Door de nieuwe privacy-instellingen claimde LinkedIn dat het ongevraagd de foto's en namen van zijn leden in advertenties mocht gebruiken. LinkedIn bepleit dat het deze wijziging keurig heeft gemeld in een update van zijn algemene voorwaarden en dat aan elke gebruiker eenmaal een banner is getoond die daarop wees. Maar als dat zo duidelijk is gecommuniceerd, waarom duurde het dan meer dan een maand voordat de nieuwe instellingen opvielen?

LinkedIn heeft absoluut waarde voor zijn gebruikers, maar er is ook veel mis met het sociale netwerk. Daarom 5 redenen waarom LinkedIn zo snel mogelijk Myspace achterna moet.

1. De techniek is slecht

LinkedIn zit op een goudmijn aan data. Waar jobboards zoals Nationale Vacaturebank en Monsterboard met veel moeite gebruikers proberen te overtuigen om hun CV te uploaden, delen leden van LinkedIn elk detail van hun zakelijke carrière ongevraagd en tot op de komma. Met al die informatie is het kinderlijk eenvoudig om alleen relevante vacatures te tonen, maar het tegenovergestelde blijkt uit de praktijk.

LinkedIn adviseert de auteur van dit artikel banen als verkoper, boekhouder, grafisch ontwerper of software ontwikkelaar. We hebben het over een Oosteuropakundige die sinds 1999 in de ICT-journalistiek werkzaam is en sinds 2007 een leidinggevende functie heeft. Bij sales gaan mijn nekharen recht overeind staan, en voor boekhouders heb ik oneindig veel respect omdat ik dat zelf nooit zou kunnen. Niets in mijn CV suggereert dat ik überhaupt goed ben in sales of boekhouden.

Bij getoonde vacatures zet LinkedIn ook een handig lijstje met gerelateerde functies. Ook daar slaagt het netwerk erin om onzin uit te kramen: wie interesse heeft in de functie van account executive (verkoper) moet volgens het 'similar jobs' kadertje ook kijken naar de functie van stagiair marketing/communicatie, developer .Net of financial controller. Een stage voor iemand die sinds 1999 onafgebroken heeft gewerkt. Serieus?

2. LinkedIn is een financiële zeepbel

LinkedIn was afgelopen april het eerste sociale netwerk dat naar de beurs ging tegen een introductiekoers van $45. Afgelopen vrijdag bracht de firma voor het eerst na zijn beursgang kwartaalcijfers naar buiten. Het netwerk boekte een omzet van $121 miljoen en een winst van $4,5 miljoen. Het aandeel steeg daarop in de nabeurse handel met zo'n 5% naar $100.

Volgens Thijs Peters, redacteur van de financiële nieuwssite Z24 is het aandeel LinkedIn een typisch voorbeeld van een financiële zeepbel. “Nu vandaag blijkt dat LinkedIn een beetje winst maakt, gaat de aandelenkoers gelijk met 5% omhoog. Terwijl die winst hartstikke hard nodig is om de introductieprijs van $45 per aandeel te verantwoorden."

Als LinkedIn zijn volledige kwartaalwinst als dividend uitkeert aan de aandeelhouders, levert dat $0,10 per aandeel op, rekent Peters voor. Dat komt neer op een rendement van 0,1 procent over één kwartaal, dus 0,4% op jaarbasis. “Een rendement van 0,1 procent. Wow," vat Peters samen. “Dividend van $0,10. Op een koers van $100 per aandeel word ik daar niet heel vrolijk van."

Critici zullen tegenwerpen dat de hoge beurskoers niet alleen is gebaseerd op de winst en omzet, maar ook grotendeels op de groeiverwachting. Als LinkedIn zijn techniek beter op orde heeft en fors meer leden weet aan te trekken, kan de omzet nog veel harder groeien. Beleggers nemen nu al een voorschot op de verwachting dat LinkedIn daarin zal slagen. Peters van Z24.nl werpt tegen dat de introductiekoers van $45 al grotendeels gebaseerd was op die toekomstverwachtingen. De hoeveelheid lucht in het aandeel LinkedIn is volgens de financieel redacteur aanzienlijk groter dan bij bijvoorbeeld Google en Apple. Ook bij die twee firma's zit er een forse toekomstverwachting in de beurskoers verwerkt.

Google vormt samen met Facebook ook de grote bedreiging voor LinkedIn. Want LinkedIn heeft geen monopolie op sociale netwerken en het verzamelen van zakelijke informatie van zijn leden. Als Google en Facebook erin slagen om de zakelijke markt goed te bedienen, moet LinkedIn het opnemen tegen concurrenten die vele malen groter zijn. “Het zal dan moeilijk worden om de nummer één te zijn die je altijd moet zijn in de internetbusiness," voorspelt Peters. “Ik vraag me af of LinkedIn de kracht heeft om daar tegenop te boksen."

3. Spam loopt uit de hand

In de aanloop naar de beursgang heeft LinkedIn zijn e-mail instellingen versoepeld. In de oude situatie was het lastig om leden uit te nodigen die zich buiten je eigen netwerk bevonden en van wie je het e-mail adres niet kende. Wie te veel klachten veroorzaakte omdat hij personen uitnodigde die hij onvoldoende goed kende, verloor het recht om nog verdere uitnodigingen te sturen. Dat strenge beleid is nu losgelaten, en als gevolg van het nieuwe beleid ontvangen leden veel vaker dan voorheen uitnodigingen vanuit de meest obscure plaatsen en vanaf overduidelijke nep-accounts.

