Volgens het onderzoek van ABI stijgt het aantal mobiele cloudgebruikers explosief van 42,8 miljoen abonnees in 2008 (1,1% van alle betaalde mobiele diensten) tot 998 miljoen in 2014 (19% van alle mobiele diensten). Tot deze cloudapplicaties worden diensten gerekend die buiten de mobiele telefoon om berekeningen uitvoeren en data opslaan. Volgens ABI gaat het daarbij niet alleen om smartphones, maar maken ook gewone telefoons meer en meer gebruik van de cloud.

Volgens analist Mark Beccue nemen vooral GPS-diensten een grote vlucht. “Vanaf vorig jaar zien we steeds meer abonnees voor locatiediensten; denk vooral aan navigatie en kaartapplicaties. Van alle mobiele cloudafnemers zal 60% komende jaren een dienst betalen gebaseerd op locatie.”

Zakelijke cloud floreert

Naast locatiediensten zullen ook zakelijke applicaties die te maken hebben met groupware en sales force management van de trend profiteren. De grote jongens binnen de cloud, zoals Google, Amazon en Salesforce, spinnen hier volgens ABI garen bij.

Ook zal er binnen de markt voor mobiele clouddiensten veel ruimte zijn voor innovatie. Als voorbeeld noemt het onderzoek een dienst als LiNk, van slotenmaker Schlage. Het programma stelt betalende abonnees in staat om via het mobieltje de deur te openen en sluiten, maar kan ook worden gebruikt voor bediening van de verwarming, beveiligingscamera’s en verlichting.

“In 2014 is mobile cloud computing het grootste en meest lucratieve ontwikkelplatform voor mobiel gebruik”, denkt Beccue, die hiermee statische en downloadbare mobiele applicaties langzaam ziet verdwijnen.

Smartbooks

De mobiele clouddiensten leidden ook tot de ontwikkeling van nieuwe hardware. Zo komt chipsetfabrikant Qualcomm binnenkort met haar ‘Snapdragon’-chips. Deze mobiele chipset vormt de basis van nieuwe smartbook-apparaten. De belofte van dergelijke apparaten is niet misselijk: minder dan een kilo gewicht, een dag aan accu-capaciteit en goede prestaties. Komende maanden zullen verschillende fabrikanten smartbooks op de markt gaan brengen.

Bron: Techworld