Processorreus Intel is in de computermarkt nagenoeg onmisbaar. Uitzonderingen zijn de nieuwe, snelgroeiende markt van tabletcomputers en de minder zichtbare, lucratieve markt van zeer zware servers. Op die eerste massamarkt zijn energiezuinige chips naar ARM-ontwerp de norm. Op de tweede genoemde computermarkt spelen krachtige 64-bit RISC-processors (reduced instruction set computing) van IBM en Oracle (via het overgenomen Sun Microsystems) nog een rol.

EPIC-alternatief

Dergelijke topzware servers vormen een krimpende niche, maar wel eentje met aantrekkelijke marges plus winstgevende bijkomstigheden zoals support en consultancy. Intel begon ooit met HP aan een bestorming van die markt met het gezamenlijk ontwikkelde EPIC-platform (explicitly parallel instruction computing). Die samenwerking begon in 1994, ruim voor de komst van Intels toen-zware Pentium Pro-processor. Met die CISC-chip (complex instruction set computing), de verre voorloper van de Xeon-lijn, lonkte de pc-chipmaker naar de markt voor instapservers.

De in 2001 pas verschenene eerste Itanium-processor was een relatief forse chip, op een kloksnelheid van 733 tot 800 MHz: Klik voor groot Via: Wikipedia.

EPIC, alternatief voor RISC én CISC, mondde na jaren van ontwikkelwerk - en uitstel - uit in het 64-bit Merced-processorontwerp, dat vervolgens Itanium werd genoemd. HP wilde zo de - alsmaar stijgende - ontwikkellasten afwentelen van volgende generaties 64-bit processors, door Intel de rol van massaproducent te laten vervullen. De chipmaker zag daar wel brood in. Enerzijds omdat het hiermee kon oprukken in de lucratieve servermarkt.

AMD buitenspel

Anderzijds zag Intel toekomst in Itanium omdat het zo concurrentie van een partij als AMD kon voorkomen. Die alternatieve producent van x86-processors kon ooit opgekomen doordat pc-klant van het eerste uur IBM een tweede toeleverancier eiste voor de kernchips van zijn 'personal computer'. Voor EPIC lag er niet zo'n eis, dus Intel kon alleenheerser worden en AMD achterlaten op de 'low-end' x86-markt.

Itanium heeft de markt echter niet kunnen veroveren. De ontwikkeling van eigen processorplatformen is voor de serverleveranciers een te grote last gebleken. Maar de voornaamste killer van RISC-processors is het aloude x86-platform van Intel zelf gebleken. Die killer heeft ook nog de Itanium geraakt. Met dank aan AMD.

Slag om de servermarkt

In de jaren sinds de aankondiging van EPIC hebben de veelgebruikte x86-chips van Intel flink marktaandeel weggekaapt van de zwaardere, krachtige RISC-chips. Dat kostte oudgediende leveranciers als DEC (Digital), Sun Microsystems, SGI (Silicon Graphics), IBM en HP nogal wat serververkoop. De bovenkant van de markt leek echter lange tijd veilig voor de opmars van Intels 32-bit processors, simpelweg doordat die kracht tekortkwamen.

Een belangrijk verschil, zeker in de servermarkt, tussen 32- en 64-bit processors is dat laatstgenoemden voorbij de geheugengrens van 4 gigabyte kunnen. De zware serverchips die elk van de computerveteranen voor hun eigen computers ontworpen en fabriceerden, waren allang 64-bit. Zoals de krachtige Alpha-processor van DEC, waarvan het hardwarevermogen ooit is gedemonstreerd door oerzoekmachine AltaVista te beginnen. DEC werd later overgenomen door pc-producent Compaq, die op zijn beurt weer is ingelijfd door computerconcurrent en Itanium-promoter HP.

De Itanium-plannen van Intel zijn ondermijnd door AMD, die het juist buitenspel wilde zetten met die 64-bit processor. Lees verder op pagina 2.

