Blindstaren op tech

Net zoals Microsoft vaak genoeg heeft gedaan, verkijkt Google zich op wat er technisch en strategisch mogelijk is versus wat wenselijk of acceptabel is. Neem bijvoorbeeld de geplande universele inlog van Microsofts Passport voor sites en online-diensten overal. Dat zou handig zijn voor gebruikers, nuttig voor aanhakende internetbedrijven en ook veilig voor iedereen.

Dat één partij daarmee wel erg veel grip zou krijgen, leek te zijn vergeten. De weerstand tegen Passport heeft Microsoft verrast en dat industriebrede initiatief is uiteindelijk gesmoord. (Hoewel er tegenwoordig steeds meer overal wordt ingelogd met Facebook.)

Google gaat ook gretig voor wat er allemaal kán. Het bedrijf wil de informatie van de wereld ontginnen, inclusief de medische gegevens van burgers. “Ik vraag me af waarom mensen zo gebrand zijn op het privé houden van hun medische geschiedenis”, zegt CEO Larry Page. Die wel het goede voorbeeld geeft door net een boekje open te doen over zijn eigen stembandproblemen. Of moet hij dat doen richting de aandeelhouders, zelfs voor een niet-levensbedreigende aandoening?

De wereld volgens Larry: Via: persbureau Bloomberg.

Sluw ondermijnen

Net zoals Microsoft jarenlang op sluwe wijze zijn concurrenten wist te ondermijnen, doet Google dat ook. Bijvoorbeeld door een concurrerend product of dienst prijstechnisch te bestrijden, al dan niet door de eigen tegenhanger gratis weg te geven of mee te leveren met een ander product. Kijk maar naar Android nu, of Chrome OS, of Google Docs.

Slim: het kernproduct van je concurrent weggeven, als bijzaak voor jouw eigen kernproduct. Zoals ooit de browser bij het besturingssysteem: Microsoft versus Netscape in de eerste browseroorlog. Wie weet er nog dat er toen een Internet Explorer was voor het Mac OS (van vóór OS X) en zelfs voor Unix (in de vorm van Sun Microsystems’ Solaris)? Om maar de concurrent de pas af te snijden.

Zo zet Google ook strategische stappen, niet alleen direct concurrend. Zo legt het koekoekseieren in Windows-browser Internet Explorer, mét sluwe naleg en vervolgens nestkaping. En ook koekoekseieren op Apple’s platform, eerst op de iPad en nu een samenspannend nest op heel iOS.

Openheid in eigen belang

Net zoals Microsoft is Google vóór openheid en samenwerking, zolang het de eigen agenda dient. Zie Microsofts omarming van open source, ter bevordering van zijn bestaande business. Zie in het geval van Google de ‘openheid’ van Android voor Acer en de Chinese zoekconcurrent Alibaba. Een niet-partner als Amazon valt niet echt tegen te houden wat diens eigen gebruik van het open source Android betreft. Maar partner Acer kan wel worden teruggefloten. Wat dan ook is gedaan.

Zie ook de openlijk beleden afkeer van het kwaad der patenten. Google hekelt die octrooien, maar zet ze wel zelf in tegen concurrenten. Vaak in reactie op een aanval, maar is een tegenaanval dan dus ‘defensief gebruik’ van patenten? De beste verdediging is immers wel de aanval, luidt een oude wijsheid. Belangrijker wellicht nog is met welk doel de tegenaanval wordt ingezet.

Het eisen van verkoopverboden is namelijk een beperking van consumentenkeuze, zegt Google over de patentinzet van Apple. Maar de Android-maker en Motorola-eigenaar doet dit zelf ook. Versus de grote tegenstander Microsoft weliswaar, maar het doel heiligt toch niet de middelen? Of is in liefde en oorlog echt alles toegestaan? Zelfs het inzetten van standaardessentiële patenten, totdat de daarmee gepleegde schending van FRAND-verplichtingen roet in het eten gooit.

