1. Laptop

In 1976 ontwikkelden knappe koppen bij Xerox PARC de Xerox NoteTaker, een machine die als de allereerste laptop ooit wordt beschouwd.

Echt draagbaar was het ding niet te noemen. Het apparaat woog een indrukwekkende 22 kilogram, maar had voor dat tijdperk wel zeer geavanceerde hardware, namelijk een ingebouwde 7 monochrome monitor met 640 bij 480 pixels, een floppydrive, muisbesturing, een 1 MHz 8086 Intel CPU, 128KB RAM en een 300bps modem.

Ondanks dat de NoteTaker op papier een aantrekkelijk concept was, werden enkel prototypes van het apparaat geproduceerd en belandde de machine nooit in de winkel. Later kwamen met de Osborne 1 en de Compaq Portable wel sterk lijkende 'laptops' op de markt. Maar pas jaren daarna raakten zulke koffermodellen, die sterk qua behuizing sterk leken op naaimachines, uit de mode en kwamen plattere modellen beschikbaar.

2. Smartphone

Nee, niet Nokia, Ericsson of Apple ontwikkelden de eerste smartphone ooit. Wat nu wordt beschouwd als de eerste slimme telefoon ooit rolde uit de fabriek van Mitsubishi, die de door IBM ontworpen Simon produceerde. De IBM Simon was een kruising tussen een telefoon en een PDA en daarmee in feite de eerste telefoon die kon e-mailen en met applicaties werkte. Dat gebeurde op basis van ROM-DOS, een DOS-versie zonder prompt maar met een unieke grafische touchinterface.

Ook de Simon was nooit echt succesvol. De telefoon werd eind 1994 slechts enkele maanden geproduceerd en er werden ongeveer 50.000 exemplaren van verkocht. Dat had te maken met problemen met de software en de hoge prijs: het toestel kostte zonder abonnement 1100 Amerikaanse dollar.

3. Pc

Er is nogal wat discussie over welke machine als eerste personal computer mag worden aangemerkt, maar de meeste industrievolgers beschouwden de IBM 5150 PC uit 1981 als eerste echte pc, niet alleen omdat deze als eerste het pc-label droeg, maar de standaard zette voor alle machines die later - tot op de dag van vandaag - zouden volgen. De pc-standaard maakte het mogelijk dat allerlei externe leveranciers uitbreidingen, randapparatuur en software voor de pc konden gaan ontwikkelen.

Lees ook: Twitteren op een dertig jaar oude IBM PC 5150

De eerste IBM 5150 werd op 12 augustus 1981 gepresenteerd, kostte 1565 dollar, draaide op een Intel 8088 processor met 4,77 MHz, had 16K geheugen en werkte met een CGA-scherm. Floppydrives waren optioneel, terwijl de machine nog niet overweg kon met harde schijven. Wel kon je vanaf audiocassette data in de machine laden, bijvoorbeeld het PC-DOS besturingssysteem en Microsoft BASIC.

4. Printer

Verschillende bronnen spreken bij de eerste echte printer ooit van een laserprinter, afkomstig van Xerox, alhoewel in 1953 de firma Remington-Band al een afdrukmachine ontwikkelde voor de Univac Computer. Ook bracht DEC met de LA30 in 1970 al iets eerder een dot-matrix printer uit.

De eerste laserprinter van Xerox PARC (Palo Alto Research Center) heette EARS en werd eind 1971 gepresenteerd. Pas zes jaar later kwam met het reusachtige Xerox 9700 Electronic Printing System de eerste commerciële printer voor de markt beschikbaar. Eén jaar daarvoor, in 1976, had IBM met het 3800 Printing System al de commerciële primeur. In hetzelfde jaar werd de inkjetprinter uitgevonden, maar daarvan kwam pas in 1988 een commercieel product op de markt: HP's DeskJet.

Het Xerox 9700 Printing System was een gevaarte dat maximaal twee pagina's per seconde kon printen en liefst 500.000 dollar kostte.

5. Computer

We hebben eerder de eerste pc behandeld, maar wat was nu eigenlijk de eerste elektronische computer? Om dat te weten te komen, moeten we ruim 70 jaar terug in de tijd.

Eind 1943 nam Groot-Brittannië namelijk de Colossus in productie, een machine die bedoeld was om geheim Duits telexverkeer te ontcijferen. De Colossus was opgebouwd uit twee grote rekken met ongeveer 1500 elektronenbuizen voor de tellers, schuifregisters en logische bewerkingen.

Het had een systeem om ponsbanden te lezen met de Baudotcode, zoals ook de telexmachines in die tijd gebruikten, maar dan met fotosensors in plaats van mechanische aftasting. Het leessysteem haalde een snelheid van 5000 karakters per seconde. De Colossus kon geprogrammeerd worden via een paneel met schakelaars, stekkers en kabels.

Om geen gebruik te moeten maken van ponsbanden tijdens de cyclus van berekeningen gebruikte men een enorm aantal elektronenbuizen om de gegevens tijdens de verwerking op te slaan, wat meteen een aanzienlijke snelheidswinst betekende. Bovendien maakte het parallelle ontwerp van de Colossus hem ongelofelijk snel, voor die tijd dan.

Ook werd in de Verenigde Staten gedurende de Tweede Wereldoorlog gebouwd aan een Electronic Numerical Integrator and Computer (ENIAC). Ook van deze machine wordt dikwijls beweerd dat het de eerste programmeerbare elektrische computer ooit was, maar die eer hoort eigenlijk de Britten toe te komen. Na drie jaar bouwen werd dit project op 14 februari 1946 voltooid.

6. Firewall

Digital Equipment Corporation (DEC) bestaat sinds het eind jaren negentig door Compaq (nu HP) werd overgenomen niet meer, maar zal eeuwig herinnerd blijven worden voor het afleveren van het eerste commerciële firewallproduct in 1992. De DEC SEAL (Secure External Access Link) is gebaseerd op een uitvinding van Marcus Ranum, een Amerikaanse netwerkexpert die de basis legde voor applicatiefirewalls. In feite was de SEAL een luxe packetfilter.

Voor de SEAL bestonden er wel firewalls, maar die waren geïntegreerd in routers. Pas met de vinding van Ranum werd de firewall voor het eerst een losstaand apparaat met een typenummer, een handleiding en een bedrijf dat het volledig ondersteunde. In 1993 werd vanuit DARPA een open-source softwarekit vrijgegeven, de Firewall Toolkit (FWTK) die al snel zaken als IP-filtering en socket transparancy mogelijk maakte. Dat leidde in 1994 tot de Gaunlet van Trusted Information Systems (TIS), een applicatiefirewall die geheel transparant kon werken en de basis legde voor huidige firewall-systemen.