Een groot aantal privacy- en burgerrechtenorganisaties hebben donderdag een brief gestuurd aan de Raad van Europa waarin ze vragen dat een toevoeging aan het toch al controversiële Cybercrime-verdrag openbaar wordt gemaakt. Het gaat om een toevoeging (officieel het tweede protocol genoemd) waaraan na de gebeurtenissen van 11 september behoefte bestond onder de 43 leden van de Raad van Europa. Doel is om terroristen die op enigerlei wijze actief zijn via internet te kunnen aanpakken. De burgerrechtenorganisaties – verenigd in de Global Internet Liberty Campaign ( GILC) – is bang dat hiermee de macht van opsporingsinstanties te veel wordt uitgebreid. Het gaat hier met name om het kraken van versleutelde boodschappen door vermeende terroristen.

Krachtig debat

De GILC wil dat het tweede protocol openbaar wordt gemaakt zodat er een `krachtig debat' kan ontstaan over de bevoegdheden van de politie in de verschillende Europese landen. Pet Csonka – een hoge functionaris van de Raad van Europa – stelt echter dat er nog niet eens een ontwerptekst is die openbaar kan worden gemaakt. "Er is nog helemaal niets geschreven. Al het werk begint waarschijnlijk pas in september. Als er een tekst is, publiceren we die." Verder stelt Csonka dat er veel paranoia heerst binnen de GILC. "Zij denken dat wij opereren uit naam van de Verenigde Staten in een groot complot tegen de burgers. Dat is niet waar." In november vorig jaar tekenden de 43 leden van de raad, plus gastleden Canada, Zuid-Afrika en de VS, het Cybercrime-verdrag. Hierin staat onder meer dat activiteiten zoals online kinderporno, fraude en hacking crimineel zijn en hoe het internet door de politie kan worden beschermd. Hieraan werd al een eerste toevoeging gedaan over het uitbannen van racistische en andere haatdragende content op het web. De VS waren tegen deze uitbreiding.