Vandaag blikken we nostalgisch terug op tech-gerelateerde acties die een ding van het verleden zijn. Als gebruiker die de vorige eeuw heeft overleefd, ken je ze ongetwijfeld alle zeven wel. Uiteraard hebben we er meer, maar aangezien deze redacteur nogal eens wil vervallen in langdradige terugblikken met al dan niet relevante zijstraatjes, zullen we je niet te erg vermoeien met een op meerdere niveaus uitputtende lijst.

Remmende voorsprong

Een paar van de volgende voorbeelden zijn overigens typische early adopter-issues. Terwijl iedereen om je heen het probleem niet kent, zit je met legacy-apparatuur uit de tijd dat een technologie nog moest opkomen. Remmende voorsprong noemen ze dat. Een beetje wat je hebt als je nu een virtual reality-headset hebt. Over een tijdje hebben vrienden een soepelere, beter uitgewerkte set van een grotere producent en die weten niet wáár je het over hebt als je klaagt over striemen op je gezicht of VR-jitter.

1. Schijven parkeren

Vooral goedkope harde schijven in de jaren 80 werkten met een mechanisme waarbij de arm met de leeskop bij het uitschakelen van de computer neerviel op de platter. Dat leverde beschadigingen op als de schijf bewoog - bijvoorbeeld door trillingen in het huis. Vandaar dat er vaak een softwarematige utility was meegeleverd om de leeskop naar de rand van de platter of naar ongebruikte ruimte bewoog aan het eind van een computersessie.

Het park-commando, via een HDD-tool of DOS (PDF) vlak voor het uitzetten van de pc, was een paar jaar een standaardactie van de voorzichtige computergebruiker, zelfs als dat voor de HDD niet nodig was. Beter blo jan, en zo. HDD's van oude tech-namen als Haba Systems en Supra (toeleveranciers voor onder meer Apple, Amiga en Atari) werden uitgerust met standaardutilities voor naast zaken als formatteren ook het parkeren van de disk.

Sommige fabrikanten adverteerden al snel met de feature dat bij het uitschakelen de koppen automatisch naar een landingsplek bewogen, waardoor het parkeren van een schijf een overbodige actie werd en HDD's minder snel beschadigden. Binnen enkele jaren zorgden alle zichzelf respecterende fabrikanten dat schijven de magnetische kop netjes wegzetten als de stroom wegviel of het systeem werd uitgeschakeld.

Een advertentie van pc-fabrikant Core International - sinds de jaren 90 onderdeel van Sony.

2. Screensavers gebruiken

Je ziet ze nog steeds, maar het is tegenwoordig vaak ingegeven door persoonlijke of voor een stukje branding: de screensaver. Deze waren oorspronkelijk bedoeld om te voorkomen dat je monitor inbrandde. Bij een CRT-scherm werden elektronenbundels afgevuurd op een laagje fosfor en die puntjes lichtten vervolgens op. Als een scherm steeds hetzelfde beeld gaf, bijvoorbeeld op kantoren waar tussen 9 en 5 WordStar op het scherm te zien was, raakte dat fosforlaagje beschadigd en kreeg je een rand die de afbeelding permanent in een donkere kleur liet zien.

Ingebrande schermen zag je daarom vaak bij computers met beeldbuizen waar geen screensaver werd gedraaid. Ik heb nog gewerkt bij een bedrijf waar de menubalk van het DOS-programma om teksten te redigeren in vrijwel alle schermen gebrand stond. Ik vermoed dat vrijwel iedereen die in de jaren 90 of eerder met computers te maken kreeg wel een dergelijk voorbeeld kent.

Dat fosfor heb je niet meer in de huidige schermen. Nu bestaan schermen uit een hele hoop kleine transistors, waarbij pixels dus worden gemanipuleerd met spanningsverschillen. Het inbranden van de fosforlaag, waar de screensaver de apparatuur voor moet behoeden, bestaat niet meer en de screensaver is daarom functioneel gezien niet meer nodig.

Dé screensaver met gepast achtergrondgeluid, 8 uur lang - aah.

3. Een onderwaterscherm hebben

In tekstverwerkers als WordPerfect had je vroeger het zogenoemde onderwaterscherm waarin je de codes achter de indelingswijzigingen kon zien. Daarmee kon je bijvoorbeeld dubbele toevoegingen van vette tekst verwijderen, waarbij de tekst weer plat werd en op die manier opmaakproblemen oplossen die je niet begreep als je een stuk in het gewone scherm aan het verwijderen was en de opmaak van de hele alinea opeens werd aangepast. Met het onderwaterscherm open zag je in één oogopslag waarom dat zo was.

De opzet van moderne tekstverwerkers is heel anders. Je hebt niet langer te maken met een tekst met verborgen codes op de plek van de posities van tekst, maar op die plek zitten verwijzingen naar een opmaakprofiel die aan het begin van het document wordt bewaard. Alle aanpassingen worden in het profiel bijgehouden, met als nadeel dus dat je bij het weghalen van de verwijzingen op één alinea, een andere alinea opeens verwijst naar een opmaakcontainer waardoor de alinea opeens vetgedrukt raakt.

