Xen wordt een standaard onderdeel van de Red Hat-distributies. Daarvoor heeft het Linux-bedrijf samenwerkingen gesloten met Xensource, Intel, AMD en Network Appliance. Deze laatste natuurlijk om tegenwicht te bieden aan EMC dat Vmware twee jaar geleden overnam.

Ook Vmware is echter een belangrijke partner van Red Hat. Jan Wildeboer, als Solution Architect verantwoordelijk voor het Center of Excellence in München, zegt echter niet helemaal tevreden te zijn over Vmware. Volgens hem blijft de overhead van Xen onder de 5 procent. "Voor Vmware is dat een stuk hoger."

Robert Molijn, Sales Manager New Business bij SLTN, zegt dat de overhead van Vmware ESX tussen de 5 en 10 procent ligt. "En eerder bij de vijf dan bij de tien." Voor de GSX Server (het instapmodel dat nu wordt opgevolgd door de gratis Server-versie) ligt dat volgens hem tussen de 5 en 15 procent.

"Wij zien twee grote gebruikerscases voor Xen," zegt Wildeboer. "In het datacenter waar het onderliggende host-systeem zo kaal mogelijk moet zijn. Daar zijn nu een heleboel mensen aan de slag met Vmware. En op het werkstation van de ontwikkelaar, die juist alles erop en eraan wil hebben om op virtuele machines te kunnen testen."

Eenvoudig

Om Xen te kunnen gebruiken hoeven alleen de Xen-kernel en -tools te worden geïnstalleerd. Het maken van een nieuwe Linux-image is heel eenvoudig met het bijgeleverde script: in de console maak je een eerste opzet en daarna start je de vnc-daemon zodat je via de grafische client je installatie af kunt maken.

Gastsystemen kunnen met het xm-commando, de Xen-managementinterface, worden beheerd. Daarmee kunnen images worden gestart, gestopt, gepauzeerd en bewaard. Tegelijkertijd worden ook resources als virtuele processors, disks en geheugen toegewezen. Red Hat raadt aan voor elk image 256 Mbyte aan geheugen te reserveren.

Bij de installatie zit ook een init-script om bij het opstarten direct al je gastsystemen in de lucht te brengen. Dat is minder interessant voor softwareontwikkelaars, maar wel enorm belangrijk voor beheerders van datacenters en serverparken en voor service providers die virtualisatie gebruiken om virtuele servers aan te bieden.

Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid om draaiende images naar een andere machine te migreren. Een ander systeem dat ook Xen draait, kan via het netwerk een draaiend gastsysteem toegestopt krijgen, om deze zelf verder te draaien.

Management tools

Xen zal eind dit jaar worden opgenomen in de nieuwe Red Hat Enterprise Linux versie 5. De technologie maakt echter al vanaf versie 4 onderdeel uit van Fedora Core.

Het is goed aan de software te zien dat Xen een nieuwkomer is; ten opzichte van Vmware zijn er beduidend minder tools beschikbaar. Wildeboer ziet dat ook niet als een taak voor Red Hat. "Dat laten we over aan derden. Alle functionaliteit is er. Anderen kunnen daar de tools op schrijven. Wij zijn op dit moment enorm druk om Xen voor RHEL5 klaar te krijgen." Libvirt zou wel eens de bibliotheek kunnen worden waarop management interfaces van anderen op Xen (en later ook op ander hypervisors) kunnen aangrijpen. Bron: Techworld