Ondanks dat Adobe in de gebruiksvoorwaarden zegt geen eigendomsrecht te claimen voor de foto's kan artikel 8 van Photoshop Express 'Terms of Use' anders uitgelegd worden. "Ze zeggen in wezen dat ze geen eigendom van de content claimen. Maar in zoverre u uw content ter beschikking stelt op 'publicly accessible areas of the services' geeft u ons een licentie om in feite er mee te doen wat we willen", duidt it-advocaat Wolter Wefers Bettink de voorwaarden.

"Want ze mogen het een andere licentie geven, mogen het reproduceren, aanpassen, openbaar maken en vertalen." Volgens de advocaat is de gedachtengang van Adobe als volgt: "Je mag je foto's via de Adobe website aan iedereen laten zien. Doe je dat, dan mag Adobe er mee doen wat ze willen. Dat gaat inderdaad nogal ver."

Geen keus

Wefers Bettink wijst erop dat het heel gebruikelijk is om iets op internet voor iedereen beschikbaar te stellen maar dat dat meestal onder auteursrecht of een Creative Commons licentie gebeurt. Bij andere fotodiensten zoals bijvoorbeeld Flickr kan dat. "Die keus heb je, en die keus heb je hier dus niet", aldus Wefers Bettink. Hij wijst erop dat gebruikers zich dit heel goed moeten realiseren.

Adobe laat weten geluisterd te hebben naar het commentaar. "Wij hebben de voorwaarden bekeken (...) en we zijn het er mee eens dat er op dit moment dingen worden geïmpliceerd die we nooit met de content zouden doen. Daarom heeft het team de aanpassing van de tekst hoog op de prioriteitenlijst gezet zodat het meer van toepassing wordt op Photoshop Express gebruikers."

Herpubliceren

Volgens it-jurist Arnoud Engelfriet moet Adobe wel het recht vragen om foto's te herpubliceren voor het delen van foto's op de site zodat er achteraf geen claims komen. Het delen van foto's wordt namelijk als service aangeboden.

"Maar met zo'n clausule gaan de juristen te kort door de bocht. Adobe moet gewoon niet meer claimen dan ze strikt nodig heeft om haar dienst te kunnen leveren. Ik geef toe dat dat iets meer werk voor de bedrijfsjurist is, maar daar krijgt hij toch voor betaald?", vraagt Engelfriet zich retorisch af.