Deze middag vertrek ik naar Spanje en ik merkte vanochtend, nu dus, dat ik het niet aan durfde om de column in Valencia te schrijven en vanaf mijn vakantieadres op te sturen. Daar zijn verschillende redenen voor.

Ik durf niet in het openbaar te schrijven. Het is inmiddels mijn beroep, schrijven, maar in een gezelschap blijf ik volhouden dat ik een afgestudeerd slager ben of dat ik iets doe met dingetjes enzo nou ja je weetwel, beetje klootzakken met aandeeltjes. Ik ga liever dood dan dat ik zeg dat ik stukjes schrijf.

Dit rare gedrag doet me denken aan Gerard Reve die in een van zijn prachtbrieven beschrijft hoe een schipper, een rauwe zeebonk, type Captain Iglo, hem vraagt wat zijn beroep is. Reve heeft zich goedkoop in laten schepen op een vrachtschip en is onderweg naar Portugal, waar hij op een BMW Motorfiets zijn legendarische tocht langs de kust zal gaan maken. Reve legt uit hoe hij twijfelt en uiteindelijk, met een vuurrode kop toegeeft dat hij een schrijver is.

Zo voel ik dat ook. Schaamte. Andere mensen kunnen heel mooi een visschotel opmaken, of prachtig een film monteren. Dat begrijpt iedereen als werk. Schrijven kan iedereen. Wat pedant om dat op te geven als beroep. Dat speelt allemaal door mijn hoofd als ik een caféruimte betreedt.

Ik heb het vaak geprobeerd. Ik heb een heel fijn Mac-Bookje waar ik graag op schrijf. Nooit is het mij gelukt er in het openbaar op te schrijven. Heel de wereld loopt met PDA´s in de rondte, met toetsenbordjes uitgeruste GMS toestellen Ik kan het niet. Alsof je naakt met een Tarzan Royale in je kont een stukje zit te schrijven. Het voelt als masturberen met zestig lachende mensen om je heen. Die vreselijke protserige laptop. Ik heb het wel geprobeerd maar ben nooit verder gekomen dan vier minuten. Meteen komt dan de volgende maalstroom van gedachten:

'Oh oh Dijkshoorn, ja mannetje, met je veel te dikke schrijverspens, wat zitten we er weer bijdehand bij. Oh oh wat zijn we lekker de Hemmingway aan het uithangen. Ja, voel nog maar eens aan je kin, lulletje van niks. Doe maar net alsof je nadenkt. En wat schrijf je dan helemaal? Miezerige stukjes om te lachen. Kantoorhumor. Meer is het niet man. Nee, maar meneer moet tussen de mensen gaan zitten met een laptop om te laten zien dat hij aan het scheppen is. Losertje. Ja, meneer is een beetje een kunstenaar. Mislukte Simon Carmiggelt dat je er bent. Kijk nou hoe pathetisch je het leven zelf zit te betrappen, ontzettende zak.´

Er zijn genoeg mensen die er helemaal geen last van hebben. Webwereld journalist Tonie van Ringelestijn lijkt mij bijvoorbeeld iemand die bij voorkeur in een volle coupé schrijft. Niks mis mee. Maar dat moet je kunnen. Laptop openklappen en lekker tikke tikke tikke doen. Moeders wijzen naar hem. 'Kijk eens wat knap, die meneer tikt wat hij in zijn hoofd heeft. En daar verdient hij centjes mee. Leuk hè!´

In Spanje schrijven, in een café, is helemaal erg. Voel je je meteen de Hollander die een tapas boek voorbereid. Ik heb - ik geef het toe - ook Moleskine aantekenboekjes. Voor invalletjes. Schaam ik me ook voor. Mag niemand zien. Het moet allemaal in het diepste geheim.

Qtec

Maar wat schrijven in het buitenland vooral erg maakt is Wi-Fi. Werkt nooit bij mij. Ik heb speciaal voor mijn columns, tijdens lange vakanties, deze Qtec gekocht. Een hel.

In 9 van de 10 gevallen moet ik, ruggelings uit het raam hangend en met mijn Qtec recht omhoog naar een fictieve satelliet wijzend, een verwaaid signaal proberen op te vangen. Nooit werkt het op je kamer. Alleen een meter van de zender af, in de hotellobby, kan je berichtjes van tien regels versturen. En dat durf ik niet. Dus moet je weer naar Pepe Pepe, een ijssalon met Wi-Fi. Alleen voor klanten. Vier bekers ijs eten en dan nog geen verbinding krijgen. Dan maar naar het internetcafé. USB-stick er in en vol afgrijzen merken dat je voorganger een stuk snot op de E, de P en de U heeft gewreven. Voor een uur internetten kan je een kwaliteitschorizo kopen.

Daarom leverde ik deze column vanochtend al in. Op dit moment zit ik ergens in Valencia net te doen alsof ik een werkeloze kaasmaker ben.