Dat concludeert onderzoeksbureau Pro Active in haar halfjaarlijkse Internet Monitor.

In de periode september 1999 tot maart 2000 nam het aantal Nederlanders boven de 15 jaar dat regelmatig online is toe met 1,9 miljoen. Totaal zijn er dan 4,7 miljoen Nederlanders online, 37 procent van de bevolking.

Het aantal mensen dat zegt 'thuis of op het werk in principe toegang te hebben tot internet' steeg met 1,5 miljoen tot 6 miljoen. Bijna de helft van de bevolking – 48 procent – kan dus online gaan.

De stijgingsaantallen zijn flink hoger dan bij voorgaande onderzoeken. In de halfjaarlijkse onderzoeken steeg het aantal mensen dat regelmatig online is steeds met ongeveer 450.000. Het aantal Nederlanders dat bevestigde in principe toegang te hebben groeide regelmatig met 500.000 per half jaar.

Dagelijks verpoost bijna 20 procent van de Nederlanders even online. Bijna 2,5 miljoen mensen maken iedere dag verbinding. Dat getal is vergeleken met het voorgaande halfjaar gestegen met één miljoen. Bij eerdere onderzoeken werd steeds een stijging van rond de 300.000 geconstateerd.

Ook het kopen via internet wordt steeds populairder. Gemiddeld steeg het aantal mensen dat zei wel eens iets online te hebben aangeschaft met 200.000 per half jaar. In de laatste zes maanden was dat een stijging van bijna één miljoen, komende op een totaal van 1,7 miljoen Nederlanders (13 procent van de bevolking).

De megastijgingen in internetgebruik hebben een duidelijke oorzaak: de hausse aan aanbieders van internettoegang zonder abonnementskosten.

Tweedeling arm en rijk

Zorgwekkend is de digitale tweedeling die steeds groter wordt. Bij de groep onder modaal steeg het aandeel dat regelmatig online is van ruim 15 procent naar bijna 19 procent. Bij de groep boven modaal was de stijging veel groter: van 44 procent naar 73 procent.

ProActive neemt aan dat het gat nog groter zal worden. "Aangenomen mag worden dat eind dit jaar 80 a 90 procent van de boven modaal groep online is, terwijl bij de laagste inkomensgroepen dit percentage de 25 procent niet zal hebben overschreden."

Bij het online inkopen valt ook een groot verschil op tussen arm en rijk. Bij de hoogste inkomensgroep steeg het aantal webshoppers van 16 naar 29 procent, terwijl onder de Nederlanders die minder verdienen het getal steeg van 2 naar 6 procent.

De halfjaarlijkse Nationale Internet Monitor bestaat uit een telefonisch gedeelte en een online onderzoek. Voor het telefonische gedeelte werden 1750 Nederlanders ondervraagd. Online is de groep deelnemers met 30.000 aanzienlijk groter.Eerdere relevante berichten: Internetgebruik in Nederland blijft snel stijgen (14 oktober 1999) Internet groeit sterk in Nederland (25 maart 1999)