Oudgedienden balen hier ontzettend van, omdat het eigenlijk zoveel simpeler en beheersbaarder was met een onderwaterscherm. Je hebt enkele beperkte opties in programma's als Word om hetzelfde te bereiken, bijvoorbeeld met de functie Opmaak Weergeven (Shift F1) waarbij je de opmaakdetails van geselecteerde tekst ziet op die punten, zodat je bijvoorbeeld lettertypen, regelafstanden en marges individueel kunt aanpassen. Maar het is niet hetzelfde...

De geweldige features van WordPerfect 5.1 voor DOS en Windows.

4. Randen van kettingpapier scheuren

Uit het tijdperk van de ponskaarten groeide een systeem met gekoppelde series kaarten met geperforeerde randen. Deze stapels werden doorgevoerd over rollen met pinnen. Zulke kaarten waren onder meer groot bij IBM, waar dezelfde techniek van doorvoeren ook werd gebruikt voor het afdrukken van hardcopy's van code. Kettingpapier vond via IBM zo zijn weg naar printers voor de eerste thuiscomputers en de eerste generaties matrixprinters gebruikten daarom kettingpapier.

Het nadeel van het doorvoeren van kettingpapier was natuurlijk dat je de randjes na het afdrukken van je sollicitatiebrief moest afscheuren. Aan twee kanten zelfs. En dan zag je natuurlijk altijd dat op de laatste centimeter van de tweede kant het papier inscheurde. Omvouwen en afscheuren, zoals iedereen die op schetsblokken met perforatieranden tekent je ook kan vertellen, is geen garantie voor het intact houden van het papier.

Zelf raakte ik er redelijk bedreven in toen ik met een vriendje een schoolkrant maakte op de basisschool. We produceerden er maar een editie per week (maal de oplage) op zijn printer, vanwege de crime om vervolgens van alle afdrukken de papieren randjes af te scheuren. Mijn ouders hadden een iets modernere matrixprinter met rollen zonder pinnen, waar je 'gewone' A4'tjes in kon voeren. Die was wel een stuk trager met het daadwerkelijke afdrukken, maar het scheelde een stuk edel handwerk.

Deze geluiden hoor je tegenwoordig niet meer in de huiskamer.

5. Booten naar een prompt

Toen grafische gebruikersinterfaces nog niet zo groot waren, startten de meeste computers op naar een bevredigende C:\> en verder niks. Van daaruit startte je bijvoorbeeld het gewenste programma door de executable direct aan te spreken (exe-bestanden als wp42 en eventueel een parameter als -megahit bij prince.exe) die je opzocht in de gewenste directory, wiens inhoud je handmatig opriep - het liefst met parameters om ze naast elkaar te plaatsen of bij volle mappen ze per schermweergave te pauzeren.

Afijn, je kent het wel. Het was een beheerste micromanagen van je besturingssysteem en je moest een serie opdrachten en parameters onthouden om de computer te bedienen. Hoe meer je er uit je hoofd kende, hoe meer sommige mensen je zagen als een soort computerfluisteraar. Tegenwoordig zien vooral hobbyisten en systeembeheerders CLI's, de rest van de wereld kijkt naar GUI's.

Dit dus, maar dan niet in een scherm in Windows.

6. Stoeien met cassettes

Cassettebandjes maken momenteel een kleine come-back. Blijkbaar zijn we door een nostalgisch filter de irritaties vergeten van audio- en videocassettes. Het uitlubberen van de tape. Het vastlopen van de tape en het onvermijdelijke uittrekken van je cassette om met meters lint te zitten die je weer moest zien op te winden - en de gekreukelde tape die je een eeuwige herinnering gaf aan het vastloopincident. Of het repareren van een geknapte band met speciale tape - en het verlies van audio dat daarmee gepaard ging. Het aanpassen van hoe strak de tape gewikkeld was voor verschillende apparaten (dat eeuwige gedraai met een potlood). Het herijken van de leeskop omdat de tape niet correct wordt uitgelezen. Het schoonmaken van de koppen omdat ze vuil werden en niet goed meer lazen. Het moeten spoelen om de juiste plek te vinden op de band. Het langzame kopiëren van content van de ene recorder naar de andere. De enorme opbergkoffers om je collectie muziek te bewaren, of de reiskoffers voor op vakantie in de auto.

Waarom krijg ik toch soms zin om zo'n kreng opnieuw in huis te halen?

7. Dia's op volgorde zetten

Voor het tijdperk van Death by PowerPoint, hadden we Death by Slideshow, oftewel de saaie dia-presentaties. Technologie verandert, maar de ergerniswekkende praktijktoepassing natuurlijk niet. Dia's waren meestal fotografische ondersteuning van een presentatie, niet zozeer de met tekst volgekladde presentaties van de slides van tegenwoordig. En je zag dit wellicht het meest buiten een kantooromgeving met vakantiefoto's - of als je de pech had iets als kunstgeschiedenis te studeren.

Het voordeel van tegenwoordig is dat je de presentatie duidelijk kunt zien en van tevoren kunt doornemen, terwijl je vroeger moest hopen dat de volgorde nog klopte, of één voor één de dia's uit het magazijn (of later carrousel) te trekken en ze tegen het licht te houden om te zien of je de juiste afbeelding had. Dat gaat met de huidige slideshow-technologieën toch wel een stuk eenvoudiger.