De machine heet Catalyst en telt 304 nodes voor het rekenwerk die elk twee 12-core Xeon-processors en een 800 GB flash-geheugen hebben. In totaal ruim 243 TB aan flash. Het supersysteem bestaat uit 320 geclusterde servers, waaronder de 304 compute nodes naast nog 2 login-nodes, 2 beheernodes en 12 speciale nodes voor de routering. Die laatstgenoemde servers hebben elk 128 GB geheugen en 3200 GB aan flash-geheugen.

Geheugenaanvulling versus HDD-vervanging

De gebruikte flash-opslag, in de compute- plus de route-nodes, bestaat uit 800 GB flash-SSD's (solid state drives) die niet met een reguliere SATA-aansluiting zijn verbonden. In plaats daarvan zijn de flash-chips direct gekoppeld aan de snelle PCI Express-backbone van de individuele servernodes.

Het Lawrence Livermore National Laboratory gaat de snelle flash-opslag niet slechts gebruiken als snel alternatief voor harde schijven, maar wil het inzetten als applicatiegeheugen. De gebruikte software ziet het dan als regulier geheugen, wat dan wel iets langzamer is dan echt geheugen (DRAM). Applicaties moeten wel voorzien worden van enige intelligentie om in te schatten wat ze in DRAM opslaan en wat in de flash-chips, meldt het lab aan de Britse ICT-nieuwssite The Register.

Update: Het aantal nodes (waaronder compute nodes) en de totale hoeveelheid flash-geheugen verduidelijkt.