Tegenwoordig is 4 GB al standaard voor gewone pc's. Dat is voor die minder krachtige machines mogelijk doordat Intel 64-bit instructies heeft toegevoegd aan zijn 32-bit x86-chips. Daartoe is het gedwongen door onverwachte concurrentie van AMD, dat begin deze eeuw al met dergelijke semi-64-bit processors kwam. Die zet van de alternatieve x86-chipmaker doorkruistte Intels plannen om voor zware systemen zijn aparte Itanium-lijn te bieden.

'Pc-model' voor servers

Terwijl HP de ontwikkelkosten voor processors wilde afwentelen, wou Intel met het complexe en ambitieuze EPIC-platform zijn succes op de pc-markt herhalen. De chipmaker was van plan de markt van RISC-servers 'aan te doen' wat het ooit ook deed met de oermarkt van op zichzelf staande microcomputers. Vóór de pc was er de microcomputer, die eigenlijk niet als eenduidig apparaat heeft bestaan. Elke fabrikant had zijn eigen apparaat; met eigen ontwerp, eigen chips, eigen software, enzovoorts. Dit gold niet alleen per fabrikant, maar zelfs per model of generatie.

Compatibiliteit was niet aan de orde. Een Commodore 64 kon geen software van een MSX draaien, en vice versa. Een Commodore Amiga was niet compatibel met een Commodore 64. Een Apple ][ draaide geen programma's van de ZX Spectrum. Enzovoorts. In serverland is de incompatibiliteit minder groot doordat die systemen van oudsher een leveranciersspecifieke variant draaien van besturingssysteem Unix (oorspronkelijk ontwikkeld door telecomgigant AT&T).

Unix-smaken en Linux

Elk van die zogeheten Unix-smaken is anders, maar in onderlinge compatibiliteit wordt voorzien door Posix (Portable Operating System Interface for UniX). De rol van de diverse Unix-varianten is aangetast door het in reactie ontwikkelde Linux. Dat open source-besturingssysteem is ontstaan voor x86-chips, juist omdat die voor iedereen betaalbaar en beschikbaar zijn.

In de loop der tijd werd Linux overgezet om te draaien op vele processorplatformen, waaronder naast de Itanium ook de verschillende RISC-chips. Het gratis verkrijgbare en vrijelijk aanpasbare Linux heeft zijn voornaamste toepassing toch gevonden op x86-processors, in servers. Want de opmars van de Itanium is gestuit door twee voorname factoren: uitstel vanwege het complexe ontwikkelwerk, en het ondertussen oprukken van x86-chips.

Van onderaf aantasten

Die minder krachtige processors werden steeds sneller en complexer. Aan elkaar gekoppelde servers (clusters) konden voor bepaalde taken steeds meer tippen aan de grote machines. Dure servers met RISC- óf Itanium-processors. Daar bovenop kwam nog AMD's doorkruising van Intels 64-bit plannen; door de semi-64-bit Opteron-chips uit te brengen.

Intel heeft begin 2011 cijfers van marktmeter IDC getoond over het oprukken van de standaard x86-architectuur: Via: Softpedia.

Lagere prijs plus compatibiliteit met bestaande serversoftware bleek een onweerstaanbare combinatie voor het bedrijfsleven. RISC-gebruikers die twijfelden over hun platform hadden er ineens een optie bij voor overstappen of voor het offloaden van bepaalde applicaties en taken. Vergeet niet: een keuze voor Itanium zou ook een radicale overstap betekenen.

Hoe de Itanium net als zijn RISC-concurrentie 'een Intel' is overkomen. Lees verder op pagina 3.

Kortom, succesvolle concurrentie vanuit de 'low-end'. Net zoals Intel zelf heeft gepleegd tegenover de onderkant, middenmoot en ook deels high-end van de servermarkt. De Xeon- en Itanium-maker is uiteindelijk door marktvraag gedwongen een licentie te nemen op AMD's semi-64-bit instructieset om die onder de noemer x64 te implementeren voor zijn 32-bit processors.

