Rich Clifton, de Senior Vice President van NetApp is heel zelfverzekerd. Hij legt tegenover Techworld uit dat NetApp is gespecialiseerd in storage voor virtuele servers, volgens hem een van de meest interessante delen van de markt.

Wie gaat virtualiseren loopt bij de storage op tegen twee specifieke problemen, zegt Clifton. De eerste is dat de backups mislukken door te weinig capaciteit. In een fysieke omgeving had men daar geen last van. Daar stonden de machines toch vaak niets te doen, dus kon de backup er altijd tussendoor. Men hoefde er dus eigenlijk nooit aandacht aan te besteden. Maar nu er gevirtualiseerd gaat worden, en de resources dus worden geoptimaliseerd, wordt het ineens een probleem. In piekuren van de backup zijn er helemaal geen resources beschikbaar, omdat die allemaal voor andere zaken worden gebruikt.

De oplossing van NetApp voor dat probleem is dat de backups worden gedaan in de storage-systemen zelf. Daardoor hoeven er helemaal geen resources vrijgemaakt te worden voor de servers. NetApp backupt de hele infrastructuur. “Maar dan moet de backup zich wel bewust zijn van de applicaties, omdat niet de hele infrastructuur moet worden teruggezet bij een recovery, alleen de applicatie die kapot was. Dat noemen wij application integration”, zegt Clifton.

Het tweede grote probleem dat Clifton aanwijst, is dat de hoeveelheid data die moet worden opgeslagen. Die groeit door het groeiende aantal servers in een gevirtualiseerde omgeving. De oplossing daarvoor ligt volgens Clifton in efficiëntie. Dan gaat het bijvoorbeeld om deduplicatie. En juist daarvoor geeft hij zijn garanties. “Je zou dit kunnen beschouwen als loze marketingpraatjes”, zegt hij. “En daarom geven we een keiharde garanties. En onze advocaten zijn er tevreden mee, want we maken het waar.”

Bron: Techworld