Er zijn grote veranderingen gaande bij Ubuntu-maker Canonical. Unity, Mir en Ubuntu Touch zijn geschrapt en op sterven na dood (Canonical gaat verder met respectievelijk GNOME, Wayland en geen mobiele versie meer) en de Ubuntu-frontman Mark Shuttleworth keert terug als CEO van Canonical. Voormalige bazin Jane Silber zit nu in het bestuur.

Kernfuncties Ubuntu

Het doel is duidelijk: Ubuntu moet weer zijn focus terugkrijgen. Projecten als Mir kregen in de community kritiek. Niet omdat het een slechte uitvoering van een displayserver dreigde te worden, maar omdat velen vonden dat Canonical het wiel opnieuw probeerde uit te vinden, terwijl er prima alternatieven waren. Ontwikkelaars werden op Mir gezet, terwijl Canonical efficiënter kon zijn als er mee werd gewerkt aan Wayland, zodat er meer ontwikkelaars waren voor andere kernfuncties van Ubuntu.

Lees ook: Het dumpen van Unity is goed voor Linux

Wellicht heeft Ubuntu zich te dun verdeeld over té veel projecten. Er werd ontwikkeld aan Ubuntu Desktop, Server, Cloud, Touch, Core, Kylin, Mir, Unity, Snap en er was veel overlap tussen die projecten, maar efficiënt is anders. Shuttleworth meldde dat hij met pijn in zijn hart het mobiele convergentie-project moest stoppen en die zet maakte eigenlijk een einde aan Touch, Unity en Mir.

Nieuwe aanpak

Maar het zoeken naar focus is meer dan alleen schrappen. Het gaat om een holistische aanpak om Ubuntu Ubuntu te laten zijn. De laatste jaren was er steeds meer kritiek te horen dat de Linux-distributie de desktop verwaarloosde ten faveure van Cloud en Server - en de laatste tijd met het aanschurken tegen IoT. Logisch, want Ubuntu is groot in de cloud en serverwereld en relatief klein in pc-land.

Wat kan Shuttleworth doen om een scherpe focus te geven en een efficiënte structuur te bouwen waarin ontwikkelaars op de juiste projecten worden gezet? Naar verluidt probeert de 'nieuwe' CEO investeerders te trekken met plannen die deze punten benadrukken, dus het wordt interessant om te zien hoe Canonical en dus Ubuntu gaan veranderen te komende tijd. We nemen een voorzet met een paar ideeën.

1. Haal resources van pc en mobiel

Dit zal geen populaire mening zijn bij menig Ubuntu-fan, maar het jaar van Linux op de desktop gaan we niet zien. Linux op tv is al iets realistischer en op mobiel is het zeker gekomen met besturingssystemen als Android en Chrome OS. Dat betekent dat de mobiele markt behoorlijk vol is en de pc-markt is financieel simpelweg niet aantrekkelijk.

Shuttleworth heeft duidelijk aangegeven dat convergentie en mobiel geen toekomst hebben bij het bedrijf. Het is niet alsof Canonical die droom geen kans heeft gegeven, want ruim vijf jaar werd de droom die Ubuntu al eerder ontwikkelde actief nagejaagd in een serie projecten. Het telefoon-OS bleef echter zonder goede vlaggenschepen van hardwarepartners, het project voor de Ubuntu Edge faalde helaas en Microsoft ging aan de haal met het convergentieplan.

Het verminderen van aandacht ervoor, betekent niet dat de desktopversie dood is. Ubuntu werkt uitstekend als het niet aan de slag gaat met volledig eigen features, maar kijkt naar wat bijvoorbeeld Debian biedt en dat verbetert. Zo ging het vóór Unity en dat leverde jarenlang prima versies op.

Het lijkt ons voor de toekomst van Ubuntu beter om de ontwikkelaars en het budget die worden vrijgespeeld te verschuiven naar een Enterprise-versie en juist daarop een desktopversie te baseren, zodat je in essentie een pc-versie behoudt. Hier gaan we in de volgende pagina's verder op in.

Het was een mooie droom, maar hij is dood: een uniform Ubuntu-systeem voor alle hardware:

2. Zet vol in op Enterprise

Ubuntu is al geschikt voor zakelijke uitrol, tegenwoordig volop uitgerust met prima alternatieven voor de software die de meeste gebruikers gewend zijn. Bovendien is er commerciële ondersteuning voor bedrijven met Ubuntu Advantage. Daarbij kopen bedrijven technische ondersteuning, een livepatching-dienst om reboots te voorkomen en Canonicals infrastructuurbeheersoftware Landcape. Kortom, er is een stevige basis voor een eventuele Ubuntu Enterprise.

Wat ontbreekt is een volledig zakelijke editie met de stabielste features. Met het vrijspelen van Desktop Ubuntu kunnen die resources worden verplaatst naar een RHEL-achtige Ubuntu Enterprise Linux die is gebaseerd op de LTS, waarbij klanten meteen zakelijke ondersteuning in huis nemen. Met Enterprise, Cloud en Server heb je een veel coherenter totaalaanbod voor de zakelijke markt in handen.