FUD

Bovendien zorgde de lange ontwikkeling van die 64-bit Intel-chip, plus de complexiteit van compilervereisten, voor onzekerheid. Vrees, onzekerheid en angst die de Itanium-aanhakende leveranciers juist hun RISC-concurrenten wilden aandoen. Deze onzekerheid trof niet alleen servergebruikende organisaties, maar ook softwaremakers die hun producten ontwikkelden voor het bedoelde universele serverplatform of daarmee wachtten.

In de afgelopen jaren is de steun voor de Itanium flink afgebrokkeld. Sommige softwareleveranciers, zoals Linux-leverancier Red Hat en Windows-maker Microsoft, hebben de chip in z'n geheel laten vallen. Softwarereus Oracle wil dat ook doen, maar mag dat uiteindelijk niet (ook niet na hoger beroep). Marktmeters als Gartner hebben de Itanium allang samengevoegd met de resterende RISC-chips wat betreft marktaandeel, dat al geruime tijd krimpende is.

32-bit emulatie en Xeon-aansluiting

In de tussentijd heeft Intel wel geprobeerd de Itanium te voorzien van middelen en technieken om de uitblijvende massa-acceptatie op gang te krijgen. Zoals het in de chip inbouwen van hardware om ook 32-bit x86-software te kunnen draaien. Die toevoeging leverde echter een tegenvallend prestatieniveau op, ten koste van nog hogere chipcomplexiteit wat weer hogere ontwikkelkosten met zich meebracht. Deze ingebouwde hardware-emulatie is in 2006 geschrapt.

Intel spiegelde al in 2004 voor dat het zijn niet breed aangeslagen Itanium-platform ging aansluiten op zijn veelgebruikte Xeon-platform. De twee verschillende processorontwerpen zouden dan sockets, chipsets en moederborden van laatstgenoemde gebruiken, wat de ontwikkel- en dus aanschafkosten flink kan drukken. Door die recent geconcretiseerde plannen trekt Intel nu ineens een streep.

Intel trekt zelf een streep door zijn 'houdbare planning voor de langere termijn' die het net drie maanden geleden heeft onthuld: Klik voor groot Via: Intel.

Ondermijning

De geplande aansluiting is eind januari stilletjes gesneuveld. De processormaker meldt in een kort bericht dat het de volgende Itanium-generatie (Kittson, komende in 2014) herziet. In plaats van compatibiliteit met toekomstige Xeons, gebruikt de volgende Itanium-processor gewoon de socket van de huidige generatie (Poulson, vorig jaar uitgekomen). Voor bestaande investeringen wel gunstig, voor toekomstige vooruitgang minder.

Daarnaast blijft ook het gebruikte productieproces gelijk: 32 nanometer in plaats van het voor x64 al gebruikte 22 nanometer. Zo'n kleinere maat (voor de transistorlijnen op een chip) maakt krachtigere chips mogelijk, of energiezuinigere, of een gebalanceerde combinatie van die twee eigenschappen. Ook zonder een nanometerverkleining kan de volgende Itanium-generatie wel krachtiger zijn, maar de vooruitgang lijkt af te remmen. Analisten zijn somber gestemd en sommigen zien een exit opdoemen.

De huidige Poulson-generatie (Itanium 9500) krijgt van zijn maker de aanprijzing "meest geavanceerde Intel-processor tot op heden". Het is maar de vraag of die complexiteit zich terugverdient. Klik voor groot Via: Hardware.Info.

“De tijd van de Itanium zou wel eens gekomen en weer gegaan kunnen zijn", zegt analist Nathan Brookwood van onderzoeksbureau Insight64 tegen Webwerelds Amerikaanse zustersite Computerworld.com. Aloud EPIC-partner HP, die in zijn eentje goed is voor het gros van de Itanium-markt, ontkent luidkeels dat de Itanium dood is. De serverleverancier heeft inmiddels zijn diverse platformen geconsolideerd op die 64-bit chip. En heeft vorig jaar openlijk bekend dat het werkt aan een x64-exit voor zijn Unix-variant. Voor de zekerheid.

Niet voor niets noemt Webwerelds zustersite Computerworld.nl de Itanium in de top 20 it-flops om nooit te vergeten. Naast missers als Mac-klonen, virtual reality, Microsoft Passport en GNU Hurd.