, tintelingen en concentratieproblemen kunnen leiden. Bij de ouderwetse gsm-masten is dit niet het geval.

Vorige week kwam de Gezondheidsraad nog met een advies (pdf) over de straling van mobiele telefonie. "Tegenwoordig zijn er vooral in het radiofrequente deel van het spectrum vele nieuwe toepassingen en er komen er nog steeds meer bij. Dat gaat gepaard met blootstelling aan allerlei nieuwe signaalvormen. Of daarmee de totale blootstellingsintensiteit toeneemt is de vraag, maar dat het blootstellingspatroon verandert is zeker. Onduidelijk is of die nieuwe signaalvormen een invloed kunnen hebben op het optreden van gezondheidseffecten. Op dit moment zijn daar geen wetenschappelijke bewijzen voor."