Interoperabel als middel

Net zoals bij Microsoft - en elk beursgenoteerd bedrijf - staat groei natuurlijk voorop. Goede voornemens moeten dat niet in de weg staan. Interoperabiliteit is daarbij een middel, niet een doel. Zie Google’s schrappen van de support voor het veelgebruikte ActiveSync. Of dat nou wel of niet is ingegeven door de pan uit rijzende licentiekosten voor die gepatenteerde Microsoft-synchronisatietechnologie. Waar Google al sinds begin 2009 voor betaalt.

Zie verder webbrowsers, waar de Chrome-maker er net voor heeft gekozen om een eigen pad in te slaan. De open source browserengine WebKit heeft daardoor ineens een belangrijke bijdrager minder. En Google heeft de vrijheid om meer van zijn eigen technologie toe te passen. En kijk eens naar de RSS-readermarkt. Daar heeft Google in relatief korte tijd veel concurrentie weggevaagd om nu plots de stekker uit zijn eigen Google Reader te trekken. Het open RSS loopt een flinke klap op, ten gunste van het strategisch belangrijke Google+.

Zie ook de toegang tot api’s, voor iets als de marktoverheersende videosite YouTube. Microsoft wil voor Windows Phone 8 een YouTube-app en klaagt dat zijn eigen maaksel geen volledige api-toegang krijgt van Google. Waarop het dan maar een verdienmodel ondermijnende app heeft uitgebracht. Waar Google natuurlijk niet van is gediend. Maar Microsoft zegt best mee te willen werken, waarvoor het dan api-toegang nodig heeft.

Dit alles conflicteert met de woorden van CEO Larry Page, die op developersbijeenkomst Google I/O enthousiast praat over technologie en daarbij ook moet zuchten. Over het gebrek aan open standaarden, over concurrentie, en over de constante ‘versus’-vergelijkingen die de media maakt. Dergelijke negativiteit zorgt niet voor vooruitgang, zegt Page.

Hij wil met zijn bedrijf voluit werken aan innovatie, maar ziet zich daarin ook gehinderd door wetgeving. Die is vaak oud, verouderd en ‘kan het dus niet bij het rechte eind hebben’. Misschien moet er een stukje van de wereld ongereguleerd, echt vrij, zijn zodat er ruimte is voor geëxperimenteer, pleit de CEO van het meermaals tegen de wet aangelopen Google.

Antitrustaanvaring

Ja, net zoals Microsoft loopt Google tegen de wet aan, en dan niet alleen voor (relatief) kleine misstappen maar ook voor fundamentele antitrustkwesties. Zelfs gerelativeerd door het feit dat de aanjagende partij in dit geval Microsoft is, spelen er serieuze zaken. Volgens de antitrustonderzoekers van de Europese Commissie is er sprake van monopoliemisbruik. Door de veelgebruikte zoekmachine en online-advertentiemachine.

Waar het om gaat? Om het inzetten van het dominante ene ding om een voet tussen de deur te krijgen op een andere markt, en/of om concurrenten de toegang tot de eigen markt te ontzeggen. Koppeling, meelevering, machtsmisbruik. Wat Microsoft heeft gedaan met zijn dominante pc-platform en wat Google volgens de EC nu doet met zijn zoek- en ads-platform.

De antitrustparallel tussen de twee it-reuzen gaat nog verder. Net zoals Microsoft toen doet Google nu zijn best om tot een schikking te komen en die zoveel mogelijk naar eigen hand te zetten. Logisch; een jurist gaat niet op een slechte schikking aansturen.

Bovendien heeft Google al twee pluspunten gescoord. Begin dit jaar de Amerikaanse schikking met de FTC, dat het concurrenten niet wegdrukt. En nu net nog het Duitse precedent, dat het eigen diensten wel degelijk mag voortrekken. Zolang dat maar de gebruiker bevoordeelt, oordeelt de Duitse rechter. Dus wellicht dat de Google-zaak uiteindelijk met een sisser afloopt? Net zoals de grote antitrustzaken tegen Microsoft.