De commissie gebruikt al sinds 1975 software van Systran en diens voorgangers en was na die tijd van mening dat het inmiddels (delen van) het intellectuele eigendom in bezit had. De commissie schreef in 2003 een openbare aanbesteding uit voor het verbeteren van de software.

Systran heeft de commissie nog gewaarschuwd dat het hiermee op het punt stond de auteursrechten te schenden. Na uitgebreide correspondentie stelde de Commissie echter dat Systran de eigendomclaims niet kon bewijzen.

Nadat het werk was aanbesteed, stapte Systran naar de rechter. Het vond dat de EC illegaal de kennis van het bedrijf had gedeeld met derden en dat de niet door Systran toegestane verdere ontwikkeling van de software een inbreuk was op het copyright.

Wie heeft wat?

Centraal staan twee zaken. Ten eerste is de software die in gebruik is bij de EC gebaseerd op een standaard product van Systran, maar wijkt daar in min of meer belangrijke mate van af. De EC beweert dat die afwijkende delen in het bezit zijn van de commissie zelf.

De ontwikkeling van die extra software is ook betaald door de commissie. Het wist echter niet geheel duidelijk te maken welke delen dat precies zijn. De rechter oordeelde dat het copyright in handen van Systran dientengevolge onverkort gold en dat de EC dus onwettig heeft gehandeld.

Niet in contract

Ander punt is dat contractueel tussen EC en Systran niets is vastgelegd over het wel of niet mogen veranderen, of verbeteren, van de software en het delen van de kennis van het product met anderen. De rechter oordeelde echter (pdf) dat de EC ook verplichtingen heeft die niet contractueel zijn vastgelegd.

De schadevergoeding aan Systran bestaat uit 7 miljoen euro aan achterstallige licentievergoedingen en 5 miljoen euro schade aan reputatie en omzet van Systran over de periode van 2004, toen de zaak begon, en 2010.