1. Heel kort: wat is virtualisatie ook al weer?

Normaal is er op een server slechts één besturingssysteem aanwezig, bijvoorbeeld Windows of Linux. Maar met speciale virtualisatiesoftware kunnen meerdere besturingssystemen naast elkaar worden opgestart. Waar bedrijven vroeger aparte servers gebruikten voor bijvoorbeeld de fileserver, printserver en emailserver, kunnen die nu allemaal worden samengevoegd op één fysiek systeem. Op die manier wordt hardware veel efficiënter gebruikt.

Virtualisatie bestaat op de servermarkt al zo'n 40 jaar. Daar was het al die tijd een manier om efficiënt gebruik te maken van dure mainframes. Enkele jaren geleden brak virtualisatie door op de markt voor Intel en AMD servers. Dat gebeurde nadat beide chipfabrikanten ondersteuning voor de technologie in hun processors hadden ingebouwd waardoor virtuele systemen bijna even snel werken als reguliere systemen.

Virtualisatie kan op de desktop gebruikt worden om op een Linux of OS X-computer ook Windows te draaien. Op die manier kunnen gebruikers overstappen naar een alternatief besturingssysteem terwijl zij toegang houden tot applicaties die uitsluitend voor Windows beschikbaar zijn.

2. Wat is het verschil tussen VMware, Hyper-V, KVM en Xen?

VMware is marktleider en biedt technisch gezien ook de meest geavanceerde opties. Zo bood Vmware als eerste de mogelijkheid om virtuele systemen naar een andere server over te zetten terwijl die gewoon doordraaien (een zogenaamde live migratie). Xen biedt inmiddels een soortgelijke functionaliteit, maar Microsofts Hyper-V zal het pas in 2010 ondersteunen. Daarnaast is VMware vooral sterk in managementsoftware die bedrijven helpt om hun virtuele systemen te beheren.

Hyper-V is ontwikkeld door Microsoft, en wordt uitsluitend toegepast in Windows Server 2008. De technologie is sinds juni dit jaar beschikbaar. Hyper-V is veruit de minst geavanceerde optie. Zo zal Microsoft pas in 2010 live migraties mogelijk maken.

Zowel Xen als KVM zijn open source virtualisatie-standaarden. Xen is ontwikkeld aan de universiteit van Camebridge en met steun van Intel. KVM is bedacht door het Israelische bedrijf Qumranet, dat deze week werd overgenomen door Red Hat.

Omdat zowel KVM als Xen onder een open source licentie beschikbaar zijn, kan iedereen de technologieën in zijn software ondersteunen. Xen is in praktijk de virtualisatiestandaard: het wordt ondersteund in de Linux distributies van Red Hat, Novell, Oracle en XenSource (onderdeel van Citrix), en Sun is bezig om hem in Solaris in te bouwen.

3. Waarom zet Red Hat opeens zo zwaar in op KVM?

Hoewel de commerciële partijen allemaal voor Xen hebben gekozen, heeft Linus Torvalds besloten om KVM in de kernel van Linux in te bouwen. Iedere Linuxversie, ook die van Red Hat, bevat dus al ondersteuning voor KVM, terwijl Red Hat ondersteuning voor Xen zelf bij elke nieuwe versie achteraf moet inbouwen.

Voor Red Hat is nu alsof een logistiek bedrijf vijftig nieuwe vrachtwagens koopt en besluit om eerst de motoren te vervangen. Red Hat verwacht anders gezegd dat KVM beter zal presteren dan Xen en dat de ontwikkelingen rond KVM veel sneller zullen gaan.

Red Hat is voorlopig overigens nog de enige professioneel ondersteunde Linuxdistributie die voor KVM heeft gekozen. Maar met het overweldigende marktaandeel van de firma, krijgt de overgrote meerderheid van de commerciële Linuxgebruikers binnenkort automatisch toegang tot KVM.

4. Mijn bedrijf heeft nu gestandaardiseerd op Xen. Moet ik me zorgen maken?

De kans is groot dat Xen op termijn zal verdwijnen, maar Red Hat zal Xen in ieder geval tot 2013 blijven ondersteunen. Een mogelijke overstap van Xen naar KVM zal bovendien niet heel lastig zijn. Virtuele systemen kunnen nu al worden overgezet tussen bijvoorbeeld Hyper-V, Xen en VMware. Bovendien werkt Red Hat al aan management software die meerdere virtualisatie-standaarden ondersteunt. Daardoor wordt het specifieke virtualisatieplatform op termijn minder belangrijk.

5. Het rommelt flink bij VMware. Wat is daar aan de hand?

VMware had jarenlang het virtualisatierijk voor zich alleen. Bij de beursgang in augustus 2007 stonden beleggers dan ook in de rij - Intel en Cisco kochten zelfs kort voor die tijd nog snel een belang in de firma. In de twee maanden na de beursgang schoot het aandeel omhoog van 29 dollar naar 125 dollar. Daarmee stormde VMware de top-5 van de grootste softwarebedrijven ter wereld binnen.

Financieel zag VMware er prima uit: de firma verdubbelde de afgelopen jaren elk jaar zijn omzet. Maar toen drong bij beleggers het besef door dat VMware fors meer concurrentie stond te wachten. Daarbij wordt vooral Microsoft gezien als een grote bedreiging. Veel VMware klanten draaien de software namelijk op Windows, en daar biedt Microsoft sinds juli een alternatief. Inmiddels staat het aandeel VMware op een meer realistisch niveau van 36 dollar - goed voor een totale waarde van 14 miljard dollar. Dat is nog altijd fors meer dan de 7 miljard van bijvoorbeeld Sun Microsystems, de 3,5 miljard van Red Hat of 2 miljard van Novell.

Na teleurstellende resultaten moest afgelopen juli mede-oprichter en ceo Diane Greene het veld ruimen. Deze week werd bekend dat ook haar echtgenoot en de technisch visionair van het bedrijf Mendel Rosenblum de firma heeft verlaten, samen met nog twee belangrijke managers. Volgens de New York Times was Rosenblum de functie van ceo aangeboden, maar is hij vertrokken uit onvrede over de manier waarop zijn echtgenote aan de kant is gezet.

VMware is niet langer de innovator die de markt zijn zin kan opleggen. Nu virtualisatie volwassen is geworden, moet de firma meer rekening houden met zijn concurrenten.