De koersval na de introductie van het aandeel Facebook op de Nasdaq heeft voor veel turbulentie gezorgd. Is de zeepbel rond social media doorgeprikt, net als de internetbubble in het jaar 2001? Is Facebook minder waard dan gedacht? Gaat Facebook ten onder?

Het antwoord: ja, misschien en nee. Laten we aan de hand van vijf vragen eens duidelijk maken wat er nu wel en wat niet is gebeurd. En belangrijker: wat er staat te gebeuren over een wat langere periode.

1. Waarom kelderde de beurskoers direct op de dag van de IPO?

Een combinatie van factoren heeft de eerste beursdag van Facebook een beetje in het water laten vallen.

Ten eerste heeft het conglomeraat van banken die de beursintroductie begeleidde, bewust de bovenkant van de geschatte waarde van het bedrijf opgezocht. Dat neemt het risico met zich mee dat de waarde direct na de opening zal dalen, maar dat vonden de banken een beheersbaar risico. In het afgelopen jaar werden de aandelen Facebook buiten de beurs steeds meer waard en de virtuele waarde van het bedrijf werd al geschat rond een bedrag van 100 miljard dollar.

Daarnaast zijn IPO's (Initial Public Offering, eerste officiële aanbod van aandelen van een bedrijf op de openbare handelsmarkt) in de afgelopen jaren steeds meer het speeltje geworden van snelle handelaren in plaats van de werkelijke belegger. Daarbij tekende zich steevast een vast patroon af: in de 'voorverkoop' tekenen snelle geldmakers in voor een flinke lading aandelen, de koers stijgt al flink op de eerste dag en door dan te verkopen wordt op zeer korte termijn een flinke winst gemaakt. Gretchen Morgenson schreef daar al op 20 mei een mooi commentaar over in The New York Times onder de titel 'Facebook Gold Rush: Fanfare vs. Realities'.

De IPO is sinds jaar en dag dus vooral het feestje van de snelle handelaren en dat is een van de redenen van de vele zure gezichten en berichten nadat de koers niet explodeerde, maar daalde. Snelle winst werd wrang verlies, behalve voor Facebook zelf en de eerdere geldschieters. Het geld kwam dus voor het eerst sinds tijden weer eens bij een bedrijf en niet bij de handelaren. Wel werden de miljoenen aandelen die eerste dag toch van de hand gedaan tegen lagere prijzen, waardoor de koers nog verder daalde.

Wat de beursintroductie ook niet hielp, was de bijstelling van de omzet- en winstprognoses door de leidende bank Morgan Stanley, waarbij de informatie in eerste instantie werd gedeeld met de belangrijkste klanten en later pas doorsijpelde naar de beursvloer. Dat deed het wankelende beursvertrouwen geen goed. Een negatieve bijstelling van omzet- en winstprognoses is in de regel reden voor een lagere aandelenprijs en dat automatisme versnelde ook de koersval van Facebook in de eerste paar handelsdagen. Wel verhoogden de banken de introductieprijs naar 38 dollar en dat is mede onderwerp van onderzoek door onder meer de beurswaakhond SEC. Daarnaast staan er rechtszaken op stapel van teleurgestelde verliezers die zich eerder nog slapend rijk rekenden.

Laatste en niet minst belangrijkste hobbel was de technische storing in het IPO-systeem van Nasdaq. In eerste instantie werd daardoor de beursintroductie met een half uur vertraagd en daarna bleef het handelssysteem hikken. Daardoor ontstond grote verwarring over de handel. De uitvoering van aan- en verkooporders bleef onduidelijk en zeker op welke verkoop- en aankoopprijs. Dat is eveneens onderdeel van onderzoek. Verschillende handelshuizen hebben schadevergoeding geëist.

2. Waarom is er maar 16 miljard dollar opgehaald bij de IPO terwijl Facebook 100 miljard waard zou zijn?

De aandelen die door Facebook en zijn eerste investeerders zijn ingebracht in de IPO, zijn niet alle aandelen, maar slechts een deel. In totaal is er een pakket van iets meer dan 421 miljoen aandelen aangeboden. Daarvan kwamen er meer dan 241 miljoen stuks van aandeelhouders. Het totaal van 421 miljoen aandelen dat naar de beurs is gebracht, is heel grofweg 15 procent van alle aandelen (2,8 miljard stuks). Het aandelenpakket dat naar de beurs is gebracht is 16 miljard dollar waard gebleken (per aandeel 38 dollar). Als we die 38 dollar vermenigvuldigen met de totale aandelen Facebook, komt de beurswaarde van het totale bedrijf op 106,4 miljard dollar.

