Optische kabel: 1954

De glasvezel- of optische- kabel is al gedemonstreerd in 1840 door Daniel Collandon en Jacques Babinet in Parijs. Maar de techniek zoals wij die nu kennen werd bijna 100 jaar later ingezet op een grotere schaal. Deze aangepaste versie werd door Harold H Hopkins en Abraham van Heel gepresenteerd in 1954.

COBOL: 1960

Ontwikkeld door een samenwerkingsverband tussen overheid en computerindustrie is de COBOL-programmeertaal de standaard gewoorden voor financiële en andere enterprise software systemen. Tegenwoordig vind je het nog steeds vaak terug bij overheden, financiële instellingen en in industriële toepassingen.

Virtueel geheugen: 1962

Een team van onderzoekers aan de Universiteit van Manchester werkte in de jaren '60 aan een manier om computergeheugen opnieuw te gebruiken wanneer computers tussen programma's en gebruikers wisselden. Hieruit is een time-sharing concept gekomen dat we sindsdien kennen als virtueel geheugen.

ASCII: 1963

De Amerikaanse standaardcode voor informatie-uitwisseling, die bepaalt hoe letters, nummers en symbolen door computers worden weergegeven, kent zijn formele oorsprong in 1963. Tegenwoordig is de standaard uitgebreid van 128 naar 256 karakters om ook letters met accenten mee te nemen en vervangen door de meertalige Unicode-standaard, die nog wel de ASCII-codes als basis kent.

OLTP: 1964

IBM vond OLTP (online transaction processing) uit toen het het Sabre reserveersysteem voor American Airlines ontwikkelde. Dit systeem linkte 2000 terminals via een telefoonlijn aan een stel IBM 5070-computers om reserveringen binnen seconden af te kunnen handelen. De oorspronkelijke OLTP-architectuur wordt vandaag nog in e-commerce en reserveringssystemen gebruikt.

IBM System/360 mainframe: 1964

Het kostte IBM vijf miljoen dollar om zes onderling compatible computers te bouwen die samen konden werken, maar binnen een paar jaar verkocht het meer dan 10.000 mainframe systemen per jaar. De System/360-architectuur is vandaag nog steeds de backbone van moderne IBM mainframes.

MOS chip: 1967

Fairchild Semiconductor vond de eerste MOS (metal-oxide semiconductor) chip uit, die nog steeds in huidige computerchips terug te vinden is als CMOS (complementary metal-oxide semiconductor). De originele Fairchild CPU kon 8 bits verwerken.

C: 1969

Dennis Ritchie van Bell Labs ontwierp de C-programmeertaal om in het destijds hagelnieuwe Unix-besturingsyssteem te kunnen gebruiken. C is ongetwijfeld uitgegroeid tot 's werelds meest populaire programmeertaal en heeft allerlei varianten voortgebracht.

Unix: 1969

Kenneth Thompson en Dennis Ritchie van Bell Labs ontwikkelden het Unix-besturingssysteem als een single-processor versie voor mini-computers als alternatief voor Multics OS, een systeem voor meerdere gebruikers van destijds dat voor mainframes populair was.

FTP: 1971

MIT-student Abhay Bhushan ontwikkelde in 1971 het File Transfer Protocol (dat aanvankelijk bekend stond als de RFC 114 draft-standaard). Hij hielp later om de protocollen voor e-mail en het ARPAnet defensienetwerk te ontwikkelen.

Ethernet: 1973

Rob Metcalfe vond in 1973 de bekende standaard voor netwerkverbindingen uit, die vanaf 1981 commercieel geëxploiteerd werd. De opvolgers van de oorspronkelijke standaard worden nu nog steeds gebruikt voor bedraade netwerken.

x86 CPU architectuur: 1978

Intel's 8086 processor was de basis voor wat we sindsdien de x86-architectuur zijn gaan noemen. Deze standaard is nu nog steeds de basis voor Intel en AMD chips die we in moderne pc's terugvinden en op Windows, Linux en Mac OS X draaien.

GNU: 1983

Richard Stallman, die later de Free Software Foundation oprichtte, hield niet van het idee dat software gecontroleerd werd door bedrijven, dus hij besloot een gratis versie van AT&T's Unix te produceren volgens de principes die hij opstelde in zijn boek "The GNU Manifesto". Het resultaat was GNU, een incomplete kopie van Unix die later pas echt tot leven kwam toen Linus Torvalds in 1991 een groot deel meenam in zijn Linux, wat vandaag nog aan de basis staat van vele servers.

Tape drive: 1984

IBM's 3480 cartridge tapesysteem verving de onhandige, lompe tape linten die binnen computer storage sinds 1960 gebruikt werden. Vandaag de dag kom je vooral tape drives nog tegen. IBM stopte met de 3480 cartridge in 1989, maar het formaat werd door vele andere partijen gekopieerd.

TCP/IP: 1984

Hoewel het al door het militaire ARPAnet in 1980 gebruikt werd, werd de eerste formele versie van pas TCP/IP toegepast in 1984. Het universele dataprotocol vormde het beginsel voor het internet dat we nu kennen en ook binnen bedrijfsnetwerken gebruiken.

C++ : 1985

Object-georiënteerd programmeren nam pas echt een vlucht toen AT&T-onderzoeker Bjarne Stoustrup in 1985 het werk "The C++ Programming Language" publiceerde. Veel van de code die vandaag nog gebruikt wordt, is C++.

PostScript: 1985

John Warnock en Charles Geschke van Adobe Systems ontwierpen de PostScript-taal voor paginaopmaak zodat Steve Jobs deze kon gebruiken in de Apple LaserWriter. PostScript was een vervolg op de InterPress-taal die Adobe in 1982 voor gebruik in laserprinters, die toen langzaam vanuit het lab tot commerciële producten werden omgevormd, ontwikkelde. PostScript wordt nog voor sommige printers gebruikt, maar zijn voornaamste functie is dat het de basis vormt voor PDF.

ATA en SCSI: 1986

Twee belangrijke en duurzame standaarden voor databekabeling werden commercieel in hetzelfde jaar: SCSI en ATA. De Small Computer Systems Interface werd de standaard verbinding voor systemen die hoge prestaties moesten leveren.

SCSI begon in 1978 als de proprietary Shugart Associates System Interface en vecht nog altijd een verbeten strijd uit met het in 1986 door Compaq uitgebrachte ATA (ook bekend als IDE). De ATA-specificatie werd pas in 1994 formeel gestandaardiseerd onder de naam ATAPI. SCSI vind je voornamelijk terug in servers, terwijl ATA de leidende standaard is voor desktop pc's.

Java

Rond 1990 startte Sun Microsystems een project waarbij dertien programmeurs samenwerkten aan een 'revolutie' binnen de computerwereld. Ze wilden een technologie creëren waarbij geanticipeerd kon worden op de opkomende smarttoestellen, zoals interactieve televisie. De taal werd in eerste instantie 'Oak' genoemd, maar dat werd tegengehouden door Oak Technologies. Het is niet helemaal duidelijk waarom er uiteindelijk voor Java gekozen is. Het gerucht is dat het personeel regelmatig Java-koffie dronk bij Peet's coffee.