President Donald Trump kun je van veel dingen beschuldigen, maar in ieder geval niet van gezond beleid als het gaat om ICT-issues. Zijn 'beleid' laat zien dat hij fundamentele begrippen als netneutraliteit of encryptie niet begrijpt, of ze gewoon negeert. Omdat hij in deze autobiografie ooit al eens schreef niets te begrijpen van tech-investeringen en nauwelijks weet hoe hij een pc aan moet zetten, neigen we ernaar het eerste te denken.

Nou horen we je denken: ach, Amerika doet maar lekker. Het vervelende is alleen dat waar de VS lijdt in de tech, wij in Europa ook lijden. Vooral wat betreft netneutraliteit. Niet alleen graven de huidige grote webdiensten zich in en krijgen kleine concurrenten minder kansen, maar ook sterven werkelijk innovatieve ideeën omdat ze geen eerlijke kans meer hebben tegenover een gevestigde partij.

Dat kan aan de ene kant goed nieuws zijn voor Europa, in de zin dat start-ups hier wél kansen hebben op het web die Amerikaanse versies niet hebben. Maar grote partijen blijven een kritieke gebruikersmassa hebben met niet bewegende Amerikanen en daardoor ook ingegraven blijven bij Europese gebruikers, ondanks de Europese concurrentie. Een nieuw bedrijf moet daarom harder vechten en/of een nóg beter idee hebben om gebruikers te lokken.

Komiek John Oliver sloeg de spijker kundig op de kop van de netneutraliteitsdiscussie onder het brede publiek met de observatie: "If you want to do something evil, put it inside something boring." In plaats van 'netneutraliteit' zouden we het moeten hebben over: "Preventing Cable Company fuckery".

Hier volgen vijf manieren waarop Trump ageert tegen fundamentele tech-issues, wat heeft geleid tot protesten van politici, techbedrijven, deskundigen en consumenten.

1. Hetze tegen encryptie

President Trump is, zoals de meeste politici overigens, niet zo blij met versleuteling. Zoals veel mensen die het issue simpelweg niet begrijpen, ziet hij encryptie als een technologische oplossing voor een niet-bestaand probleem dat terroristen de hand boven het hoofd houdt. De huidige minister van Justitie onder Trump, Jeff Sessions, wil een backdoor in versleutelingsproducten.

"We moeten het internet op de een of andere manier afsluiten", orakelde de president toen hij nog kandidaat was en opperde om techies als Bill Gates te vragen naar een manier om dit even te regelen. De Daily Dot publiceerde woord voor woord deze onsamenhangende persconferentie tirade die we je niet willen onthouden:

We have kids that are watching the Internet, and they want to be masterminds. And then you wonder why we lose all these kids, they want to be masterminds; they're young, they're impressionable, they want to join ISIS.

And we have our anchors - I think I've got 'em mostly stopped, have you noticed that, they don't say it as much - but they say, the 'young mastermind', oh he's brilliant. I don't think he's got a high IQ. In Paris, I called him the guy with the dirty, filthy hat. 'K? Not a smart guy, a dummy. A mastermind? Bing bing bing, starts shooting everybody.

The press has to be responsible; they're not being responsible. We're losing a lot of people because of the Internet. We have to see Bill Gates and a lot of different people who really understand what's happening and maybe, in some ways, closing that Internet up in some ways.

Somebody will say, 'Oh, freedom of speech, freedom of speech.' These are foolish people, we have a lot of foolish people. We've got to maybe do something with the Internet because they're recruiting by the thousands, they're leaving our country, and then when they come back, we take them back.

2. Einde aan toegankelijkheid van internet

Netneutraliteit komt er in feite op neer dat netwerkaanbieders niet het ene dataverkeer mogen bevoordelen ten opzichte van het andere. Daarmee zou je bijvoorbeeld een provider-eigen videodienst snel bij klanten kunnen brengen om een concurrent als Netflix te vertragen. Erger nog, je zou kleine partijen (of kleine klanten) kunnen benadelen ten opzichte van grote bedrijven.