Maar gaat die 16 miljard dollar die bij de beursintroductie is opgehaald nu allemaal naar Facebook? Nee. Het grootste gedeelte gaat naar de investeerders die tijdens de groei van de profielensite geld inbrachten in ruil voor aandelen. Het grootste deel van die investeerders werden vertegenwoordigd door de fondsen van Accel Partners en DTS Global Limited. Die cashten respectievelijk 2,2 en 1,7 miljard dollar. Accel Partners heeft een grote vinger in de pap. James Breyer, partner bij de investeringsmaatschappij, is tevens lid van de Raad van Commissarissen van Facebook (en onder meer van Dell).

Ook Microsoft heeft een deel van zijn investering in de IPO gestopt. De softwaregigant had voor zijn investeringen een aandelenpakket van bijna 33 miljoen aandelen verkregen en daarvan iets meer dan 6,5 miljoen stuks te gelde gemaakt. Dat leverde Redmond ongeveer 250 miljoen dollar op. Andere opvallende, maar bekende investeerder is natuurlijk het Russische Mail.ru dat van zijn 55 miljoen aandelen 19,6 miljoen stuks naar de beurs bracht, een bedrag van 745 miljoen dollar.

Het totaalbedrag dat dus uit de IPO naar Zuckerberg en Facebook is gegaan, is op papier iets meer dan 4,6 miljard dollar, globaal een kwart naar de oprichter en driekwart naar het bedrijf.

Anderen deden niet mee aan de IPO en hebben de waarde van hun aandelen dus zien kelderen. Zo heeft de roemruchte Sean Parker, bekend van teloorgegane Napster en het nu zo gehypte nieuwe Airtime, zijn bijna 70 miljoen aandelen meer dan 800 miljoen dollar minder waard zien worden. Virtueel is hij nog wel miljardair.

3. Sinds de IPO blijft de koers maar dalen. Hoe komt dat?

De opeenstapeling van missers rond de IPO plus de navolgende batterij van rechtszaakaankondigingen van teleurgestelde goudzoekers is ten dele debet aan het huidige negatieve sentiment rond Facebook. Dat de IPO niet de schoonheidsprijs verdient is wel duidelijk geworden en dat muisje krijgt nog wel even een staartje. Maar niet alle claims zullen terecht blijken: het beleggen in aandelen heet immers niet voor niets speculeren en is geen automatische geldmachine.

Feit blijft verder dat de IPO van Facebook middenin de economische crisis gebeurt. Hoewel het sentiment in de Verenigde Staten wel nogal wat beter is dan in Europa, kwam de IPO van Facebook middenin het moment dat beleggers bang waren dat de Europese muntcrisis schadelijk zou zijn voor de Amerikaanse economie (vooral de export, aangezien de dollar meer waard wordt ten opzichte van de euro) en ook viel het aantal gecreëerde banen nogal tegen dit voorjaar. Voor en na de IPO zat de beurs al in een negatieve tendens en vooral andere nieuwe techfondsen (zoals Zynga) hadden daar last van. Het negatieve sentiment en de struikelpartij van Facebook heeft diverse startups in de afgelopen drie weken doen afzien van hun voorgenomen IPO.

Opvallend is dat eigenlijk pas de laatste anderhalve maand de discussie is losgebarsten hoe veel het bedrijf Facebook nu eigenlijk waard is. Puur naar de beurs kijkend is de introductiewaarde van Facebook gebaseerd op de juichende groei van het bedrijf in de laatste paar jaar en de mate waarop het heeft kunnen profiteren van de aanzuigende werking op enerzijds adverteerders en anderzijds de partnerbedrijven die op het grote gebruikersarsenaal mee konden liften. Een aanbieder van spelletjes zoals Zynga had nooit zo groot kunnen worden zonder het platform dat Facebook heeft geboden. Door extra's in die spelletjes te bieden waarvoor betaald moet worden, werd geld verdiend. De online casinospelletjes floreren.

