Ook Intel is onderdeel geworden van voortslepende technologisch-economische oorlogsvoering tussen Amerika en China. Washington verbiedt namelijk Intels jarenlange lucratieve verkoop van chips bedoeld voor Chinese supercomputers. Het verbod is van kracht sinds februari, toen vier Chinese instituten op de zwart lijst zijn gezet en dus geen Amerikaanse exportproducten mogen ontvangen.

Gevalletje nationale veiligheid

In augustus 2014 is Intel op de hoogte gebracht. Volgens de Amerikaanse regering handelen de bewuste centra "in strijd met de nationale veiligheid of de buitenlandse belangen van de Verenigde Staten." Het land zou bang zijn voor het gebruik van de supercomputers bij nucleaire tests.

Dit terwijl de chipfabrikant al jaren Xeon-chips levert voor Chinese supercomputers. Intel is een grote partner voor het land dat intensief werkt aan steeds snellere supercomputers. De chips komen echter van over de plas, al is China recent wel begonnen met het ontwikkelen van eigen processors.

Interessanter is dat één van de vier betrokken centra werkt aan de Tianhe-1A en Tianhe-2, waarvan de laatste de huidige snelste supercomputer ter wereld is, destijds dubbel zo snel als zijn concurrent in de VS. Maar, zo verklaart Amerika, de twee supercomputers zouden intussen zijn gebruikt voor "nucleaire explosieve activiteiten".

Nieuw contract

Intel luistert braaf naar het verkoopverbod. "We handelen in overeenstemming met de Amerikaanse wet", verklaart het bedrijf tegenover The Wall Street Journal. Donderdag werd overigens bekend gemaakt dat Intel een nieuw contract heeft getekend met de Amerikaanse regering voor de bouw van twee volgende generatie supercomputers bij onderzoekscentra Argonne National Laboratory.