De marktleider introduceert met Windows Server 2008 ook een nieuwe licentiemechanisme dat aan deze onduidelijkheid een einde moet maken. Voor klanten was het lange tijd erg vaag hoeveel licenties bij welke configuratie horen.

Betalen per server

Wie een standaard server afneemt, mag dat op een computer draaien en niet meer dan één virtuele sessie draaien. Bij de Enterprise editie zijn dat er vier. Wie de data center editie neemt, heeft geen restricties voor het aantal virtuele sessies. Wel betalen die klanten per processor, wat juist in een data center flink in de papieren kan lopen.

"Lange tijd was het ook onduidelijk hoe een virtuele machine moest worden gezien", zegt Erwin Hartenberg, product solutions manager bij Microsoft tegenover Webwereld. "Is het nou een losse computer binnen een computer of juist geen computer. Op deze manier bieden we klanten duidelijkheid."

Meer eenvoud in licenties

Voor Microsoft is duidelijkheid over licenties erg belangrijk. In een whitepaper over Windows Server 2008 betoogt de onderneming dat het gebruik van virtualisatie door middel van Windows Terminal Server ook licentievoordelen biedt.

"IT beheerders hoeven alleen maar bij te houden welke kopieën van applicaties op de server draaien in plaats van bijhouden wat er op mobiele laptops aanwezig is. Dit bespaart niet alleen tijd en de onderhoudskosten, maar vereenvoudigt ook het beheer van softwarelicenties."

Het is niet de eerste keer dat deze problematiek speelt. Tien jaar geleden was er veel onduidelijk over licenties op computers aan het internet. Op dat moment had Microsoft een systeem waarbij voor het verbinden met een server er ook voor de gebruiker een Client Access License gekocht moest zijn. Discussiepunt was of dat ook zou gelden voor internetgebruikers, waarna Microsoft een tijd lang een internetlicentie aanbood.