Open source als concept bestaat al langer, maar officieel is de term nu twintig jaar oud, zo meldt het Open Source Initiative. Is dat iemand opgevallen? Niet echt. Voor iets dat zo revolutionair is als open source, zou je verwachten dat het een fundamentele verandering opleverde in de manier waarop software wordt gebouwd, verkocht en gedistribueerd. Hoewel er veel is veranderd, blijft er nog erg veel software anno 2018 koppig propriëtair.

Niet voor verkoop

Wat wel sterk veranderd is, is de houding ten opzichte van het softwareproces. De wereld voelt zich er inmiddels bij op z'n gemak dat er wordt gesteld dat software niet alleen open source kan, maar soms zelfs open source móet, zonder dat direct het einde van de wereld wordt voorzien. Maar het echte openstellen van de bron, dat is een issue dat we de komende twintig jaar moeten aanpakken.

In 1997 beargumenteerde Eric Raymond in een befaamd essay, dat als manifest wordt gezien van de open source-beweging, dat 95 procent van alle software wordt geschreven voor gebruik en niet voor verkoop en daarom zou de broncode open moeten zijn. Dat ideaal hebben we nog lang niet bereikt en de meeste code is nog steeds propriëtair.

Verspilling

De term 'open source' werd in 1998 voor het eerst voor dit doel gebruikt met de komst van het Open Source Initiative, een organisatie waarvan ik ooit van in het bestuur zat. In 2008 stelde Red Hat-CEO Jim Whitehurst dat propriëtaire enterprisesoftware zonde was:

De grote meerderheid van software wordt geschreven voor zakelijk gebruik en is niet voor verkoop. Dat wordt voor het grootste deel niet gebruikt. De verspilling in IT-ontwikkeling is enorm. Als open source waarde wil toevoegen voor gebruikers over de hele wereld, moeten we ervoor zorgen dat klanten niet alleen gebruikers zijn, maar daadwerkelijk meedenken en bijdragen aan de ontwikkeling.
Hierna: Een duidelijke overwinning is de dominantie in zakelijke infrastructuren.

In 2013 stonden we er een stuk beter voor. Volgens Cloudera-oprichter Mike Olson domineerde open source zakelijke infrastructuur:

Er is een opvallende en onomkeerbare trend in enterprise infrastuctuur. Als je een datacenter beheert, gebruik je vrijwel zeker open source besturingssystemen, databases, middleware en andere componenten. Er is geen dominant closed source, propriëtair platform opgekomen gedurende de afgelopen tien jaar.

Open source domineert

Olson had hier uiteraard gelijk: veel van de innovaties in zakelijke infrastructuur zijn tegenwoordig vaak voorzien van open source-licentiëring. Docker en Kubernetes domineren en die revolutie is ook open. Big data? Hadoop, Kafka en andere open source-technologieën. Machine learning en AI? Ook al open source in de vorm van TensorFlow, MXNet en meer.

Dus onze platforms zijn veel meer open source, terwijl onze applicaties veelal gesloten en propriëtair blijven. Hoe kan het dat zoveel van onze toekomst afhangt van open source, terwijl er zoveel code vastzit in propriëtaire licenties? Als een steeds groter wordend percentage van de beste code open is, waarom gaat er dan niet meer open?

Wiel opnieuw uitvinden

ARM's John Mark Walker vertelde me: "Alle grote innovaties die momenteel plaatsvinden, gebeuren met open source platforms. Maar toch blijven er steeds mensen het wiel opnieuw uitvinden." Waarom dat is? Bedrijven zeggen graag dat ze open source ontwikkelen, maar in de praktijk valt dat tegen.

Lees verder: Bedrijven geven open source onterecht de schuld van hun eigen falen.

Geir Magnusson, een Apache Software Foundation-directeur in diens begintijd en CTO van Sourcepoint zegt:

De impact van open source is enorm als het gaat om infrastructuur of niet-differentiërende zaken. Maar de '95 procent van alle software' waar Eric Raymond het over heeft is veelal oninteressant spul dat gebouwd is voor (of dat nu perceptie is of niet) specifieke privédoelen van organisaties.

Met andere woorden, we zouden misschien blij moeten zijn dat we al die gesloten code niet zien, omdat het niet van toepassing is buiten het bedrijf waar het geschreven is. Kan het open source zijn? Ja. Moet het open source zijn? Nou...

Falen met open source

Daarnaast heeft het opensourcen van code een prijs, zoals Red Hat-strateeg Dave Neary benadrukt. Voor een enkele gebruiker is de winst klein. Apache Software Foundation-directeur Jim Jagielski licht toe: "Bedrijven willen open source omarmen, maar hikken te veel aan tegen de kosten van resources en investeringen om de stap daadwerkelijk te zetten. En dan falen ze." Vervolgens geven ze open source onterecht de schuld van dat falen.

Kortom, de reden dat veel software gesloten blijft binnen organisaties is dat er (verborgen) kosten verbonden zijn aan het openstellen en dat de ROI te laag is om dat te rechtvaardigen. Althans, dat is de perceptie van bedrijven. En dat verkeerde beeld is slecht te bestrijden als je niet in open source stapt. Dat is een kip-ei-probleem dat we moeten aanpakken.

Op de laatste pagina: De komende twintig jaar van open source.

Vooruitstrevende ontwikkelaars van Google, Facebook, Amazon en andere webgiganten lossen dit probleem op door de waarde van open source te laten zien. Grote bedrijven als Chevron gaan vast niet werken als Microsoft, maar je ziet flexibelere organisaties als Bloomberg en Capital One omgaan met open source op een manier die we tien jaar geleden niet hadden voorzien.

Niet voor applicaties

Dat is een goede start. En laten we vooral niet vergeten dat we in een tijdperk leven waarin er heel anders wordt aangekeken tegen open source. De beste, innovatiefste software van tegenwoordig is open source. Dat geldt overigens niet voor alles. Zoals Adobe-ontwikkelaar en Apache Software Foundation-bestuurder Bertrand Delacretaz stelt: "Open source werkt het beste voor infrastructurele software."

Het ligt minder voor de hand dat applicaties open worden, zegt hij, omdat het in de hogere lagen steeds lastiger wordt om een consensus te bereiken over het functioneren en de werking van de software. Ook neemt de hoeveelheid programmeurs met kennis van en interesse in benodigde vaardigheden af naarmate je hoger in de stack komt.

Ver gekomen in 20 jaar

Maar voor fundamentele software is het idee dat open source innovatie voortstuwt eindelijk aangekomen. We blijven bedrijven zien die het wiel opnieuw uitvinden als ze infrastructurele software bouwen, zoals Walker dat verwoordde, maar dit zal de komende twintig jaar verdwijnen met de groei van participatie in open source-community's.

We zijn dus een behoorlijk eind gekomen in de afgelopen twintig jaar en het is een goed begin voor de echte revolutie de komende twintig.