Met Is Google Making Us Stupid? schreef Nicholas Carr één van mooiste essays over internet. In zijn boek The Shallows: How the Internet is Changing the Way We Think, Read and Remember liet hij verder een consistente lijn zien van cultuurkritiek naar neurobiologie. Het is vertaald als Het ondiepe - Hoe onze hersenen omgaan met internet.

Carr miskent de geneugten van internet en moderne informatietechnologie allerminst, maar weet als geen ander duidelijk te maken dat tegenover al die veelgeprezen voordelen ook nadelen staan. Het John Adams Institute haalde hem naar Nederland. Hier volgen de vijf slechte invloeden van internet op mensen die Carr ziet.

Vluchtigheid regeert de wereld

Afleiding ligt altijd en overal op de loer. Het hele web is ontworpen om aandacht weg te trekken. Alleen al het idee van steeds nieuwe, wellicht attractiever amusement en informatie zet mensen bij voortduring, maar dan ook volcontinu, schrap om verder te klikken. "We leven in een interruptierijke omgeving, altijd verbonden, interactief, snelheid en multitasking vereisend", stelt Carr

"Gedragsonderzoek toonde aan dat werkers die online zijn 30 tot 40 keer per uur hun e-mail checken. Dat terwijl ze zelf dachten dat ze dat vier tot vijf keer per uur deden. We voelen het als pijnlijk als we moeten wachten. Dit gaat ten koste van de productiviteit."

En ja, de opkomst van sociale media maakt de afleiding nog veel groter, want met Twitter, Facebook etc. beginnen de afleidingen van werk en privé volkomen door elkaar te lopen. "Het sociale netwerk versterkt de tendens van pagina naar stroom, er is aanhoudende nieuw uitdaging."

Zijn we er eerlijk over? In Amsterdam vroeg Carr aan het 500-koppige publiek in de aula van de UvA wie er vindt dat hij aan veel afleiding blootgesteld wordt. Er gingen een paar handen de lucht in. Zelfs bezoekers die ondertussen zaten te mailen en twitteren, staken hun hand niet op.

Langdurig lezen lukt niet meer

Zo'n 570 jaar na de uitvinding van de boekdrukkunst door Gutenberg dreigen we niet langer de opgedrongen vorm van honderden of meer bladzijden tussen twee kaften analoog tot ons te kunnen nemen. Lang lezen is uit. Boeken sieren de kasten en gaan nog steeds in veelvoud over de toonbank, maar ze worden in afnemende percentages ook echt gelezen. Als ze überhaupt nog ter hand worden genomen na de eerste 'scanning'.

Van hetzelfde laken een pak voor artikelen die per definitie al snel 'te lang' zijn. Stukken dienen zodanig te zijn geschreven dat de 'snacker' er snel doorheen kan scrollen, of het nu op het scherm is of op papier. Journalisten voor bladen weten er alles van.

Carr bemerkte in 2007 vrij plotseling dat het langdurig geconcentreerd lezen hem moeilijker af ging. Hij vroeg in zijn omgeving naar gelijkluidende ervaringen en kreeg veel bijval, zij het niet zelden schoorvoetend. Dat was de aanzet voor diep denkwerk dat tot zijn essay en boek leidde.

Geheugen gaan verloren

Plato zei al dat het schrift ten koste ging van het geheugen, dus de klacht dat we ons aldoor minder herinneren is al tenminste 2.500 jaar oud. Wellicht klaagden miljoenen jaren eerder oudere wilden al over de jonge generatie die zo makkelijk vergat. Maar Carr duidt in klare bewoordingen dat we met het web niet alleen alle informatie voorgoed vastleggen, maar dankzij zoekdiensten en alom aanwezige hardware (telefoon en tablet) er altijd en eeuwig toegang toe hebben.

Recent is bewezen dat teksten op het scherm met hyperlinks minder goed worden onthouden dan exact diezelfde teksten, maar dan zonder de gekleurde woorden erin die de notie opdringen dat er meer informatie te halen is. Dus hoe meer informatie voorhanden is, hoe meer en meer die wordt gekoppeld, des te minder zijn we geneigd om, maar ook in staat om die te onthouden.

Diep nadenken in de knel

"We doen een voortdurend beroep op het werkgeheugen, het korte termijn geheugen. Dat vergt zo veel dat er geen gelegenheid meer is om ideeën, indrukken en informatie naar ons lange termijn geheugen over te dragen. Hoe meer taken tegelijkertijd van ons brein worden gevraagd, des te minder het in staat is informatie te evalueren."

Kortom, het diep nadenken, ofwel het conceptueel denken, staat op het spel, wat bijvoorbeeld academische studies kwelt. "Schermmedia bouwen bij mensen nieuwe vaardigheden op met verwerking van, en handelen naar visuele informatie. Maar ze verzwakken de aandacht en het verwerven van kennis met kritisch nadenken, reflectie en indelen."

In de VS kijkt de gemiddelde volwassene 8,5 uur per dag naar een scherm en nog 20 minuten naar een gedrukte pagina. Een boek dwingt tot het rustig en diep nadenken maar minder en minder willen we daaraan toegeven. Een boek is al snel 'boring'. Tekst sneeuwt online onder in een zee van informatie die meer en meer visueel wordt overgedragen."

Geen weg meer terug

"Niet langer zijn we de meester over de technologie, maar we zijn haar dienaar geworden." Dachten we bovendien vroeger dat ons brein werd gevormd in de eerste decennia van ons leven, recent onderzoek toont aan dat het zich razendsnel aanpast aan nieuwe vereisten. Vooral onderzoek onder gamers toont aan dat zij sneller meer informatie tot zich kunnen nemen en sneller kunnen handelen.

Dit fenomeen is waarschijnlijk begonnen met het abstraheren van onze omgeving en beelden in informatie, bijvoorbeeld met gebruik van (land)kaarten met wegen etc en met de abstractie van tijd in klokken. Hoe meer van onze omgeving abstract is gemaakt des te minder we indrukken uit de omgeving verwerkten en daarnaar handelden.

Echter, delen van datzelfde brein die niet langer worden aangesproken, kwijnen weg en sterven af. Het dalend vermogen om lang te lezen, veel te onthouden en diep na te denken zijn geen oppervlakkige veranderingen, maar grijpen fysiek diep in op ons brein. Dit verandert, voorgoed. Voor hersenfuncties die erbij komen, sterven er andere af; het is vervanging, zo stelt Carr. "Ik zie geen weg terug."

"Waar is de wijsheid die we verloren zijn in kennis? Waar is de kennis die we verloren zijn in informatie?” Dat is overigens geen citaat van Carr. Het is een citaat uit 1930, van T.S. Elliot. De geschetste verwording van het denken en ons brein is dus niet van recente datum, maar is met internet in een enorme stroomversnelling gekomen.