Open source is gratis (plus vrij als in vrijheid) en open standaarden bieden leveranciersonafhankelijkheid (dus vrijheid). In theorie. Of dat in de praktijk ook zo is, is meermaals bewezen, tegengesproken, ontkracht, herbewezen, enzovoorts. Een onafhankelijk onderzoek door de Algemene Rekenkamer, aangevraagd door de Tweede Kamer, moet een helder antwoord opleveren. Voor eens en voor altijd helderheid? Dat is maar de vraag.

De huidige heisa rond en over een onderzoeksrapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) biedt weinig hoop. Dat onderzoek stond vorig jaar op stapel en dus was een onderzoek door de Algemene Rekenkamer niet nodig, argumenteerde BZK toen. Vervolgens bleek ineens dat dat eigen onderzoek niet was uitgevoerd, en toen toch wel. Daarna is het rapport geheim gehouden als ‘privéstuk’ en toen toch uitgebracht, maar met meteen de disclaimer dat het “ondeugdelijk onderzoek” is. Vijf smoesjes om open ict te mijden.

Migratiekosten

De grote kostenpost van ict, van welke soort dan ook, is niet de aanschaf, daar is iedereen het wel over eens. Dus dat open source gratis is qua gebruikslicentie speelt een relatief kleine rol. De kosten zitten juist in onderhoud en beheer (total cost of ownership, tco), maar ook in overstappen natuurlijk. Migratie vanuit een ict-omgeving met closed source-software en eventueel bedrijfseigen, gesloten - of half-open - standaarden naar een meer - of geheel - open ict-infrastructuur kost dus geld. Ofwel: migratie vanuit een doorsnee ict-omgeving naar een open ideaalsituatie.

BZK-minister Donner onderbouwt zijn handen-aftrekken van het ‘eigen’ onderzoek dan ook met de opmerking dat het rapport zich beperkt “tot inschattingen van mogelijke baten die ontstaan door het ontbreken van licentiekosten bij open toepassingen, ten opzichte van gesloten toepassingen.” Kortom, de bekende maar niet zo ter zake doende aftreksom van gratis open source-producten in plaats van betaalde licenties voor closed source-software.

Maar de minister voert nog een tweede reden aan voor BZK om het eerst ontkende en toen geheim gehouden onderzoek af te wijzen. Er zijn volgens hem “geen schattingen gemaakt van mogelijke kosten (transitiekosten en dergelijke)”. Dus precies die overstapkosten, die enerzijds voor alle software gelden, ook nieuwe versies van reeds gebruikte pakketten en die anderzijds voor open source veel hoger kunnen zijn. Dat is afhankelijk van de mate van geslotenheid in de uitgangssituatie, de nu gebruikte ict-omgeving.

In het rapport worden migratiekosten wel genoemd en zelfs als hindernis erkend. “Business cases met een kortetermijn horizon waarin vendor lock-in moet worden afgebouwd, vallen door de migratiekosten vaak negatief uit. Business cases die een lange(re) termijn in ogenschouw nemen, laten echter een positief beeld zien.” Hm, misschien dat Nederland voor zo’n lange termijn-blik bijvoorbeeld een motie (Vendrik november 2002), een actieplan (Heemskerk december 2007) en een overheidsprogramma (OSOSS tot januari 2008, NOiV sindsdien) kan gebruiken?

Interoperabiliteit

Hét grote voordeel van open standaarden is dat het gebruikers onafhankelijk maakt van specifieke pakketten en leveranciers. Mits het echt open standaarden zijn, mits andere leveranciers er ook mee aan de slag gaan, en zo nog enkele randvoorwaarden. De grote boeman is dan ook incompatibiliteit, vooral van en voor data. Want software is vooral faciliterend, het is informatie die een ict-omgeving echt nuttig maakt.

Hier komt een oud zeer voor open alternatieven om de hoek kijken: interoperabiliteit. Terwijl dat in theorie prima in orde is, afhankelijk van de uitgangssituatie. Maar in hoeverre zit de gebruiker klem in een gesloten standaard, en dus vast aan bepaalde software en bepaalde leverancier(s)? Dat kan de migratiekosten flink aanjagen.

En daar komt nog een kip-ei situatie bovenop: wat gebruikt de rest van de wereld? Of tenminste de rest van de wereld waar de gebruiker qua informatieuitwisseling en applicatieaansluiting mee te maken heeft. Zo heeft het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken met de overige ministeries te maken. Daar moet wel goede aansluiting op zijn, wat als reden wordt aangevoerd om na 8 jaar Linux-gebruik weer terug te gaan naar Windows. Nee, niet eens op de desktop, maar op servers.

Integratie

Uit het bovenstaande kun je direct problemen maken met de integratie. Hoe mooi open ict ook moge klinken, het zal vast niet zo hecht verweven zijn en zo goed onderling samenwerken als bepaalde producten in de closed source-wereld. Vaak van één en dezelfde leverancier, die integratie hoog in het vaandel heeft staan. Vanwege gebruiks- en beheergemak, maar ongetwijfeld ook vanwege verkoopgemak.