Hierdoor krijg je een status quo van webdiensten die niet meer onderhevig zijn aan ouderwetse marktwerking: incumbents die beter zijn krijgen geen kans meer om de aandacht van de consument te trekken vanwege hun trage verbinding. Netneutraliteit levert juist de meerwaarde van de online economie waarop toetredende partijen een gelijke kans hebben als ze een innovatief idee hebben.

Kandidaat Trump heeft het verhaal hierom helemaal weten om te draaien en noemt juist de beschermingen van dataverkeer die werden ingevoerd onder Obama een machtsgreep van het establishment dat het gemunt heeft op onder meer conservatieve Amerikanen. Net als met andere issues is het lastig in te schatten of Trump netneutraliteit simpelweg niet begrijpt, of dat hij kiezers manipuleert door het issue te reframen, niet gehinderd door feiten of steekhoudende argumenten.

Maar President Trump beweegt niet zo snel tegen netneutraliteit als deskundigen hadden verwacht en er is inmiddels forse weerstand. Ondanks dat komt het einde van netneutraliteit steeds dichterbij. Volgende week woensdag komen grote sites als Netflix, GitHub, Twitter en PornHub in het geweer met acties, onder meer met take-overs die waarschuwen voor het verlies van deze internetwaarde, avatars die een buffericoon weergeven, push-meldingen via apps en meer.

Een onverwacht duidelijk uitleg van het issue, wat er op het spel staat en de bizarre politiek eromheen - afkomstig van het satirische Juice Rap News:

3. Internet Amerikaans houden

Dit is een gepasseerd station, maar het is een van de dingen die heel anders was gelopen als Trump een jaar eerder president was geworden en geeft een beeld van zijn tech-houding.

In zijn oorsprong is internet voornamelijk een Amerikaans feestje: NSFnet ontstond in de VS en was uit het militaire ARPAnet voortgekomen. Om uitgifte van onder meer IP-adressen en topleveldomeinen (.nl, .com, et cetera) in goede banen te leiden werd in dat land ook de ICANN opgericht, dat onder toezicht stond van Amerikaanse autoriteiten.

Omdat internet allang geen door de VS geleid project meer is, heeft de ICANN zich vorig jaar dan eindelijk losgeweekt van de overheid door te privatiseren. Nu is het een internationaal samenwerkingsverband van onder meer nationale registry's en internetontwikkelaars als de IETF. De nieuwe opzet (zie ook het filmpje hieronder) weerspiegelt beter de internationale rol van internet van de 21ste eeuw.

Maar Donald Trump was fel tegenstander van deze internationalisering en wilde tijdens zijn campagne dat het Amerikaanse congres een stokje zou steken voor de privatisering. In een verklaring destijds van Trumps latere Witte Huis-team Stephen Miller:

"Toezicht van de VS heeft internet vrij en open gehouden, zonder censuur van de overheid - een fundamentele Amerikaanse waarde die in de grondwet is opgenomen. Internetvrijheid staat op het spel nu de president controle uit handen wil geven aan internationale belangen, inclusief landen als China en Rusland, die een lange geschiedenis hebben van het opzetten van online censuur."

4. Cyberstrategie

Al decennia worstelt zo'n beetje elk land ter wereld met het vinden van doeltreffende regelgeving als het op netwerken aankomt en een duidelijk voorbeeld is netwerkbeveiliging. President Trump verkondigde bij zijn aantreden dat hij binnen drie maanden een 'cyberstrategie' zou presenteren en begin mei presenteerde hij de plannen die er in feite op neerkomen dat ISP's iets moeten doen.

Politico meldde ondertussen dat het onder Trump ontbreekt aan leiderschap en dat er veel vacatures openstonden voor sleutelfiguren die op hun plek moeten zitten als een crisis uitbreekt. Onder de strategie van de president is in mei een adviesorgaan in het leven geroepen die concrete plannen gaat ontwikkelen. Die commissie van hoofden van diverse agentschappen vraagt de hulp van techbedrijven om met ideeën te komen en bedrijven als Google, Microsoft, Apple en Amazon zaten vorige maand aan tafel met de commissie om de tactieken die de 'cyberstrategie' ondersteunen door te spreken.

