De glasvezelplannen in Amsterdam zullen leiden tot een 'digitale tweedeling', voorspelt Rob van Esch, directeur van de VECAI. "De voorstellen blijken aan het rijke deel van de Amsterdammers ten goede te komen, terwijl de grote financiële risico's ook bij de lage inkomensgroepen terecht komen." Volgens de commissie-Andriessen kunnen binnen zeven tot tien jaar alle 450.000 meterkasten in Amsterdam worden aangesloten op glasvezel. Voor gemiddeld 50 euro per maand zouden Amsterdammers dan een internetverbinding krijgen van tenminste 10 megabit per seconde. Volgens Van Esch is de commissie-Andriessen echter te optimistisch. Zo noemt hij de door de commissie veronderstelde penetratiegraad van 53 procent binnen vijf jaar een 'illusie'. "Kabelbedrijven en KPN zullen hun klanten niet zonder slag of stoot afstaan aan het nieuwe gemeentelijke glasbedrijf." "Een lagere penetratiegraad dan de veronderstelde 53 procent slaat een gat in de business case. De financiële risico's die daarmee gepaard gaan, worden neergelegd bij de Amsterdamse belastingbetaler."

Sociale cohesie

Ook de vermeende gunstige gevolgen voor de 'sociale cohesie' verwijst Van Esch naar het rijk der fabelen. "Nog altijd blijkt dat bijna de helft van de Nederlandse huishoudens de touwtjes maar net aan elkaar kan knopen. Het glasvezelvoorstel van de commissie-Andriessen komt vooral ten goede aan de happy few. De digitale tweedeling zal eerder groter worden dan kleiner." De kritiek van Van Esch is niet ontbloot van eigenbelang. De kabelbedrijven – in het geval van Amsterdam: UPC – zullen de belangrijkste slachtoffers worden van de aanleg van glasvezel naar de huizen. Van Esch: "De kabelsector is groot voorstander van glasvezeltechnologie. We hebben glasvezel tot heel dicht bij de woning liggen, tot op zo'n twee- à driehonderd meter. Dat neemt niet weg dat we kritisch naar de feiten willen kijken."