Facebook heeft in de afgelopen jaren op diverse manieren de profielen van de gebruikers buiten hun zicht om weten te verrijken. In een eerder artikel op Webwereld werd al eens uitgediept hoever de tentakels van Facebook in de nerven van het internet reiken. Door al die verzamelde informatie meerwaarde te geven voor adverteerders, marketeers en andere belangstellenden levert dat veel geld op.

Facebook heeft bij de Amerikaanse beurswaakhond SEC een omzet gemeld van meer dan een miljard dollar en weet daarvan een netto winst van meer dan 200 miljoen dollar over te houden. Dat is op zich niet slecht. Maar een van te voren geschatte marktwaarde van zo'n 100 miljard dollar betekent dus 100 maal de omzet en liefst 500 maal de winst. Dat zijn buitenproportionele getallen. Om aan te geven: Apple heeft een laatst gerapporteerde jaaromzet van 108 miljard dollar en een nettowinst van 26 miljard dollar. De beurswaarde is bijna 525 miljard dollar (op sluiting beurs van 5 juni). De beurswaarde is dus nog geen 5 maal de omzet en 20 keer de nettowinst. Meestal hanteren beurshandelaren een ratio van aandelenprijs delen door winst per aandeel, maar dat is voor Facebook nog te vroeg.

De beursintroductie gaf Facebook dus een exceptionele waarde en die wordt nu mede gecorrigeerd. Maar dat betekent niet dat die waarde helemaal uit de lucht was gegrepen. Voor de IPO was op de niet officiële markt die virtuele waarde van 100 miljard al enige tijd bereikt en dat heeft ook te maken met de hoge verwachtingen van de buitenwacht over de toekomst van het bedrijf. Die verwachtingen kregen juist tijdens het IPO-proces een flinke knauw doordat de omzetverwachtingen voor de rest van het jaar naar beneden moesten worden bijgesteld. Nu zoekt de markt naar een waardebepaling voor Facebook (waar dat al eerder conservatiever had moet worden gedaan) en die wordt vooralsnog meer gezocht rond de 25 dollar dan de initiële 38 dollar.

4. Gaat Facebook naar de haaien?

Op zich heeft de IPO nog wel wat extra vraagtekens geplaatst bij het bedrijfsmodel van Facebook, maar daar komen we bij punt 5 nog wel op terug. Laten we eerst eens kijken wat voor direct effect een beursnotitie en de grillen van de markt nu voor effecten heeft op een bedrijf. Die gevolgen zijn op zich - althans in het geval van Facebook - vooralsnog beperkt.

Dat de beurskoers met een kleine 40 procent is gekelderd, heeft geen enkele invloed op de dagelijkse gang van zaken: het personeel staat gewoon op om naar het werk te gaan en doet aan het einde van de dag weer het licht uit. De salarissen worden gewoon gestort, beloofde promoties gaan gewoon door, net als het zoeken naar nieuwe producten en diensten en mogelijke overnameprooien. Business as usual dus.

De vraag hoeveel Facebook waard is volgens de tucht van de aandelenbeurs is precies wat het moet zijn: een probleem van de handelaren zelf. Net zozeer als de koers van Apple of van Microsoft dat is. Ook Apple is niet minder succesvol geworden ondanks dat in de laatste twee maanden om en de nabij 80 dollar van de aandelenkoers is afgegaan. Die 80 dollar per aandeel 'verlies' betekent dat Apple - alweer volgens de beurs - in twee maanden tijd 75 miljard dollar minder waard is geworden. Dat is een klein Facebookje. Alleen al in de derde week van april verloor Apple 50 miljard aan marktwaarde. In een week!

Is Apple ten onder gegaan? Nee. Sterker nog, op dit moment lijkt het bedrijf onverwoestbaar, kan het nog rustig wachten met zijn nieuwe iPhone en gaat het volledig zijn eigen richting met de presentatie binnenkort van nieuwe bestaande producten als notebooks en computers. Wil de markt een nieuwe iPhone? Dan wachten we nog even, lijkt Apple te denken.

Wat op termijn wel van belang is, is dat het aandeel Facebook meer voorspelbaar wordt voor de belegger die gaat voor de langere termijn. Dat zal de grootste beproeving worden voor Zuckerberg en consorten. De notering aan de Nasdaq neemt vele verplichtingen met zich mee, zoals het rapporteren van de financiële resultaten per kwartaal en over het boekhoudkundig jaar. Die financiële rapportages moeten aan bepaalde regels voldoen die anders zijn dan de boekhoudregels die bedrijven hanteren die niet aan de beurs zijn genoteerd. Daarnaast moeten de aandeelhouders op gezette tijden worden opgeroepen om naar de aandeelhoudersvergadering te komen, waar ze allemaal stemrecht hebben.