De “people you may know" functie lijkt verder bij te dragen aan dit probleem. LinkedIn toont continue lijstjes van mensen die je mogelijk kent op basis van je profiel en contacten. Sommige leden vatten deze lijst op als een uitnodiging om elke naam die ze daar tegen komen blind uit te nodigen, ongeacht of zij elkaar kennen. Zeker wanneer een netwerk redelijk compleet lijkt, heeft “people you may know" nauwelijks nog waarde.

Beursgenoteerde internetbedrijven worden vaak afgerekend op het aantal actieve gebruikers. Het lijkt erop dat LinkedIn daarom in de aanloop naar de beursgang zijn beleid heeft veranderd. Het gebruiksgemak voor de leden heeft moeten wijken voor de behoefte om zo veel mogelijk leden in de boeken bij te schrijven. LinkedIn lijkt geen oog te hebben voor het feit dat dit forse irritatie kan opwekken bij gebruikers en dat dit de kwaliteit en daarmee de waarde van het netwerk ondermijnt.

4. Alles draait om geld

Ben je op zoek naar een baan? Dan biedt LinkedIn een speciaal “Job seeker" programma. Voor $29,95 per maand verschijnt er dan een speciaal ikoontje bij je naam waaraan recruiters herkennen dat je wanhopig op zoek bent (handig om te weten bij de salarisonderhandelingen), en mag je per maand 5 leden buiten je netwerk benaderen. De budget-versie zonder mailtjes kost $19,95 per maand, wie 10 maal per maand buiten zijn netwerk wil mailen betaalt daarvoor $49,95 per maand.

LinkedIn heeft ook een handige tool waarmee je kunt zien wie er naar jou profiel heeft gekeken. Maar van sommige personen krijg je niets te zien, of alleen de bedrijfsnaam. Het bewust achterhouden van die informatie lijkt bedoeld om meer premium diensten te verkopen. Wie echt alles wil zien betaalt voor dat privilege $9,95 per maand. Met 3 mailtjes buiten je netwerk erbij schiet de teller naar $24,95 en 10 mailtjes moeten zelfs $49,95 per maand kosten.

Dat LinkedIn recruiters een poot uitdraait wanneer zij in de database willen grasduinen zien we maar door de vingers, want dat is bij de CV-databases van Monsterboard en de Nationale Vacaturebank niet anders. Bij LinkedIn mag je voor $499,95 per maand maximaal 50 kandidaten benaderen (mailen).

Verder dankt LinkedIn een groot deel van zijn succes aan de groepen. Iedereen kan een groep aanmaken voor mensen met een gezamenlijke interesse. Hieruit zijn grote initiatieven voortgekomen. De groep van “Dutch Media Professionals" bijvoorbeeld heeft duizenden leden en de initiatiefnemers hebben inmiddels drie keer groots opgezette congressen georganiseerd.

Maar Dutch Media Professionals heeft LinkedIn de rug toegekeerd en is nu vooral actief op het eigen blog Rethinking Media. Aanvankelijk waren de initiatiefnemers zelf eigenaar van de lijst. Zij konden de e-mail adressen dan ook eenvoudig exporteren (nodig voor bijvoorbeeld de nieuwsbrief). Maar dat is nu niet meer het geval, en over dergelijke veranderingen wordt niet gecommuniceerd. Hoewel de groepeigenaren alle inspanning leveren, geeft LinkedIn daar opvallend weinig voor terug en pakt er des te meer voor af.

5. Let's be evil

LinkedIn heeft zijn aandeelhouders de liefde verklaard. De gebruikers moeten een stapje terug doen. Dat blijkt niet alleen uit de bovenstaande voorbeelden, maar vooral ook uit de manier waarop het de privacy van zijn gebruikers te grabbel gooit.

LinkedIn heeft zijn gebruikers afgelopen juni namelijk wel degelijk geïnformeerd over de veranderingen in de privacy instellingen waarmee iedereen ongevraagd toestemming gaf om zijn foto en naam in advertenties te gebruiken. Toen het privacybeleid was aangepast, kreeg iedereen een eenmalige pop-up te zien met een link naar de privacy policy die bijna 7.500 woorden beslaat.

LinkedIn weet uit ervaring hoeveel (pardon: weinig) mensen dat document ook echt lezen, en heeft kunnen meten hoeveel leden zich hebben geïnformeerd over de laatste update. Toen had de firma kunnen denken: “We zien dat het nieuwe beleid onvoldoende bekend is, we gaan moeite doen om dat onder de aandacht van onze gewaardeerde leden te brengen". Door dat niet te doen, bewijst LinkedIn dat het de update er bewust stilletjes doorheen wilde drukken.

LinkedIn had bewust kunnen zeggen: “We willen onze leden beschermen tegen het onbewust vrijgeven van hun naam en foto. We zetten de privacy-instellingen in het voordeel van onze gewaardeerde leden." De keuze viel opnieuw in het nadeel van de leden en voordeel van de aandeelhouders.

LinkeIn heeft er ook bewust voor gekozen om de privacy-instellingen drie niveaus diep in de instellingen te verstoppen onder het kopje 'sociale content'. Het had ook kunnen kiezen voor een formulering waarmee de functionaliteit voor zijn leden in één oogopslag duidelijk was geweest. Het netwerk heeft kennelijk iets te verstoppen waarvan het zelf ook weet dat het niet in de haak is.

Google heeft als officieus bedrijfmotto “ don't be evil", wat betekent dat de firma altijd probeert om in het belang van zijn gebruikers te handelen (of dat ook altijd lukt laten we maar even buiten beschouwing). LinkedIn laat zien dat het een tegenovergesteld strategie heeft. De firma is bewust evil en toont ook in de nasleep van de huidige privacyrel geen of onvoldoende schuldbesef. Op de lange termijn kan dat alleen in het nadeel uitpakken van de LinkedIn's leden en daarmee zijn aandeelhouders.