Kijk bijvoorbeeld maar naar Outlook 2003 op Windows 7 met aan de backend Windows Server en Active Directory, met uitzondering van die Office 2003-mailclient net ge-upgrade (vanaf XP op de desktop en een vorige versie van Active Directory). Dat werkt … niet altijd vlekkeloos. De integratie werkt namelijk vooral goed als alle componenten ‘gelijk opgaan’ qua versies. Dus bij een nieuwe versie van het één ‘moet’ eigenlijk alles in de keten mee in de upgrade. Zie ook het hierboven genoemde punt van migratiekosten.

En stel dat open ict voordeliger blijkt te zijn, ook inclusief migratiekosten, dan nog is er het feit dat elke ict-omgeving uniek is. Dus valt het eventuele kostenvoordeel van open ict gelijk af te wijzen als zijnde niet van toepassing op elke andere situatie. Eigen maatwerk eerst, zeg maar.

De uniekheid van elke ict-implementatie grijpt BZK-minister Donner ook aan in zijn afwijzing van het “ondeugdelijke rapport”. Daarin zijn vooral de kosten van de universele Rijksdesktop (DWR) onderzocht. “De extrapolatie van het besparingspotentieel bij de toepassing van DWR naar 50 soortgelijke toepassingen bij het Rijk is dusdanig grof dat hier weinig waarde aan toe kan worden gekend.”

Hetzelfde valt alvast te verwachten voor de uitslag van het onafhankelijke onderzoek dat de Algemene Rekenkamer uitvoert. Dat gaat weliswaar over mogelijke kostenbesparingen bij de overheid, maar dan alleen voor de ministeries. Gemeenten worden namelijk buiten beschouwing gelaten. En die lagere overheidsinstanties zijn minder groot, hebben minder ict-budget, minder of geen eigen ict’ers in dienst, minder (eind)gebruikers. Kortom, hele andere situaties met hele andere kostenberekeningen. Toch?

Eigendomsclaims

Open source is helemaal niet gratis, waarschuwt Microsoft-ceo Steve Ballmer. En hij heeft daar wel een punt. Want smartphonefabrikant HTC betaalt Microsoft voor elk toestel dat het maakt met het open source-besturingssysteem Android erop. Net zoals Amazon betaalt aan Ballmers bedrijf voor het gebruik van Linux. Uiteindelijk betaalt de klant daarvoor dus ook.

Dit alles vanwege intellectueel eigendom, specifiek: patenten. Die kunnen ook van toepassingen zijn op standaarden: de facto, gesloten, half-open, open, enzovoorts. Dit speelt voor open ict op meerdere fronten en met uiteenlopend kaliber tegenstanders: van Linux-trol SCO tot softwarereus Oracle die Google aanpakt voor Java-schending in en met Android, voor patenten én auteursrechten. Nogmaals: uiteindelijk betaalt de klant hiervoor ook.

In Nederland, en concreet bij de overheid, speelt dit evengoed. Zowel overheidsprogramma NOiV voor open ict als Ict-branchevereniging ICT~Office zijn al gevallen over de nieuwe ict-inkoopregels (Arbit) van de Rijksoverheid. Nadat daarin open source eerst werd benadeeld, lijkt er nu sprake te zijn van voortrekken. Of in ieder geval van onduidelijkheid over de verplichtingen en vrijwaringen voor leveranciers.

Arbit eiste eerst dat leveranciers, ook systeemintegrators, bij gebruik van open source-software eventuele eigendomsclaims vooraf in kaart zouden brengen en afdekken. Zo’n bepaling was er niet voor closed source. Maar ook daarvoor zijn claims op basis van intellectueel eigendom mogelijk - en kostbaar.

Vervolgens is Arbit dus aangepast, maar volgens ICT~Office niet ten goede. Open source-licenties mogen nu meegevoegd worden in de leveringsvoorwaarden, waardoor mogelijk aansprakelijkheid afgewend kan worden op de gebruiker. Dit gaat niet alleen om softwaregebreken maar ook om auteursrechtenschending. Wat dus voor alle soorten software geldt: open en closed.

Werkgelegenheid

Belangrijk punt voor overheid, bedrijfsleven en burgers is werk. De behoefte aan, of juist het gebrek ervan. Een veelgehoord argument in de voortslepende discussie over open versus closed source is dat gebruik van open source banen kost, mogelijk zelfs veel banen. Inderdaad, het gevaar bestaat dat veel verkopers van Nederlandse vestigingen van Amerikaanse ict-grootmachten minder nodig zijn als er minder van hun waren gebruikt wordt gemaakt.

Tegenover dat banenverlies staat dan wel een banenwinst: van techneuten, developers, andere soorten beheerders, supportmedewerkers, enzovoorts. Al die mogelijke nieuwe banen kunnen dan zowel bij de gebruikers als bij de ‘nieuwe’ aanbieders zijn. Wellicht dat door vraag en aanbod de kandidaten voor die nieuwe banen wat duurder zijn.

Natuurlijk, de ‘banenverliezers’ zijn niet dezelfden als de ‘banenwinnaars’. Een verkoper is geen techneut, maar een goede pre-sales consultant of after-sales support expert is dat wel. Alleen waarschijnlijk op een ander gebied. Kwestie van omscholen, wat an sich alweer werkgelegenheid betekent: in de onderwijs- en cursuswereld. En wat is er meer wenselijk voor de kenniseconomie die Nederland wil worden (of uitbouwen): technologie-verkopers of technologie-scheppers?