De koers van het bedrijf hangt in grote mate af van hoe de aandelen zijn verdeeld. Immers, hoe groter je aandeel in het bedrijf, hoe zwaarder je stem weegt. Hoewel het niet of nauwelijks voorkomt dat stemgerechtigde aandeelhouders staande de vergadering een paleisrevolutie teweeg (kunnen) brengen, houdt een directie van een bedrijf er wel rekening mee. Elke aandeelhouder die meer heeft dan 5 procent, heeft daarin een zekere invloed.

In het geval van Facebook is het nog lang niet zover. De vrij verhandelbare aandelen zijn maar een relatief kleine portie van het geheel, dat nog steeds wordt gedomineerd door Zuckerberg en de investeerders. Mocht een investeerder snode plannen hebben, zou hij meer dan 100 miljoen dollar moeten uitgeven om net boven de 1 procent aandelenbezit te komen. Wel is het zo dat naarmate de aandelen goedkoper worden, het aanschaffen van een groter aandelenpakket relatief makkelijker wordt, maar dan nog geldt dat het aantal vrij verhandelbare aandelen op dit moment nog te klein is.

De grote domper in de aandelenkoers en de marktwaarde van Facebook hebben dus vooralsnog geen enkele invloed op het bedrijf zelf. Het heeft wel voordelen: de initiële investeerders hebben flinke winst gemaakt, het bedrijf heeft extra geld kunnen aantrekken en doordat er nu een beursnotering is, krijgt het op de kapitaalmarkt betere toegang tot serieuze financiële instellingen en markten. Facebook is volwassen.

5. Maar waar komt dan al die twijfel over Facebook vandaan?

Terug naar de echte wereld en weg van de beursvloer. Facebook heeft het zonder meer goed gedaan in de afgelopen jaren, Zuckerberg heeft van niets iets gemaakt, met meer dan 900 miljoen gebruikers, een miljardenomzet en een miljard per jaar winst. Maar net als het oude Google is het te veel afhankelijk van adverteerders, die (net als bij het oude Google) worden gelokt door de mogelijkheid specifiek op de doelgroep te targetten en zo meer uit hun marketingdollars te kunnen halen. Facebook haalt 82 procent van zijn omzet uit advertenties. Het was dan ook een schok dat in de aanloop naar de IPO autofabrikant General Motors zijn advertentiebudgetten uit Facebook haalde vanwege geen succes.

Dat dat geen incident is, blijkt uit de bijgestelde omzetprognoses van de banken vlak voor de IPO. Omzet, maar ook winst zullen de komende kwartalen lager liggen dan eerder werd gedacht. De onbestendige groei lijkt voorbij. Dat is ook te zien aan de omslag van de omzet naar gebruiker, dat nu net boven de 4 dollar per jaar ligt. Dat is minder dan de digitale afdeling van de New York Times haalt en veel minder dan die van dezelfde krant in papier: 1000 dollar per abonnee per jaar.

Facebook moet dus wat doen, anders gaat het verdienmodel door het putje zonder dat Wall Street daar een fataal zetje in de rug voor nodig heeft. Het grootste probleem van Facebook is dat zijn gebruikers verhuizen naar mobiel, maar dat het nog steeds niet duidelijk is hoe je daar met adverteerders gebruik van kan maken. De traditionele advertentiemodellen werken niet op dat platform. De adverteerders weten het niet, de uitgevers weten dat niet en naar nu blijkt, de social networking sites ook al niet. Facebook staat hierin dus niet alleen, maar wel als prima donna van de industrie helemaal vooraan aan het front.

Het is niet voor niets dat de geruchten gaan dat Facebook een telefoonmaker wil kopen, net als dat Google (ook al op zoek naar de Graal) dat deed met Motorola. Hierbij wordt onder meer BlackBerry-maker Research in Motion genoemd. Daarnaast zoekt Facebook het in videoconferencing, locatiediensten en andere overnames en nieuwe technologie om het mobiele platform te bezetten. Facebook moet geen profielensite zijn, maar een allround leverancier van alledaagse en dagelijkse diensten.

Daarin ligt de sleutel tot het voortbestaan van Facebook. Succes niet gegarandeerd.