Wie een zuinig datacenter wil bouwen kan het beste de hoogte in zonder verdiepingen te maken. Warmte stijgt namelijk dus dan is er minder koeling nodig. Ook een grote vloeroppervlakte is praktisch: De energiezuinige en -intensieve klanten zijn dan goed te verdelen. Dit is precies wat Terremark gaat doen met haar nieuwe datacenter dat donderdag wordt geopend. Dat komt in het oude gebouw van Martinair Catering op Schiphol. Het voordeel van dat gebouw is de oppervlakte van 2640 vierkante meter en de hoogte van 10 meter.

Heteluchtballon

Dat heeft grote voordelen. Zo is de hoogte van het gebouw handig. De warme lucht die stijgt blijft namelijk niet net boven de racks hangen maar gaat ver de lucht in. Daarom kan er een hybride koelsysteem in het datacenter worden gehangen, legt Eric Lisica, vice-president voor datacenters uit.

Jo van de Pas van DataCenterKoeling erkent dit. “Je moet het zien als een heteluchtballon. De warme lucht gaat omhoog en daardoor kan de temperatuur per meter wel 2 graden verschillen", legt hij uit. Dat betekent dat er op de lage hoogte relatief minder gekoeld moet worden. “Dat gaat overigens niet altijd op", voegt hij daar aan toe. “Als de warmte niet weg kan dan is het effect ook weg". Kan de warmte wel weg, dan kan een datacenter volgens hem hybride koelen met buitenlucht en kunstmatige koeling.

Dat is dan ook wat er in het nieuwe datacentrum wordt gedaan. “Tot en met een buitentemperatuur van negen graden kunnen we nu volledig met buitenlucht koelen", beweert Lisica. “Tussen 9 en 18 graden kunnen we de mechanische koeling van de airco bijschakelen. Pas als de temperatuur hoger dan 18 graden is moet de enorme hal volledig mechanisch gekoeld worden". De buitentemperatuur wordt vanaf die temperatuur hoger dan de temperatuur in de dataruimte moet zijn.

Waterverdamping en zeewater

Dit is overigens niet de meest energiezuinige manier. In het nieuwe datacenter staan ook nog airco's als kunstmatige koeling. En Van de Pas past ook een techniek toe die niet werkt met airco's maar met koeling door waterverdamping. “Zo'n koeling staat dicht bij de server", legt hij uit. “Zo kunnen we een lagere luchtdruk gebruiken. Omdat de koeling niet zo hard blaast kunnen de ventilators in een server de koude makkelijker opnemen", stelt hij. Zo bespaart de eigenaar van een datacenter stroom.

De hybride koeling is zelfs zonder die techniek een groot voordeel voor een datacenter. Het was vanaf het begin de bedoeling dat het datacenter erg energiezuinig werd. Groen dus. Dat kon niet worden opgelost met bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak of een windmolen naast het gebouw, vertelt oud-ceo Metten. “Dat zou te gevaarlijk zijn voor de vliegtuigen". Het gebruik van groene stroom in combinatie met een koelsysteem dat minder verbruikt zorgt toch voor een efficiënter rekencentrum.

Energiezuinige datacenters lijken tegenwoordig sowieso een must te zijn. Zo heeft Google een datacenter in Finland waarbij de koeling volledig gebeurt met zeewater. Microsoft heeft zelfs een test gedaan met een datacenter dat volledig zonder muren wordt gebouwd. In Nederland komen er ook steeds meer 'groene' datacenters. Het Haarlemse Evoswitch claimt bijvoorbeeld volledig op groene stroom te draaien en klimaatneutraal te zijn. Equinix bouwt in Amsterdam een datacenter dat zijn restwarmte onder de grond doorvoert om gebouwen in de omgeving te verwarmen. Terremark sluit zich dus aan bij deze ontwikkeling.

Klanten spreiden

Nog een kenmerk van de grote ruimte in het oude cateringgebouw zorgt ervoor dat het bedrijf dat kan doen: De grote oppervlakte van het gebouw blijft een grote ruimte. In tegenstelling tot in veel datacentra krijgen grote afnemers dus geen afgesloten kamer. Ook worden binnenkomende netwerkproviders niet allemaal via een 'telco room' geleid. De reden daarvoor is spreiding van stroomverbruik.

“Zo ga je hotspots tegen", legt Metten uit. Hotspots zijn plaatsen in het datacentrum waar de temperatuur hoog oploopt door bijvoorbeeld stroomgebruik. “Netwerkproviders gebruiken relatief heel weinig stroom dus door die op de vloer te plaatsen bij andere klanten spreid je het stroomgebruik". Daarnaast wordt de hitte binnen de perken gehouden zodat er geen extra koeling is.

Metten zegt ook gekeken te hebben naar een oplossing waarbij nauwelijks airconditioning wordt gebruikt. “Het is mogelijk om 98,8 procent passief te koelen", stelt hij. “We hebben rondgevraagd in de markt maar het bleek te nieuw. Iedereen vindt dat toch een beetje eng", verklaart hij waarom het bedrijf dit uiteindelijk niet gedaan heeft.

Grote ruimte ook een nadeel

De grote open ruimte in het datacenter is overigens wel een nadeel voor sommige internationale klanten, erkent Metten. “Amerikanen willen dat niet", stelt hij. Mogelijk willen die nog wel een cage, waarbij een hekwerk rond hun serverracks geplaatst moeten worden. Bij de certificering van een datacenter levert het echter minpunten op als dat niet van onder de verhoogde vloer tot het plafond loopt. “En met een gebouw van tien meter hoog moeten we daar nog maar eens naar kijken".

Toch is een goede certificering van zijn datacenter niet alles waard voor de ceo. Tier-4 (internationaal de hoogste klasse voor datacenters) kan in Nederland zelfs niet omdat er hier slechts één stroomnetwerk is. Terremark noemt haar datacenter daarom, op basis van alle netwerken die binnenkomen en de overige faciliteiten 'Tier-3 plus'.

Maar zelfs dat is niet heilig voor Metten. “Als je naar een datacenter gaat is het toch gevoel. Ziet het er goed uit, is het goed onderhouden. Je kan beter een goed onderhouden Tier-2 datacenter hebben dan een Tier-4 datacenter dat slecht is onderhouden. Als je niet onderhoudt, gaat het fout", rijmt hij.