Onder vorige president Obama werden met verschillende presidentiële bevelen al voorzetjes genomen, onder meer met eentje die harder optrad tegen malafide hackers, door bijvoorbeeld (cloud)diensten te ontzeggen en rekeningen te bevriezen. In 2012 zou Obama al een internet-noodknop hebben ingevoerd. Het bestaan daarvan wordt overigens betwist, maar een opvallende indicatie is dat de Amerikaanse overheid niet wilde toegeven aan WOB-procedures om details daarover te achterhalen.

Verder horen we eigenlijk niet zo gek veel enge dingen komen uit de VS die we ook niet in Nederland hebben gehoord (en zelfs al zijn ingevoerd), zoals het terughacken van computers. Gezien zijn eerdere opmerkingen over de kwade invloed van encryptie, het nut van het 'afsluiten van het internet' en het houden van controle over ICANN, is de cyberstratgie (die volgens de originele planning begin volgende maand gepresenteerd moet worden) wel eentje om in de gaten te houden.

De president van de VS vorige maand tijdens een gesprek van de American Technology Council die vooral is opgericht om IT-legacy binnen de overheid af te stoten.

5. Einde aan bakermat tech

Het begon waarschijnlijk met de fabrikant die geïntegreerde schakelingen bouwde op siliciumbasis voor onder meer NASA, die ze gebruikte in plaats van elektronenbuizen in ruimtevaarten. Het Shockely Semiconductor Labaratory ontwikkelde dit in de jaren vijftig in Mountain View (huidige thuishaven van Google) en in het decennium daarop stond Fairchild Semiconductors in het iets Oostelijker gelegen San Jose aan de wieg van een technologische boom met het ene na het andere computerbedrijf dat zich in dezelfde regio vestigde.

Bedrijven en organisaties als Fairchild, SRI, Marvell, HP, Cisco, PARC, Intel, Sun Microsystems, Mozilla, Oracle, Google, VMware en vele, vele andere vestigden zich in dezelfde regio en staan of stonden te boek als wereldleiders op diverse technologische vlakken. Maar de huidige president neemt allerlei maatregelen die deze bedrijven en tech-specialisten bezorgd maken of ze die status nog wel kunnen waarmaken de komende jaren.

Werkvergunningen

Niet in de laatste plaats gaat dat om de strakkere regels om als niet-Amerikaan een werkvergunning (H-1B) te krijgen in de VS. Het idee is dat Amerikanen met dezelfde vaardigheden als een buitenlandse werknemer niet wordt benadeeld, omdat zijn niet-Amerikaanse concurrent een goedkopere kracht is. De salarissen van Amerikaanse IT'ers moeten daarmee stijgen en banen gaan weer naar Amerikanen.

Tegenstanders wijzen erop dat dit ertoe leidt dat Amerikaanse techbedrijven minder competitief kunnen zijn. Ook is een van de voorwaarden dat een werknemer uit bijvoorbeeld India moet reageren op vacatures die lange tijd openstaan, om te bewijzen dat er geen Amerikaan gevonden kan worden. Dat is funest voor een innovatief techbedrijf, laat staan een startup, waarvoor time to market alles is.

Anti-innovatie

In een open brief klaagt een brede vertegenwoordiging van de Amerikaanse IT-wereld dat de president innovatie in de weg staat met zijn houding ten opzichte van netnuetraliteit, versleuteling, immigratie, diversiteit, socio-economische mobiliteit en meer.

"Goede ideeën komen uit alle delen van de samenleving en we zouden dat brede creatieve potentieel moeten toejuichen." Onder meer tech-iconen als TCP/IP-vader Vint Cerf, Apple-medeoprichter Steve Wozniak, diverse durfinvesteerders en sleutelfiguren van bedrijven als Facebook, Snapchat en eBay hebben de brief ondertekend.