Groot-Brittannië, Ierland, Frankrijk en Zweden hebben eind april een voorstel ingediend bij de Raad van de Europese Unie om een algemene bewaarplicht van 12 tot 36 maanden in te voeren voor verkeersgegevens ten behoeve van de opsporing.

Als het voorstel wordt aangenomen door de lidstaten, moeten telefoon- en internetbedrijven voortaan alle telecommunicatiegegevens opslaan. Van 450 miljoen Europeanen wordt dan systematisch bewaard naar wie zij hebben gebeld, ge-smst en e-mail verstuurd, vanaf welke plekken ze mobiel gebeld hebben en welke websites zij hebben bezocht.

Nederland is op dit moment voorzitter van de Europese Unie. Om die reden is het standpunt zo belangrijk. Nederland heeft als voorzitter namelijk de mogelijkheid om de prioriteit van het onderwerp te bepalen. Letterlijk staat er in het document "[..] Nederland [heeft] er belang bij dat het ontwerp met voorrang in behandeling wordt genomen".

Die bewaarplicht gaat er dus snel komen. In de zomer van 2005 moet de EU het besluit aannemen en in 2007 moeten alle 25 EU landen de bewaarplicht in hun nationale wetgeving hebben ingevoerd.

Het gaat om ongelooflijk veel data. De burgers van de EU bellen (vast en mobiel), sms-en, e-mailen en bezoeken websites. Maar de voorgestelde bewaarplicht is niet limitatief, zij geldt voor alle vormen van telecommunicatie: "telefonie, Short Message Services, Electronic Media Services, Multi Media Messaging Services, internetprotocollen, met inbegrip van e-mail, voice over internet-protocollen, World Wide Web, file transfer-protocollen, network transfer-protocollen, hyper text transfer-protocollen, voice over broadband en ondergroepen van internetprotocolnummers (network address translation-gegevens)". Zelfs vormen van communicatie die nu nog niet bestaan zijn in het voorstel opgenomen: "Toekomstige technologische ontwikkelingen die de transmissie van communicaties vergemakkelijken [..]".

De definitie van verkeersgegevens volgt een bekend patroon dat eerder ook bij het aftappen van telecommunicatie is toegepast: overdimensionering. De wetgever zorgt er in zijn definities voor dat geen enkele dienst of netwerk buiten de boot valt. Onder verkeersgegevens vallen daarom niet alleen nummers, adressen en tijdstippen maar ook "gegevens die nodig zijn voor de identificatie van de locatie bij het begin en tijdens de gehele duur van de communicatie" en "gegevens die nodig zijn voor de identificatie van de communicatieapparatuur".

Om hoeveel data het precies gaat weet eigenlijk niemand, ook de EU en de Nederlandse regering niet. Internetprovider XS4ALL kwam in 2002 tijdens een ruwe schatting uit op ongeveer 9 terabyte per 100.000 abonnees en een bewaarplicht van 1 jaar. Wie op de achterkant van een bierviltje dit getal probeert om te rekenen naar de internetgebruikers onder de 450 miljoen EU-burgers en daar nog eens gewone en mobiele telefonie bij optelt, kan alleen maar concluderen dat het om een hooiberg van gigantische afmetingen gaat.

De opsporingsdiensten gaan straks op zoek naar de speld in die hooiberg.

De argumenten voor de bewaarplicht lijken aan mode onderhevig. Het voorstel geeft echter een aardige opsomming van wat overheden van de EU-lidstaten daar de laatste jaren over geroepen hebben: "kinderpornografie en racistisch en xenofobisch materiaal, aanvallen op informatiesystemen, en het identificeren van de personen die betrokken zijn bij het gebruik van elektronische-communicatienetwerken voor georganiseerde criminaliteit en terrorisme".

Maar ook dit is geen limitatieve opsomming. Het Europese voorstel regelt namelijk niet onder welke omstandigheden de gegevens door de opsporingsdiensten mogen worden opgevraagd. Dat regelen de landen in hun eigen nationale wetgeving. In Nederland is daarvoor in maart de Wet vorderen gegevens telecommunicatie aangenomen. Iedere Officier van Justitie mag verkeersgegevens opvragen, er komt geen rechter aan te pas. In de praktijk zullen verkeersgegevens standaard worden opgevraagd in een opsporingsonderzoek.

Dat is ook meteen een van de belangrijkste argumenten tegen de bewaarplicht. Met deze maatregel slaat Europa een fundamenteel andere weg in bij de opsporing van de misdaad; van gerichte opsporing naar algemeen toezicht op alle burgers. Iedereen wordt traceerbaar, niet alleen voor de Nederlandse overheid, maar ook voor de politie in Griekenland en Letland.

Want de internationale uitwisseling van verkeersgegevens is een van de belangrijkste drijfveren achter het voorstel.

En wie denkt dat de overheden hebben uitgezocht waarom de politie deze gegevens precies nodig heeft, komt bedrogen uit. Nederland heeft al besloten dat de bewaarplicht een goed idee is, nog voordat duidelijk is welke gegevens de politie nodig heeft of wil hebben. De regering wil daarom "dat de behoeften van de opsporingsdiensten op nationaal niveau nader in kaart worden gebracht. Dit geldt in het bijzonder voor de gegevens die op internet betrekking hebben".

Ik denk dat de uitkomst van dat onderzoek pas klaar is nadat de Europese ministers de bewaarplicht hebben aangenomen.