3. Maak Ubuntu Community

Met die Ubuntu Enterprise-versie in handen, hoef je de community geenszins los te laten. Je kunt nog steeds een gratis versie uitbrengen en dat is twee vliegen in één klap: ten eerste heb je een pc-versie voor de trouwe fans en ten tweede is een Community-versie een goede speeltuin om nieuwe features te testen. De voornaamste verschillen met Enterprise zouden een kortere lifecyle, het gemis van zakelijke ondersteuning en geen toegang tot private repo's zijn.

Het project zou vooral geleid worden door de community die werkt aan verbeteringen van het OS en worden gesponsord door Canonical. Dat is in het voordeel van de community, die meer zeggenschap krijgt over Ubuntu. Canonical heeft daar dan weer baat bij om de verbeteringen toe te kunnen voegen aan Enterprise. Dit is verre van uniek: Fedora en openSUSE werken hetzelfde en leveren verbeteringen voor RHEL en SUSE Linux Enterprise.

Community kan worden beheerd door een stichting die bestaat uit kartrekkers uit de community en enkele personeelsleden van Canonical. Kijk naar het bestuur van openSUSE voor dit idee. Het maken van Community naast Enterprise is een win-win, want alle partijen zijn erbij gebaat. Daarnaast verkleint het wellicht de noodzaak voor de hoeveelheid forks (Ubuntu Gnome, Ubuntu Mate, Kubuntu) waarbij veel ontwikkelaars hetzelfde werk doen.

4. Schrap Snap

Dit is een thema waar we steeds tegenaan lopen: iedereen die werk uitvoert dat ook al door anderen wordt gedaan. Dat is simpelweg verspilling van resources en dat probeert Canonical met een nieuwe strategie tegen te gaan. Het bedrijf heeft om die reden aangegeven terug te gaan naar desktopinterface Gnome en hoewel officieel Wayland nog niet is genoemd, lijkt dat ook de logische toekomst van Ubuntu.

Maar Canonical houdt wel vast aan Snap, Canonicals idee om cross-distro applicaties af te leveren. Oorspronkelijk werd dit ontwikkeld als onderdeel van Canonicals convergentieplannen als Click: een platform om mobiele applicaties af te leveren, waarbij alle dependency's in één pakket werden afgeleverd, zodat mobiele gebruikers effectief apps konden installeren zonder daarbij losse packages te moeten zoeken.

En ja, het afleveren van Linux-apps is een zooitje, met verschillende pakketbeheerders en bestandstypen dus het is bewonderingswaardig dat Canonical ook orde probeerde te scheppen. Maar net als met Unity wordt dit ook al gedaan door anderen en er is geen noodzaak voor Snap. App-aflevermechanisme Flatpack werd ontwikkeld door Fedora en ruzietjes tussen Red Hat en Canonical leidden naar verluidt tot Snap.

Momenteel vechten meerdere honden om één been: een effectieve manier om apps af te leveren in een container-centrische wereld. Canonical resources vrijspelen voor projecten die direct de toekomst van Ubuntu verbeteren als het Snap loslaat. Wellicht is het verstandiger om verder te gaan met Flatpack, zodat je meteen één systeem hebt voor Fedora, RHEL en Ubuntu, in plaats van vasthouden aan je eigen alternatief.

5. Begraaf de strijdbijl

Ubuntu heeft een lange geschiedenis vol conflicten en ruzies die leidden tot eigenwijze stappen om zelf iets te ontwikkelen. Als we iets geleerd hebben, is dat dit niet nodig is en het beter is om met de open source-community samen te werken in plaats van de eigen weg te gaan. Een kort overzicht van de conflicten de afgelopen jaren:

  • Canonical kon niet door één deur met het Gnome-project, dumpte Gnome en ging verder met het eigen Unity.
  • Canonical wilde een deel van de opbrengst van muziekspeler Banshee en toen dat niet lukte, werd het uit Ubuntu geschrapt.
  • Canonical maakte ruzie met Linux Mint over licentiegeld.
  • De oprichter van Kubuntu kreeg een heftige ruzie met Canonical over copyright en stapte furieus op.
  • Er was lange tijd een heftige strijd gaande over het gebruik van initialisatiesysteem upstart vs. systemd.
  • Displayserver Mir werd geïntroduceerd, wat leidde tot stevige kritiek van de community's achter Wayland en Xorg.

Eilandjescultuur, eigen code eerst voeren en eigenwijs ontwikkelen werkt op termijn niet, vooral niet in de Linux-wereld, en daarom zie je dit soort conflicten nauwelijks in community's als Fedora of openSUSE. Je moet geen ruzie maken met mensen die liefdewerk oud papier ontwikkelen, soms zelfs in de baas z'n tijd, om jouw project te verbeteren.

Shuttleworth moet de strijdbijl begraven en zich richten op een open communitybestuur en communityprojecten. We horen van de CEO's van alternatieven als Red Hat en SUSE altijd maar weer dat community het allerbelangrijkste is voor open source en die daarom op de eerste plaats komt. Dat moet Canonical ook weer doen en het mantra zou moeten zijn: 'Als het belangrijk is voor de open source-community is het belangrijk voor Canonical'.