Ken Fischer, een van de mannen achter Ars Technica, legt in een redactioneel commentaar uit waarom. Zijn stelling: door een ad-blocker te gebruiken, maak je als internetter "de websites kapot waar je het meest van houdt". Immers, het internet evolueert en vandaag de dag worden bijna alle nieuwssites door professionals gemaakt. Het is hun baan. Zij worden betaald uit advertentie-inkomsten.

Ban de ad-blocker

Fischer zegt te begrijpen dat bezoekers niet op een online advertentie klikken, maar dat vraagt hij ook niet. Het gaat hem om het volgende: een adverteerder betaalt voor het aantal pageviews dat zijn advertentie krijgt, maar met een ad-blocker wordt die advertentie niet eens geladen en dus ook niet geteld. Daarom roept Fischer internetters op hun ad-blockers te de-installeren.

Een beetje vreemd verzoek. Fischer zegt met zoveel woorden dat hij niets heeft aan een bezoeker die geen 'advertentie-pageviews' genereert. Een uitspraak waarop veel valt af te dingen. Maar goed, het klopt: ad-blockers zijn een probleem voor online uitgevers. Daarom is het vreemd dat Fischer de hamvraag niet stelt: wáárom gebruiken internetters ad-blockers?

Blijkbaar voldoen dergelijke browser add-ons aan een groeiende behoefte. Een behoefte die wordt gecreëerd door de nieuwssites zelf. Persoonlijk vind ik het niet eens zo erg dat advertenties bijna een kwart van mijn beeldscherm in beslag nemen wanneer ik een nieuwssite bezoek. Ik begrijp dat de schoorsteen moet roken.

Reclamemeuk

Maar het begint te schuren wanneer ik in mijn browserscherm zie dat de advertenties vóór de content worden geladen. Het maakt een website niet alleen gruwelijk traag (steeds maar weer wachten totdat laagstehypotheekofferte.nl zijn reclamemeuk heeft geladen), maar geeft ook de verhouding duidelijk weer: als bezoeker ben je in de eerste plaats consument, en daarna pas lezer. Food for thoughts terwijl je wacht tot de pagina is geladen.

Maar ook dan kom je niet aan lezen toe. Eerst drijft er nog een advertentie over je beeldscherm. Wanneer je die hebt weg geklikt en denkt: nu is het klaar, ik kan beginnen met lezen, komt het toetje; een push-down advertentie drukt de rest van de website omlaag. Nee, zonder ad-blocker heb je als internetter geen leven. De meeste nieuwssites lijken verworden tot een verzameling knipperende banners; plus wat content om de gaten tussen de advertenties op te vullen.

Precies zoals commerciële televisie reclame is met daar tussendoor af en toe een programma. Al zijn commerciële zenders de kijker nog genadig. Zou een zender als SBS6 net als nieuwssites handelen, dan zagen we tijdens een aflevering van House M.D. continu twee flitsende banners in beeld, eentje bovenaan en eentje onderin het televisiescherm. Wat nu?

Driehoeksverhouding

Adverteerders, online uitgevers en internetters lijken tot elkaar veroordeeld. De drie partijen zitten klem in een lastige driehoeksverhouding. Ze hebben elkaar nodig. Valt één van de drie weg, stort het kaartenhuis in. Niemand wil dat. Immers, welke internetter ziet graag zijn favoriete nieuwssite verdwijnen? Is er een oplossing? Bestaat er een verdienmodel waarin alle drie de partijen zich kunnen vinden? Volgens mij wel.

Doe als adverteerder eens je best en ontwerp advertenties die níét irriteren. Of nog beter: advertenties waar bezoekers van een website graag naar kijken. Want advertenties kunnen mooi zijn, heel mooi. Het is slechts een kwestie van wat creatieve wil.

En Ars Technica, hoe liep het daarmee af? De website kwam snel op haar schreden terug. Het experiment werd na twaalf uur afgeblazen en niet meer herhaald, na een immense golf van protest.